Hoofdstuk 85
Boven haar hoofd hoorde Maggie kleine diertjes wegschieten. Zand regende op haar neer, maar ze durfde niet omhoog te kijken. Ze sloeg naar spinnenwebben en voelde dat er iets langs haar voeten streek. Ze hoefde haar zaklampje niet aan te doen om te weten dat het een rat was.
De ruimte was zo klein, dat ze haar met een paar zwaaien van het kleine lampje kon bestrijken. Ze had elf treden geteld, die haar diep onder de grond hadden gebracht, waar de vochtige lucht met elke stap zwaarder werd. Het gat deed haar denken aan een oude stormkelder. Op een dikke, houten plank en een grote kist in de hoek na was de ruimte leeg. De planken waren bedekt met spinnenwebben en rattenkeutels. Tot haar teleurstelling zag ze nergens sporen van Timmy, of van een tunnel. Hoe kon ze zich zo hebben vergist? Had Stucky ook haar instincten aangetast?
Toch had iemand de sneeuw van het luik geveegd en geprobeerd het aan het oog te onttrekken met zeildoek. Was hier iets, een aanwijzing, wát dan ook dat haar zou kunnen helpen Timmy te vinden? Ze liet haar blik weer door de ruimte gaan. Het licht van haar zaklampje viel op de kist.
Bij nadere inspectie bleek het oude, houten ding in perfecte staat te verkeren, zonder sporen van rotting of beginnend verval. Het stond duidelijk nog niet lang in dit natte, donkere hol. Er lag nauwelijks zand op. En het deksel was bevestigd met glimmende spijkers, zonder een spoortje roest.
Maggie stopte haar revolver in zijn holster. Ze probeerde het deksel van de kist af te trekken, maar ze was niet sterk genoeg om de spijkers los te wrikken. In een hoek vond ze een gebroken, stalen roe die ze onder het deksel duwde. De spijkers knarsten maar hielden stand. Onmiddellijk lekte er een ranzige geur uit de kist, die al snel de kleine ruimte vulde. Ze deed een paar stappen naar achteren om de kist beter te bekijken. Was hij groot genoeg om een lichaam te bevatten? Het lichaam van een kind? Ze had wel kleinere ruimten gezien waarin lichaamsdelen waren gestopt. Zoals de stukken van Emma Jean Thomas, die Stucky in verpakkingen van afhaalmaaltijden had gepropt en vervolgens in een afvalcontainer had gegooid.
Ze probeerde de kist op te tillen, zodat ze hem de trap op kon slepen, maar kreeg hem nauwelijks dertig centimeter van de grond. Opnieuw begon ze aan het deksel te wrikken. Deze keer deed de geur haar kokhalzen. Ze spuugde het lampje uit dat ze tussen haar tanden had geklemd en liet het op de grond liggen. Met ingehouden adem en haar lippen stijf op elkaar probeerde ze het opnieuw.
Er schraapte iets over het zand. Maggie draaide zich om. In de duisternis bewoog iets. Het was groter dan een rat. Ze liet zich op haar knieën vallen, tastte naar het zaklampje en hief de stalen roe boven haar hoofd. Toen luisterde ze met ingehouden adem. Er was niets meer te horen, niets bewoog meer. Het kleine lichtje zwaaide over de muur tegenover haar. De houten plank helde naar voren, weggeduwd van de muur. Erachter zag Maggie een gat dat groot genoeg was om de ingang te zijn van de beroemde tunnel.
In de aardedonkere stilte achter haar bewoog iets. Ze was niet meer alleen. Er stond iemand achter haar die de treden blokkeerde. Ze voelde zijn aanwezigheid, hoorde de zachte fluistering van zijn adem. De paniek, haar aandenken aan Stucky, barstte in volle hevigheid los en nam haar lichaam in een ijzige greep. Net toen ze haar hand in haar jack wilde steken, voelde ze het gladde staal van een mes onder haar kin.