Hoofdstuk 60
De geur van de koffie maakte Maggie misselijk, maar koffie leek de enige manier om de effecten van de whisky te bestrijden. Ze knoeide met de roereieren en het geroosterde brood, terwijl ze naar de deur van het restaurant keek. Nick had gezegd dat hij niet langer dan tien minuten, een kwartier zou wegblijven. Inmiddels was er een uur verstreken. Het kleine restaurant begon zich te vullen met ontbijtgasten: boeren met petten op naast zakenmannen en -vrouwen, keurig in het pak.
Maggie had het afschuwelijk gevonden om Christine die ochtend alleen te laten, hoewel ze besefte dat ze niet veel voor haar zou kunnen doen. Ze was er nooit goed in geweest om sussend en troostend op mensen in te praten terwijl ze hun hand vasthield. Haar enige ervaring op dat gebied stamde uit de tijd dat ze twaalf was. Een klein, onbeholpen meisje dat haar dronken moeder de trap op moest slepen. Iemand die nauwelijks bij kennis was, hoefde je niet te troosten. En zelfs als agent bij de FBI had ze weinig sociale vaardigheden nodig. De meeste mensen met wie ze te maken kreeg, waren dood of psychopaat. Het ondervragen van de familie van het slachtoffer vereiste slechts een beleefde condoleance. Althans, daar had ze zichzelf jaren eerder van overtuigd.
De vorige avond had ze zich verlamd gevoeld. Ze kende Christine nauwelijks. Een dinertje verplichtte een mens nog niet tot vriendschap. Maar ze kon Timmy’s sproetige gezichtje niet vergeten. In de acht jaar dat ze moordenaars opspoorde, had ze nog nooit een slachtoffer persoonlijk gekend. Toch stonden ze allemaal voorgoed in haar geheugen gegrift, als een permanent onderdeel van haar geestelijke plakboek. Ze kon zich niet voorstellen – wilde zich niet voorstellen – dat ze Timmy aan die gruwelijke verzameling zou moeten toevoegen.
Ten slotte kwam Nick het restaurant binnen. Hij zag haar meteen, stak zijn hand op en kwam naar haar tafeltje toe. Onderweg werd hij diverse keren staande gehouden door andere klanten. Hij was gekleed in zijn gebruikelijke uitmonstering van spijkerbroek en cowboylaarzen, maar deze keer droeg hij onder zijn open jack een rode trui van de Nebraska Cornhuskers. De zwelling op zijn kaak was verdwenen en had slechts een blauwe plek achtergelaten. Hij zag er uitgeput uit en had niet de moeite genomen zijn haar te kammen of zich te scheren na het douchen. Toch was hij nog knapper dan ze hem zich herinnerde.
Hij schoof in de bank tegenover haar en pakte een menukaart vanachter de servettenhouder. ‘De rechter doet moeilijk over het huiszoekingsbevel voor de pastorie,’ zei hij zacht met zijn blik op het menu. ‘Met de pick-up had hij geen probleem, maar hij denkt dat –’
‘Hallo, Nick. Wat mag het zijn?’
Bij het zien van de blikken tussen Nick en de knappe, blonde serveerster wist Maggie onmiddellijk dat deze meer ervaring met hem had dan alleen zijn bestelling opnemen.
‘Hoe is het ermee?’ De serveerster probeerde nonchalant te klinken, maar het ontging Maggie niet dat ze haar ogen niet van Nick af kon houden.
‘Ach, het is een gekkenhuis de laatste tijd. Kan ik alleen koffie en toast krijgen?’ Hij ontweek haar blik en praatte gejaagd, slecht op zijn gemak.
‘Bruin brood, hè? En veel melk bij de koffie?’
‘Ja, bedankt.’ Hij keek alsof hij haar het liefst zo snel mogelijk zag vertrekken.
Met een glimlach liep ze weg, zonder Maggie zelfs maar een blik waardig te keuren, hoewel ze vóór Nicks komst zo geïnteresseerd was geweest, dat ze haar drie keer koffie had bijgeschonken.
‘Was dat een oude vlam van je?’ vroeg Maggie, wetend dat ze daar niet het recht toe had, maar genietend van zijn nerveuze geschuifel.
‘Wie, Angie? Ja, zo zou je het kunnen noemen.’ Hij viste Christines mobiele telefoon uit de zak van zijn jack, legde die op tafel en trok het jack uit. ‘Ik heb een hekel aan die dingen,’ zei hij, wijzend op de telefoon, in een wanhopige poging van onderwerp te veranderen.
‘Ze lijkt me erg aardig.’ Maggie was niet van plan hem er zo gemakkelijk vanaf te laten komen.
Langzaam hief hij zijn hoofd. Zijn stralende, blauwe ogen keken recht in haar ziel en deden haar denken aan de vorige avond.
‘Ze is aardig, maar ze bezorgt me geen klamme handen en trillende knieën zoals jij,’ zei hij zacht en ernstig.
Tot haar ergernis begonnen de vlinders in haar buik weer te fladderen. Ze wendde haar hoofd af en begon geconcentreerd boter op haar koude toast te smeren alsof ze plotseling trek had. ‘Luister eens, Nick, over gisteravond…’
‘Ik hoop niet dat je denkt dat ik misbruik van je wilde maken. Omdat je te veel gedronken had, bedoel ik.’
Ze keek hem aan. Hij boog zich naar voren; zijn gezicht stond heel ernstig en oprecht bezorgd. Had de vorige avond meer voor hem betekend dan zijn gebruikelijke afspraakjes met vrouwen? Iets in haar wilde dat het zo was, maar ze zei: ‘Het lijkt me dat we gisteravond maar het beste kunnen vergeten. Dat we maar moeten doen alsof het nooit is gebeurd.’
Er verscheen een gekwetste uitdrukking op zijn gezicht. ‘Maar als ik het nou eens niet wil vergeten? Het is voor het eerst sinds heel lang dat ik me zo voel, Maggie. Ik kan niet –’
‘Kom nou, Nick, ik ben geen naïeve serveerster. Je hoeft bij mij niet aan te komen met de gebruikelijke praatjes.’
‘Dat zijn het ook niet. Gisteren, toen ik dacht dat ik je nooit meer zou zien, had ik het gevoel dat ik een trap in mijn maag had gehad. En toen ik je gisteravond weer zag… Lieve hemel, Maggie! Je maakt me gek. Ik weet niet meer wat ik moet zeggen; ik weet niet wat ik moet doen. Daar heb ik doorgaans geen last van bij vrouwen.’
‘We hebben behoorlijk veel meegemaakt samen en waren allebei uitgeput.’
‘Zo uitgeput was ik niet. En jij ook niet.’
Opnieuw keek ze hem aan. Was het zo duidelijk geweest hoezeer ze naar hem snakte? Of was het gewoon zijn ego? ‘Wat had je gedacht dat er zou gebeuren, Nick? Ben je teleurgesteld dat je me niet aan je lijst van veroveringen kunt toevoegen?’ Ze keek om zich heen. Niemand scheen haar boze gefluister te kunnen horen.
‘Je weet heel goed dat het niet zo is.’
‘Misschien is het dan de kick van iets wat eigenlijk niet kan. Ik ben getrouwd, Nick. Het mag dan geen geweldig huwelijk zijn, maar het betekent nog wel iets voor me. Laten we alsjeblieft vergeten dat het ooit is gebeurd.’ Ze keek naar haar koffie, maar voelde dat zijn ogen op haar gericht waren.
‘Alsjeblieft, je koffie met toast!’ Angie zette de bestelling op tafel, maar Maggie voelde zich niet opgelucht door deze verandering van onderwerp. Misschien wílde ze eigenlijk niet van onderwerp veranderen.
Angie zette de koffie en het bord voor Nick neer en dwong hem iets naar achteren te gaan zitten, hoewel hij naar Maggie bleef kijken. Ze vroeg zich af of de knappe serveerster de spanning tussen hen voelde.
‘Kan ik verder nog iets voor je doen?’ vroeg ze alleen aan Nick.
‘Nee. Maggie, wil jij nog iets?’ Met opzet vestigde hij de aandacht op Maggie, en Angie leek onmiddellijk in verlegenheid gebracht.
‘Nee, dank je.’
‘Oké,’ zei Angie, ineens gretig om te vertrekken.
Er viel een ongemakkelijke stilte.
‘Je zei dat Murphy aarzelt met het huiszoekingsbevel voor de pastorie. Waarom is dat?’ Maggie probeerde zich te concentreren en keek hem nog altijd niet aan terwijl ze suiker in haar koffie deed. Het bleef lang stil. Toen slaakte hij een berustende zucht.
‘Murphy en mijn vader stammen van een generatie waarvoor de katholieke kerk nog heilig is. Pastors, daar hoor je niet aan te komen, vinden ze.’ Hij begon driftig boter op zijn toast te smeren.
‘Wat wil dat zeggen? Dat we dat huiszoekingsbevel wel kunnen vergeten?’
‘Ik heb geprobeerd hem ervan te overtuigen dat het ons om Ray Howard gaat.’
‘Je denkt nog steeds dat het Howard is.’
‘Ik weet het niet.’ Hij schoof de toost opzij zonder een hap te nemen en krabde aan zijn stoppelige kaak.
Weer viel haar blik op het verband. ‘Wat is er met je hand gebeurd?’
‘O, niets bijzonders. Luister eens…’ Opnieuw boog hij zich naar voren.
Ze rook de vage geur van zijn aftershave, hoewel hij zich duidelijk niet had geschoren. Behalve de uitputting in zijn ogen las ze daar de beginnende paniek die hij zo wanhopig probeerde te verbergen. Ze legde haar lepel neer, sloeg haar armen over elkaar en keek hem aan.
‘Keller zei gisteravond dat Ray Howard vorig jaar van het seminarie is gekomen. Terwijl ik op de beslissing van de rechter wachtte, heb ik wat research gedaan. Howard heeft op een seminarie gezeten in Silver Lake, New Hampshire. Dat is net over de grens van Maine en nog geen achthonderd kilometer van Wood River.’
Ze ging rechtop zitten, een en al aandacht. ‘Hoe lang heeft hij daar gezeten?’
‘De afgelopen drie jaar.’
‘Dan kan hij de moord in Wood River niet hebben gepleegd.’
‘Misschien niet, maar vind je het ook niet erg toevallig? Na drie jaar seminarie zou hij moeten weten hoe je de laatste sacramenten toedient.’
‘Was hij nog hier toen de eerste moorden werden gepleegd?’
‘Dat zoekt Hal voor me uit. Ik heb inmiddels wel gesproken met het hoofd van het seminarie. Father Vincent wilde niet in details treden, maar hij zei wel dat Howard wegens ongepast gedrag is verzocht te vertrekken.’
‘Ongepast gedrag in een seminarie kan van alles zijn. Van het verbreken van de zwijggelofte tot op de stoep spugen. Ik weet het niet, Nick. De moordenaar die we zoeken, is bepaald niet op zijn achterhoofd gevallen. Howard lijkt me gewoon niet slim genoeg.’
‘Misschien omdat hij dat iedereen wil laten geloven.’
Maggie zag dat Nick nerveus met zijn papieren servet speelde. Onder de tafel hoorde ze zijn voet op de grond tikken.
‘Zowel Howard als Keller is in de gelegenheid geweest zich te ontdoen van Father Francis.’
‘Jezus, Maggie! Ik dacht dat je dat gisteravond alleen maar zei omdat je dronken was. Denk je nou nog steeds dat het geen ongeluk was?’
‘Father Francis zei gisterochtend dat hij me iets heel belangrijks te vertellen had. En ik weet zeker dat ons gesprek werd afgeluisterd. Ik heb de klik duidelijk gehoord.’
‘Misschien is het toeval.’
‘Ik heb al lang geleden geleerd dat er maar weinig dingen toevallig zijn. Een lijkschouwing zou kunnen aantonen of hij is geduwd of gevallen.’
‘Zonder enig bewijs kunnen we niet zomaar opdracht geven tot een lijkschouwing.’ Nick speelde met de mobiele telefoon.
Maggie voelde hoe rusteloos hij was. ‘Misschien kan ik contact zoeken met de familie van Father Francis. Of anders met de aartsbisschop.’
‘We hebben geen tijd om te wachten op toestemming voor een lijkschouwing of voor een huiszoeking. Het liefst zou ik Howard gewoon de stuipen op het lijf jagen.’
Ze begreep niet dat hij nog altijd kon denken dat het Howard was. Misschien kwam het doordat hij zo wanhopig was en daarom voor de gemakkelijkste oplossing koos.
In plaats van hem tegen te spreken, zei ze: ‘Of het nou Howard is of Keller, we moeten hoe dan ook erg voorzichtig zijn. Als hij in paniek raakt –’
Ze zweeg abrupt. Tenslotte had ze het hier over Timmy, Nicks kleine neefje, en niet over een anoniem slachtoffer. Ze had niet tegen hem gezegd dat ze tot de conclusie was gekomen dat de moordenaar zijn tempo verhoogde, maar toen ze hem aankeek, las ze in zijn ogen dat hij dat al wist.
‘We hebben niet veel tijd,’ zei hij alsof hij haar gedachten had gelezen. Daar begon hij steeds beter in te worden. ‘Hij verhoogt zijn tempo, hè?’
Ze knikte.
‘Laten we gaan.’ Hij gooide een stapeltje bankbiljetten op de tafel, hees zich in zijn jack en wachtte terwijl zij hetzelfde deed.
‘Waar gaan we heen?’
‘Ik moet beslag leggen op een pick-up, en jij moet Keller je verontschuldigingen aanbieden voor gisteravond.’