Hoofdstuk 73

 

 

 

Maggie besloot een briefje voor Nick achter te laten, hoewel ze niet goed wist wat ze moest schrijven.

 

Beste Nick,

Ik ben naar het kerkhof, op zoek naar de moordenaar.

Maggie

 

Het klonk bizar, maar het was meer dan wat ze had achtergelaten toen ze achter Albert Stucky aan was gegaan. Het verschil was dat ze die avond niet echt had gedacht dat ze Stucky zou vinden. Ze was gewoon een tip gaan natrekken, in de hoop zijn schuilplaats te vinden. Het was nooit bij haar opgekomen dat hij haar opwachtte, dat hij een val voor haar had gezet. Deed deze moordenaar misschien hetzelfde? Had hij een val gezet en wachtte hij tot ze er met open ogen in liep?

‘Ik geloof dat Nick weg is!’ riep Lucy toen ze zag dat Maggie haar hand op de knop van zijn deur legde.

‘Ja, dat had ik al gehoord. Ik leg alleen een briefje voor hem neer.’

Lucy leek niet tevreden. Ze stond met haar handen in haar zij alsof ze meer uitleg verwachtte. Toen Maggie die niet verschafte, voegde ze eraan toe: ‘Er is trouwens voor u gebeld. Door het kantoor van de aartsbisschop.’

‘Hebben ze een boodschap achtergelaten?’ Maggie had met een zekere broeder Jonathon gesproken, die haar had verzekerd dat de kerk niet geloofde dat de dood van Father Francis een criminele achtergrond had, evenmin dat deze iets anders was geweest dan een betreurenswaardig ongeluk.

‘Wacht even.’ Zuchtend bladerde Lucy door een stapel boodschappen. ‘Hier heb ik het. Volgens broeder Jonathon heeft Father Francis geen familie meer en treft de kerk alle regelingen voor de begrafenis.’

‘Hebben ze nog iets gezegd over toestemming tot autopsie?’

Lucy keek verrast op, maar het kon Maggie niet langer schelen.

‘Ik heb de boodschap zelf aangenomen,’ zei Lucy zacht, bijna medelevend, begrijpend wat de noodzaak tot een autopsie impliceerde. ‘Meer heeft hij niet gezegd.’

‘Oké, bedankt.’ Maggie legde haar hand weer op de deurknop van Nicks kantoor.

‘Ik kan Nick wel een boodschap doorgeven als u dat wilt.’

Weg was het medeleven, onmiddellijk vervangen door pure nieuwsgierigheid.

‘Bedankt, maar ik leg het wel op zijn bureau.’

Maggie ging naar binnen, maar ze deed het licht niet aan. In plaats daarvan maakte ze gebruik van het schijnsel van de lantaarns buiten op straat. Ze stootte haar scheenbeen tegen een stoelpoot.

‘Wel vervloekt,’ mompelde ze, terwijl ze zich bukte om haar hand op de pijnlijke plek te leggen. Voorovergebogen en over haar been wrijvend, ontdekte ze Nick. Hij zat op de grond, in een hoek van het vertrek. In het donker zag ze dat hij met opgetrokken knieën uit het raam zat te staren, alsof hij zich niet bewust was van haar aanwezigheid.

Ze had gemakkelijk kunnen doen alsof ze hem niet had gezien, haar briefje kunnen neerleggen en weer kunnen vertrekken. Dat deed ze echter niet. Zonder een woord te zeggen liep ze naar hem toe en ging naast hem zitten. Ze volgde zijn blik uit het raam. Vanwaar hij zat, was daarbuiten niets anders te zien dan de zwarte hemel. Uit haar ooghoeken zag ze dat zijn lip was gescheurd en opgezet. Opgedroogd bruin bloed besmeurde zijn volmaakt gebeeldhouwde kaak. Hij bewoog nog steeds niet en liet nog altijd niet blijken dat hij zich van haar aanwezigheid bewust was.

‘Ik zal je eens wat zeggen, Morrelli. Voor een ex-footballspeler vecht je als een meid.’ Ze wilde hem boos maken, hem bewust maken van zijn gevoel, want ze herkende die verdoofdheid, die leegheid die een mens heel lang kon verlammen als niemand hem daarmee confronteerde. Hij zei niets, en ze zat zwijgend naast hem. Minuten verstreken. Ze moest hier weg. Ze kon het zich niet permitteren te delen in zijn pijn. Ze kon het zich niet permitteren zich zijn lot aan te trekken. Haar eigen kwetsbaarheid was al een enorm risico. Ze kon de zijne er niet bij nemen.

Net toen ze aanstalten maakte overeind te komen, begon hij te praten. ‘Het was verkeerd wat mijn vader over je zei.’

Ze leunde achterover. ‘Wil je daarmee zeggen dat ik geen lekker achterste heb?’

Eindelijk zag ze een zweem van een glimlach op zijn gezicht.

‘Oké, gedeeltelijk verkeerd.’

‘Maak je geen zorgen, Morrelli. Ik heb wel ergere dingen gehoord.’ Dat was zo, hoewel ze telkens weer verrast was hoezeer het haar stak.

‘Toen deze hele zaak begon, was mijn enige zorg welke indruk ik zou wekken. Niemand mocht denken dat ik incompetent was.’ Hij ontweek haar blik en bleef uit het raam kijken.

Haar ogen waren inmiddels gewend aan de duisternis, en ze keek hem aan. Ondanks zijn gehavende uiterlijk was hij nog altijd opmerkelijk knap, met alle klassieke trekken: een krachtige kaak, donker haar, een gebruinde huid, een sensuele mond, zelfs zijn oorlellen waren volmaakt.

Toch leken die fysieke kenmerken die ze aanvankelijk zo aantrekkelijk had gevonden, inmiddels minder belangrijk. Het was zijn rustige, vaste stem die haar aantrok. Het waren zijn warme, hemelsblauwe ogen waardoor haar knieën het dreigden te begeven. Het was de manier waarop die ogen haar aankeken, alsof ze de belangrijkste persoon op de hele wereld was. De manier waarop ze tot in het diepst van haar ziel leken te kijken, in de hoop daar de ware Maggie te ontdekken. Onder de blik van die ogen voelde ze zich naakt, maar tegelijkertijd vol leven. Nu hij haar die blik ontzegde, voelde ze zich berooid, beroofd van de intieme band die er tussen hen was gegroeid. Tegelijkertijd besefte ze dat zoveel intimiteit met een man die ze amper een week kende niet goed was. Ze wachtte zwijgend af, heen en weer geslingerd tussen de angst en de hoop dat hij een geheim met haar zou delen dat hun intimiteit alleen maar zou vergroten.

‘Er is maar al te duidelijk gebleken dat ik incompetent ben. Ik heb geen idee hoe ik leiding moet geven aan een moordonderzoek. Als ik dat meteen had toegegeven… zou Timmy nu misschien niet vermist zijn.’

Zijn bekentenis verraste haar. Dit was niet de brutale, arrogante sheriff die ze dagen daarvoor had leren kennen. Toch verried zijn bekentenis geen zelfmedelijden, niet eens spijt. In plaats daarvan besefte ze dat het een opluchting voor hem was het eindelijk hardop te zeggen.

‘Je hebt gedaan wat je kon, Nick. Als je meer had moeten doen, of als je het anders had moeten aanpakken, had ik het je gezegd. Echt waar. Ik neem zelden een blad voor de mond, voor het geval je dat nog niet had gemerkt.’

Weer een glimlach. Hij leunde achterover tegen de muur en strekte zijn lange, gespierde benen.

Even dacht ze dat het voorbij was.

‘Maggie, ik ben zo… Ik moet voortdurend aan hem denken. Dan zie ik hem… in het gras, met diezelfde lege blik in zijn ogen. Ik heb me nog nooit zo…’ De rustige, krachtige stem haperde. ‘Ik voel me zo verdomd hulpeloos.’ Hij trok zijn knieën weer op.

Ze hief haar hand op, maar verstarde in de beweging. Ze had hem willen troosten, willen strelen. In plaats daarvan schoof ze een eindje bij hem vandaan en leunde tegen de muur, terwijl ze probeerde het overweldigende verlangen om hem aan te raken van zich af te zetten. Weer een blik. Maanlicht kroop de kamer binnen en verlichtte zijn profiel. Wat had Nick Morrelli waardoor ze ernaar verlangde weer compleet te zijn? Waardoor ze besefte dat ze dat niet was?

‘Weet je, ik heb mijn hele leven alles gedaan wat mijn vader zei…’ Hij legde zijn kin op zijn knieën. ‘Het was niet eens zozeer dat ik hem een plezier wilde doen. Het was gewoon de gemakkelijkste weg, want zijn verwachtingen leken altijd lager dan de mijne. Ik dacht dat ik als sheriff van Platte City bekeuringen moest uitschrijven, verdwaalde honden moest thuisbrengen en af en toe een ruzie in een kroeg moest oplossen. Misschien heel soms een verkeersongeluk afhandelen. Maar geen moord oplossen. Daar was ik volstrekt niet op voorbereid.’

‘Ik geloof niet dat iets je kan voorbereiden op de moord op een kind. Hoeveel doden je ook hebt gezien.’

‘Timmy mag niet op dezelfde manier eindigen als Danny en Matthew. Dat kan gewoon niet, maar… wat moet ik ertegen doen?’ Opnieuw klonk er een hapering in zijn stem. Ze keek hem aan, en hij wendde zijn gezicht af. ‘Er is verdomme niets wat ik ertegen kan doen.’

Ze hoorde de tranen in zijn stem, hoewel hij probeerde ze te maskeren met woede. Opnieuw strekte ze haar hand uit; opnieuw aarzelde ze. Ten slotte legde ze haar hand op zijn schouder. Ze verwachtte dat hij zou schrikken, maar hij bleef doodstil zitten. Vervolgens streek ze over zijn schouderbladen, zijn rug. Toen ze het gevoel kreeg dat haar troostende gebaren te intiem waren, trok ze haar hand terug, maar hij reikte omhoog en nam die voorzichtig in de zijne. Naar haar opkijkend, legde hij haar hand op zijn gezwollen kaak.

‘Ik ben blij dat je er bent.’ Zijn ogen hielden de hare vast. ‘Maggie… ik denk dat ik…’

Ze trok haar hand terug, plotseling ongemakkelijk door wat hij ging zeggen. Dit had niets meer met flirten te maken. Ze zag hem aarzelen, worstelen met gevoelens waarover ze niets wilde horen.

‘Wat er ook gebeurt, het is niet jouw schuld, Nick,’ zei ze alsof ze dacht dat hij zoiets had willen zeggen. ‘Je doet wat je kunt. Het is onzin om de verantwoordelijkheid bij jezelf te leggen.’

Doordringend keek hij haar aan, met die blik waarmee hij op zoek leek naar haar diepste zelf. ‘En die nachtmerries dan?’ vroeg hij zacht. ‘Jij blijft jezelf ook nog altijd verantwoordelijk houden. Waarvoor, Maggie? Heeft het met Stucky te maken?’

Duister kwaad
CoverPage.html
section-0001.html
section-0002.html
section-0003.html
section-0004.html
section-0005.html
section-0006.html
section-0007.html
section-0008.html
section-0009.html
section-0010.html
section-0011.html
section-0012.html
section-0013.html
section-0014.html
section-0015.html
section-0016.html
section-0017.html
section-0018.html
section-0019.html
section-0020.html
section-0021.html
section-0022.html
section-0023.html
section-0024.html
section-0025.html
section-0026.html
section-0027.html
section-0028.html
section-0029.html
section-0030.html
section-0031.html
section-0032.html
section-0033.html
section-0034.html
section-0035.html
section-0036.html
section-0037.html
section-0038.html
section-0039.html
section-0040.html
section-0041.html
section-0042.html
section-0043.html
section-0044.html
section-0045.html
section-0046.html
section-0047.html
section-0048.html
section-0049.html
section-0050.html
section-0051.html
section-0052.html
section-0053.html
section-0054.html
section-0055.html
section-0056.html
section-0057.html
section-0058.html
section-0059.html
section-0060.html
section-0061.html
section-0062.html
section-0063.html
section-0064.html
section-0065.html
section-0066.html
section-0067.html
section-0068.html
section-0069.html
section-0070.html
section-0071.html
section-0072.html
section-0073.html
section-0074.html
section-0075.html
section-0076.html
section-0077.html
section-0078.html
section-0079.html
section-0080.html
section-0081.html
section-0082.html
section-0083.html
section-0084.html
section-0085.html
section-0086.html
section-0087.html
section-0088.html
section-0089.html
section-0090.html
section-0091.html
section-0092.html
section-0093.html
section-0094.html
section-0095.html
section-0096.html
section-0097.html
section-0098.html
section-0099.html
section-0100.html
section-0101.html
section-0102.html
section-0103.html
section-0104.html
section-0105.html
section-0106.html
section-0107.html
section-0108.html
section-0109.html
section-0110.html