8
schreeuwen, de angst kneep hun de keel dicht, terwijl de slee in razende vaart lijnrecht op den agent toevloog. En toen gebeurde het.
Bom!... Smàk... Pàts!!!... Agent op den grond, krabbelend in de sneeuw... z'n helm huppelend over het trottoir. Voorbijgangers gierden het uit van pret... de slee met de jongens vervolgde voortsnellende haar vaart omlaag. De agent kroop overeind, deed een vluggen greep naar zijn helm en begon de slee te achtervolgen. Maar de blauwe stoep was glad en zijn schoen gleed er op af, zoodat hij opnieuw in de sneeuw tuimelde.
Door de botsing met den politieman was het sleetje wat uit den koers geraakt en vloog nu op het middengedeelte der straat voort, tot Kruimeltje het nabij een anderen hoek een plotselingen ruk gaf, waardoor het opnieuw van richting veranderde en met volle vaart een stampvollen kruidenierswinkel invloog. Gegil en geschreeuw, geraas en verwenschingen klonken uit een verwarde groep armen, beenen, jassen en boodschappenmandjes, terwijl Kruimeltje en Keesie tusschen den warboel uitkropen en beenen maakten. 't Sleetje lieten ze in den steek, zouen morgen wel een ander maken. Handen om elkaars schouders geslagen, liepen ze weer terug, lieten de sneeuw maar op zich neervallen en zongen het allernieuwste straatliedje.
Geen halven minuut later kwam de agent aanloopen, die naar een slee met twee
jongens zocht.
‘ Hei agent, ’ riep Kruimeltje, ‘ de knullen met die slee staan daar ginder bij de
brug. ’
De politieman, die de gezichten der jongens tijdens de botsing niet gezien had, nam de informatie dankbaar aan en verdween in de richting van de brug.
Chr. van Abkoude, Kruimeltje