139
Zeventiende hoofdstuk. Hollanders in Amerika.
N a een week was de boot, die Wilkes naar Amerika voerde, in New York
aangekomen. Hij besloot, een paar dagen hier te blijven en trachten inlichtingen te krijgen aan het Nederlandsch Consulaat omtrent Harry Volker. Na een afwezigheid van tien jaren deed het hem goed, de geweldige metropolis weer eens te zien, waar hij toen ook eenigen tijd had doorgebracht. Met den ondergrondschen trein, die daar de ‘ subway ’ heet, liet hij zich naar de benedenstad rijden, waar hij een kamer in een der tallooze hotels betrok. Den eersten middag besteedde hij met eens wat rond te wandelen en de oude, bekende plekken van vroeger weer eens te bezoeken. Hij wandelde tusschen de enorme wolkenkrabbers, die ontzettend hooge gebouwen, waarvan buitenlanders zich maar geen voorstelling kunnen vormen, zonder ze met eigen oogen gezien te hebben, doch waar de New Yorkers heelemaal niet meer op letten. Hij liep onder de viaducten der electrische treinen, de ‘ elevated trains, ’ waar het donderend gerommel en gedreun hem voort-
Chr. van Abkoude, Kruimeltje