78
hem aan en legde zijn kop op den schouder van zijn baasje. Kruimeltje sloeg de beide armen om hem heen, begroef zijn gezicht in de warme vacht en schreide zachtjes... En het sneeuwde, sneeuwde, sneeuwde... en vanuit de kerk klonk het plechtig zingen der gemeente, begeleid door het groote orgel.... ‘ Stille nacht, heil'ge nacht... ’ Kruimeltje hoorde het, terwijl de snikken door zijn klein lichaam schokten... o, hij voelde zich zoo moe, zoo moe... en zoo koud... Dichter kroop hij tegen Moor aan en sloot de oogen.
Terwijl de kerstmuziek zachtjes tot hem doordrong en de sneeuw langzaam hem met een wit kleed bedekte, viel hij in slaap, 't moede hoofd steunend op Moor, die trouw de wacht hield.
Toen een uur later de groote kerkdeuren weer geopend werden en breede drommen gelukkige menschen naar buiten kwamen, uitgeleid door stemmige Kerstliederen, die het orgel speelde... toen allen huiswaarts gingen om zich in den familiekring te vereenigen aan het Kerstmaal... toen zaten nog stil in den hoek buiten het kerkgebouw de twee vriendjes... Kruimeltje en zijn hond, beiden overdekt met een dikke laag sneeuw..
‘ Vrede op aarde... In menschen een welbehagen... ’
Chr. van Abkoude, Kruimeltje