194
feuille uit. Hij hield die omhoog en zei:
‘ Deze portefeuille vond ik tusschen de gestolen sieraden in de grot en ik meen
niet beter te kunnen doen, dan ze u te overhandigen. ’
‘ Wat is er in? ’ vroeg de luitenant.
‘ Om u de waarheid te zeggen, heb ik er nog niet aan gedacht, ze open te doen.
Met uw toestemming zal ik het nu doen. ’
Wilkes opende de portefeuille en bladerde in den inhoud. Opeens zette hij groote
oogen op, sloeg zich op de knie en riep uit:
‘ Van Willem Verwouden... Dien ken ik... heeft met me gereisd op de boot en ik heb hem weer ontmoet in New York. Hier staat het... Willem Verwouden...
Vertegenwoordiger Holl. Petroleum Maatschappij... Tulsa... Oklahoma... En hier is zijn portret... ’
‘ Uw kennis was dus in den trein, toen de bandieten dien aanhielden? ’
‘ Dat spreekt vanzelf... ofschoon het vreemd lijkt... dat hij op de lijn Chicago-Denver
reist als hij op weg is van New York naar Oklahoma. ’
‘ Dat is niets ongewoons, als zakenman kan hij ook andere steden bezocht hebben
en was het wellicht zijn doel, ook aan Denver een bezoek te brengen. ’
‘ Ja, dat zou het voldoende verklaren. Wel, dit noem ik nu eindelijk eens geluk hebben. Ik zal hem oogenblikkelijk schrijven en hem de portefeuille opzenden. ’ ‘ Schrijf hem liever eerst, en als ge antwoord ontvangt, kunt ge de portefeuille
altijd nog opzenden. Dat is voorzichtiger. ’
De luitenant verschafte Wilkes schrijfgereedschap en het duurde niet lang om
Willem Verwouden in kennis te stellen met de vondst.
Wilkes dankte den vriendelijken luitenant en wilde juist het wachthuis verlaten,
toen de pa-
Chr. van Abkoude, Kruimeltje