172
kamp toekomen. - ‘ Wiedaar? ’ riep hij. Een algemeen gelach was het antwoord.
Dan weerklonk er opeens een schot en de revolver vloog uit Wilkes' hand. ‘ Goed geraakt, ’ lachte Lefty, ‘ komt hier, jongens, ik had juist een grap met den Dutchman en liet hem z'n gang maar gaan. Neemt hem even z'n speelgoed af en ook het mijne, hij is mij de moeite niet waard om hem aan te raken. Breng zijn paard ook maar hier, kan te pas komen. ’
De anderen volgden de orders, die Lefty hun gaf en waaruit bleek, dat de bandiet hun hoofdman was. Ze namen Wilkes zijn eigen wapens en die van Lefty weer af en bonden hem aan handen en voeten. Daarna keken zij niet meer naar hem om. Ze wierpen nog wat hout op het vuur en schaarden er zich om heen.
Wilkes wist niet, dat Lefty de hoofdman was van een beruchte bende, die treinen ophield en de passagiers beroofde. Gedurende de laatste jaren had hij deze practijken uitgeoefend, zonder ooit gevangen te worden, hij had als het ware een studie gemaakt van de treinen, wist, welke de rijkste families vervoerde, terwijl hij de gewone locaaltreinen ongemoeid liet. Door valsche seinlichten te plaatsen wist hij de grootste mailtreinen tot stilstand te brengen. Eén man was voldoende om den machinist en stoker in bedwang te houden, de anderen zorgden voor de rest. In den laatsten tijd had Lefty zelf aan die treinrooverijen geen werkzaam deel genomen. Alles wat hij deed was instructies geven omtrent den te berooven trein, tijd, plaats, enz. De anderen deden het ruwe werk. En ook nu was het drietal bandieten juist teruggekeerd na de aanhouding van den exprestrein Chicago-Denver.
‘ Dat was met recht kinderwerk vanavond, ’ begon een der mannen te vertellen.
Chr. van Abkoude, Kruimeltje