Hoofdstuk 86
‘Agent O’Dell! Wat een verrassing!’
Maggie herkende de gesmoorde stem die in haar oor klonk niet. De vlijmscherpe punt van het mes drukte in het zachte vlees van haar hals – en bleef drukken zodat ze gedwongen was haar hoofd naar achteren te buigen tot haar hals volledig was blootgesteld. Ze voelde een druppel bloed in de kraag van haar jack verdwijnen.
‘Hoezo een verrassing? Ik dacht dat je me verwachtte. Je schijnt zoveel over me te weten.’ Met elk woord voelde ze het mes dieper in haar vlees zinken.
‘Laat die stalen roe los.’ Hij trok haar tegen zich aan, sloeg zijn vrije arm om haar heen en drukte harder dan nodig was om zijn kracht te benadrukken.
Ze liet de roe vallen terwijl hij zijn hand onder haar jack liet glijden. Voorzichtig pakte hij de greep van haar revolver, en hij trok met een ruk zijn hoofd weg toen hij per ongeluk over haar borst streek. Hij smeet het wapen in een hoek, waar ze het tegen de kist hoorde beuken. Het verraste haar niet dat hij zich meer op zijn gemak voelde met een mes.
Ze probeerde zich te concentreren op zijn stem, op het gevoel dat hij uitstraalde. Hij was sterk en zo’n tien tot twaalf centimeter langer dan zij. Voor het overige was hij vermomd. Het rubber dat langs haar oor streek en het gesmoorde geluid van zijn stem vertelden haar dat hij een masker droeg. Zelfs zijn handen waren verborgen in eenvoudige, zwarte handschoenen van goedkoop leer. Zoals ze met duizenden werden verkocht.
‘Ik verwachtte u niet. Ik dacht dat u misschien naar huis was gegaan, naar uw veilige appartement met die advocaat met wie u getrouwd bent en naar uw zieke moeder. Hoe gaat het trouwens met uw moeder?’
‘Dat weet jij waarschijnlijk beter dan ik.’
Het mes drukte nog harder. Maggie zoog haar longen vol lucht en weerstond de aandrang te slikken toen er weer een druppel bloed over haar hals sijpelde en tussen haar borsten verdween. Ze probeerde haar mond en haar kin zo min mogelijk te bewegen. Ze kon het. Ze kon zijn spelletje meespelen. Alleen moest ze kalm zien te blijven. ‘Ik krijg een beetje last van de geur. Misschien kunnen we buiten verder praten.’
‘Het spijt me, maar dat zal helaas niet gaan. Ik ben bang dat u hier zult moeten blijven. Wat vindt u van uw nieuwe onderkomen?’ Hij dwong haar om zich heen te kijken met het lampje in haar hand, terwijl het mes over haar hals schraapte. ‘Of moet ik zeggen: tombe?’
Opnieuw die ijzige paniek. Kalm blijven. Vooral kalm blijven. Als ze het beeld van Albert Stucky die in haar buik sneed, maar uit haar gedachten kon zetten! Als hij de druk van het mes maar zou verminderen! Eén kleine beweging, en ze zou het mes in haar mond proeven.
‘Het zal je niet helpen… om mij uit de weg te ruimen.’ Ze praatte langzaam. ‘Het hele bureau van de sheriff weet inmiddels wie je bent. Over een paar minuten arriveren hier zo’n stuk of tien hulpsheriffs.’
‘U bluft, agent O’Dell, en ik trap er niet in. Ik weet dat u graag alleen op onderzoek uit gaat. Daardoor bent u destijds ook met Mr. Stucky in de problemen gekomen, is het niet? Het enige wat u van mij hebt, is dat psychologische profiel. Ik wed dat ik weet wat erin staat. Dat ik als kind door mijn moeder ben misbruikt. Dat ik daardoor een flikker ben geworden en nu kleine jongetjes vermoord.’ Zijn poging tot lachen klonk als een manisch gekakel.
‘Nee, ik denk helemaal niet dat je moeder je heeft misbruikt.’ Wanhopig probeerde ze zich iets te herinneren van het kleine beetje achtergrondinformatie dat ze over Father Keller had weten te bemachtigen. Zoals te verwachten viel, was zijn moeder een alleenstaande ouder geweest, net als de moeders van zijn slachtoffers. Ze was gestorven toen Keller nog jong was – het een of andere dodelijke ongeluk. Waarom kon ze zich de bijzonderheden niet herinneren? Waarom kostte het haar zoveel moeite na te denken? Het kwam door de geur, door de druk van het mes, door het bloed dat over haar hals sijpelde.
‘Volgens mij hield ze van je,’ vervolgde Maggie toen hij niets zei, ‘en jij hield van haar, maar je bent wel misbruikt.’ Een lichte schok in zijn arm vertelde haar dat ze gelijk had. ‘Door een familielid… misschien een vriend van je moeder…’ Plotseling herinnerde ze zich het. ‘Nee, door je stiefvader.’
Het mes gleed weg, niet meer dan een halve centimeter, maar ze kon weer ademen. Hij zweeg, afwachtend, luisterend. Ze had zijn aandacht. Zij was aan zet. ‘Je bent niet homoseksueel, maar hij heeft je wel aan het twijfelen gebracht. Hij heeft je op het idee gebracht dat je het misschien zou kunnen zijn.’
De greep van de arm rond haar middel werd losser. Ze voelde dat hij sneller ging ademen.
‘Je vermoordt geen kleine jongens voor de kick. Je probeert ze te redden, omdat ze je doen denken aan die angstige, kwetsbare, kleine jongen die je vroeger zelf was. Denk je dat je via hen jezelf kunt redden?’
Hij bleef zwijgen. Was ze te ver gegaan? Ze probeerde zich te concentreren op de hand waarin hij het mes hield. Als ze haar elleboog in zijn borst plantte, kon ze het mes misschien grijpen voordat het in haar keel verdween. Ze moest proberen hem af te leiden.
‘Je verlost die arme jongens van het kwaad. Is dat het?’ vervolgde ze. ‘Door ze te confronteren met jouw eigen kwaad verander je ze in martelaars. Je bent een held. Je zou zelfs kunnen zeggen dat je de brenger van het volmaakte kwaad bent.’
Zijn arm verstrakte en trok haar weer dicht tegen zich aan. Ja, ze was te ver gegaan. Het mes kroop omhoog over haar keel. Het scherpe lemmet drukte over de volle lengte tegen haar huid. Met één snelle beweging zou hij haar keel kunnen doorsnijden.
‘Wat een psychologisch gelul. Je weet niet waarover je het hebt,’ zei hij met diepe stem, die ergens uit zijn keel leek te komen. ‘Albert Stucky had je meteen moeten opensnijden toen hij de kans had. Ik neem aan dat ik de klus nu zal moeten afmaken, maar dan hebben we wel meer licht nodig.’ Hij sleurde haar naar de ingang van de tunnel en haalde een lantaarn tevoorschijn. ‘Steek hem aan!’ Hij duwde haar op haar knieën, nog altijd met het mes op haar keel, en gooide een luciferboekje in het zand. ‘Steek hem aan. Dan kun je het zien.’
‘Ik wil dat je kijkt,’ hoorde ze Albert Stucky zeggen alsof hij in de donkere hoek op haar stond te wachten. ‘Ik wil dat je kijkt hoe ik het doe.’
Al het gevoel was uit haar vingers verdwenen. Toch lukte het haar bij de eerste poging de lantaarn aan te steken. Een gele gloed vulde de kleine ruimte. Haar hele lichaam voelde als verdoofd. Haar geest was verlamd en bereidde zich voor op de pijn door zich van haar lichaam los te maken. Ze herkende alle symptomen. Het was alsof Stucky was teruggekeerd. Haar lichaam reageerde op de allesoverheersende angst door zich eenvoudig af te sluiten.
De lucht was zo verstikkend, dat ze moeite had met ademhalen. Het rook naar bedorven vlees. Zelfs haar longen weigerden dienst. Het mes bleef tegen haar hals duwen. Ze voelde een lichte trilling in zijn hand. Woede of angst? Maakte het iets uit?
‘Waarom huil je niet? Waarom schreeuw je niet?’ Het was woede, besefte ze.
Ze zei niets, kon niets zeggen. Ook haar stem had haar in de steek gelaten. Ze moest aan haar vader denken. Aan zijn warme, bruine ogen, die haar glimlachend aankeken terwijl hij de ketting met het medaillon om haar hals hing. ‘Waar je ook gaat, dit zal je beschermen. Denk erom dat je het nooit afdoet. Beloof je dat, lieverd?’ Maar het beschermde jou niet, papa, wilde ze tegen hem zeggen. Net zomin als het Danny Alverez beschermde.
De onbekende pakte haar bij haar haren en sleurde haar weer overeind, nog altijd met het mes tegen haar hals gedrukt. Weer voelde ze een druppel bloed tussen haar borsten sijpelen.
‘Zeg iets!’ schreeuwde hij tegen haar achterhoofd. ‘Ik wil dat je smeekt! Dat je bidt!’
‘Doe het nou maar,’ zei Maggie ten slotte zacht en met de grootste moeite.
‘Wat?’ Het klonk oprecht verrast.
‘Doe het nou maar gewoon,’ herhaalde ze, deze keer krachtiger.
‘Maggie?’ riep Nick aan de bovenkant van de trap. Zijn stem was vervormd door de afstand, de diepte.
Met een ruk draaide de onbekende zich om, geschrokken en met haar nog altijd in zijn greep. Alsof ze van een afstand toekeek, zag ze haar hand naar het mes schieten. Ze wist het uit zijn greep te rukken, net toen hij zijn hand terugtrok en op haar begon in te hakken. Het metaal verdween in haar jack en sneed dwars door de stof, in haar vlees. Op dat moment gaf hij haar een harde duw, zodat ze tegen de muur van zand werd gesmeten.
De krachtige lichtbundel van Nicks zaklantaarn kwam in vliegende vaart de trap af toen de zwarte schaduw de lantaarn greep en in het gat verdween. De houten plank wankelde en viel.
‘Maggie?’ Het licht verblindde haar.
‘In de tunnel.’ Ze hees zich overeind en stak haar arm uit. Een scheut van pijn dwong haar weer te gaan zitten. ‘Laat hem niet ontsnappen.’
Nick verdween in het gat, zodat ze in totale duisternis achterbleef. Ze had geen licht nodig om te weten dat ze bloedde. Moeiteloos vonden haar vingers de kleverige wond in haar zij. Ze stak haar hand in haar zak, haalde de ketting met het medaillon tevoorschijn en streek over de gladde kruisvorm. In vele opzichten deed het koele metaal haar aan het lemmet van het mes denken. Goed en kwaad… Was de scheidslijn tussen die twee echt zo smal? Toen deed ze de ketting over haar hoofd en hing hem om haar bloedende nek.