48
York terug te keeren. Het ontbrak mij aan lust en moed om geheel alleen de goudvelden in te gaan en al het werk weer van voren aan te beginnen. Ik treurde over het verlies van Harry en keerde ten slotte als een diep teleurgesteld man naar Holland terug. Met de weinig overgebleven duiten heb ik me toen dit zaakje gekocht en heb er een spaarduitje van kunnen overleggen. Soms ontwaakt het verlangen in mij, om terug te keeren naar het Wilde Westen en Harry te gaan zoeken. ’
Hier sprong Kruimeltje, die gedurende het heele verhaal met open mond had zitten
luisteren, plotseling overeind.
‘ Dan ga ik mee, Wilkes! ’ riep hij uit. ‘ Dan ga ik ook mee vader zoeke... ’ Wilkes glimlachte en schudde het hoofd.
‘ Daar ben je nog veel te klein voor, Kruimeltje, veel te klein en te jong. ’
‘ Maar ik kan ook heusch vechte, Wilkes, net als mijn vader... ik kan de heele buurt wel an... en ik ben niet eens bang van de p'lisie... en van geen dronke vent... en van niks niet... ’
‘ Wie weet, ’ vervolgde Wilkes peinzend, ‘ wie weet ga ik nog terug... ik heb hier niemand om voor te leven... om voor te werken... en het zou me wat waard zijn, om Harry z'n jongen bij hem te brengen... dan was m'n leven toch nog tot iets goeds geweest... ’
Het verhaal van zijn vader had diepen indruk op Kruimeltje gemaakt. Hij had maar het liefst gewild, dat Wilkes oogenblikkelijk de eerste de beste boot naar Amerika genomen had, om hem zijn vader terug te brengen.
Chr. van Abkoude, Kruimeltje