Hoofdstuk 2
‘Eén rotte appel kan uw hele taart doen mislukken,’ hamerde Christine Hamilton op haar toetsenbord. Toen drukte ze op de delete-knop, en de hele regel was weer verdwenen. Ze kreeg het nooit af. Achteroverleunend wierp ze een blik op de klok aan het eind van de gang, een lichtend baken in een tunnel van duisternis. Bijna elf uur. Gelukkig sliep Timmy bij een vriendje.
De conciërge had het licht in de gang al uitgedaan. Het zoveelste bewijs van de onbeduidende status van de bijlage Living Today. Aan het eind van de donkere gang zag ze licht onder de deur schijnen die de redactiezaal afscheidde van de andere afdelingen. Zelfs op deze afstand kon ze telefoons horen rinkelen en faxen horen zoemen. Aan de andere kant van die deur slobberden een stuk of vijf redacteuren en verslaggevers koffie, terwijl ze een lawine van artikelen produceerden. Daar werd het nieuws gemaakt, terwijl zij zat te zwoegen op een recept voor appeltaart.
Ze sloeg een archiefmap open en bladerde door een stapel aantekeningen en recepten. Meer dan honderd manieren om de appels te snijden, te hakken, te pureren, te bakken. Het liefst smeet ze alles in de prullenbak. Voor een intelligente vrouw als zij vormde het geen enkele uitdaging. Na de ovenschotels met tomaten van de week daarvoor en tips aan de lezeressen om hun gezin ongemerkt meer verse groenten te laten eten was haar inspiratie uitgeput. Ze besefte dat ze te lang uit de journalistiek weg was geweest. En dat allemaal dankzij Bruce, die er koppig op had gestaan dat hij thuis de broek aan had. Jammer dat hij hem buiten de deur niet aan zijn kont kon houden, de ellendeling.
Ze klapte de map dicht en smeet hem zo driftig op haar bureau, dat hij op de grond viel. Het gebarsten linoleum lag bezaaid met knipsels. Hoe lang zou het duren voordat ze dat verbitterde gevoel kwijt was? En waarom deed het nog altijd zo verschrikkelijk veel pijn? Het was tenslotte al meer dan een jaar geleden.
Met een ruk schoof ze haar stoel naar achteren, waarna ze met haar handen door haar dichte blonde haardos streek. Ze moest naar de kapper om haar donkere uitgroei te laten bijwerken. Dat blonde kleurtje was nieuw, een soort echtscheidingscadeautje aan zichzelf. Het resultaat was erg bemoedigend geweest. Voor het eerst werd ze door mannen nagekeken. Alleen moest ze er wel aan denken dat ze de kapper – net als alles in haar bestaan – een plaats gaf in haar overvolle agenda.
Ze negeerde het rookverbod en haalde haar sigaretten uit haar tas. Haastig stak ze er eentje op. Ze inhaleerde diep, wachtend op het kalmerende effect van de nicotine. Voordat ze de rook kon uitblazen, hoorde ze een deur dichtslaan. Ze drukte de sigaret uit in een schoteltje, waarop al veel te veel peuken met lippenstift lagen voor iemand die probeerde met roken te stoppen. De voetstappen kwamen kordaat en met een galmende echo haar kant uit. Ze greep het schoteltje en zocht naar een plek om het te verstoppen, terwijl ze ondertussen de rook weg wapperde. Uiteindelijk gooide ze het schoteltje in paniek in de prullenmand onder haar bureau. Het porselein ratelde tegen de metalen zijkant op het moment dat Pete Dunlap de kamer binnen kwam.
‘Hamilton, ik ben blij dat je er nog bent.’ Hij streek over zijn verweerde gezicht in een mislukte poging de uitputting die zich daarop aftekende, weg te wissen. Pete werkte al bijna vijftig jaar bij de Omaha Journal. Hij was er ooit begonnen als bezorger. Ondanks zijn witte haar, zijn dubbelfocusbril en zijn jichtige handen was hij een van de weinigen die de krant geheel op eigen kracht zou kunnen uitbrengen, want hij had alle afdelingen van het bedrijf doorlopen.
‘Ik heb echt een verschrikkelijke aanval van writer’s block,’ verontschuldigde Christine zich glimlachend. Want waarom zou iemand nog zo laat aan de bijlage Living Today werken? Ze was blij Pete te zien in plaats van Charles Schneider, de gebruikelijke hoofdredacteur voor de nacht, een man die de redactie commandeerde als een legerbevelhebber.
‘Bailey heeft zich ziek gemeld. Russell zit nog steeds op dat seksschandaal van congreslid Neale, en ik heb Sanchez er net op uitgestuurd om een verhaal te schrijven over een ongeluk op Highway 50. Er is iets aan de hand in Sarpy County, op Old Church Road, vlak bij de rivier. Ernie kon niet veel wijs worden uit de politieradio, maar er schijnt een hele vloot patrouillewagens onderweg te zijn. Het kan natuurlijk weer een stel dronken tieners zijn, dat met de tractoren van hun vaders aan het sodemieteren is geslagen. Ik weet dat je geen deel uitmaakt van de nieuwsredactie, Hamilton, maar zou je het erg vinden om een kijkje te gaan nemen?’
Christine probeerde haar opwinding te bedwingen en keerde haar gezicht naar het halfbakken artikel op haar computerscherm om haar glimlach te verbergen. Eindelijk, dit was haar kans op echt nieuws! Zelfs al zou het een stel dronken pubers blijken te zijn.
Blijkbaar legde Pete haar aarzeling verkeerd uit. ‘Ik praat wel met Whitman als hij vraagt waarom je werk niet af is.’
‘Oké, jij je zin. Ik ga wel even poolshoogte nemen.’ Ze koos haar woorden zorgvuldig om te benadrukken dat zij hem een gunst bewees, en niet andersom. Hoewel ze pas een jaar bij de krant werkte, was het haar allang duidelijk dat gunsten een betere kans op promotie boden dan talent.
‘Neem de Interstate maar, want Highway 50 zal wel verstopt zitten vanwege dat ongeluk. Dan neem je afslag 372 naar Highway 66. Old Church Road is zo’n tien kilometer naar het zuiden.’
Bijna was ze hem in de rede gevallen. Als tiener had ze ruime ervaring opgedaan met Old Church Road, op de achterbank van de auto van haar vriendjes. Daarmee zou ze echter al haar inspanningen tenietdoen om haar plattelandsafkomst wat te verdoezelen. Dus schreef ze braaf zijn instructies op.
‘Kom daarna meteen terug naar de redactie, zodat we misschien nog een paar alinea’s in de ochtendeditie kwijt kunnen.’
‘Komt voor elkaar.’ Ze gooide haar tas over haar schouder en moest zich beheersen om niet huppelend naar de deur te lopen.
‘Als Russell maar half zo snel schreef als hij praat, zou ik al een erg gelukkig mens zijn,’ hoorde ze Pete nog mopperen, terwijl ze de deur achter zich dichttrok.
Eenmaal buiten, op het donkere parkeerterrein, maakte ze een paar huppelpassen. ‘Eindelijk!’ riep ze tegen de betonnen muur. Dit was haar kans om aan de andere kant van de deur te belanden, om recepten en huishoudelijke tips in te ruilen voor het echte nieuws. Wat er ook aan de hand was, daar bij de rivier, ze zou eruit halen wat erin zat. En als er helemaal geen verhaal was… ach, een goede verslaggever wist er altijd wel iets van te maken.