Hoofdstuk 48

 

 

 

De sneeuw explodeerde tot opstuivend, wit poeder onder zijn dreunende voetstappen, terwijl hij door de sneeuwhopen ploeterde. Sneeuw plakte aan de pijpen van zijn broek en lekte in zijn schoenen. Zijn voeten veranderden in klompen ijs. Het was alsof zijn lichaam zich aan zijn controle onttrok. Het dreef hem voort, de helling af, met een snelheid waardoor hij elk moment voorover kon vallen.

Toen hoorde hij ze, hun gelach en geschreeuw. Hij kwam glijdend tot stilstand en botste tegen struiken en bevroren prairiegras, die voorkwamen dat hij in het pad van de sleeënde kinderen terechtkwam. Daar lag hij, in de sneeuw, terwijl de witte dood de warmte uit zijn lichaam zoog. Hij probeerde zijn gejaagde ademhaling onder controle te krijgen door in te ademen door zijn neus en een witte wolk weer uit te blazen.

Ze hadden naar huis moeten gaan zolang het bonzen in zijn hoofd nog had gezwegen. Waarom waren ze niet naar huis gegaan? Nog even, en het werd donker. Zou het eten op hen wachten op de tafel, of zou er alleen een briefje liggen en een bord met eten in de magnetron staan? Zouden hun ouders thuis zijn om ervoor te zorgen dat ze hun natte kleren uittrokken? Zou er iemand zijn om hen in bed te stoppen?

Hij kon de herinneringen niet verdringen en probeerde het ook niet meer. Met zijn gezicht in de sneeuw hoopte hij dat het bonzen zou ophouden. Hij zag zichzelf als twaalfjarig jongetje, in een groen legerjack met een te dunne voering. De wind drong door zijn verstelde spijkerbroek. Hij had geen laarzen. Er was meer dan vijfentwintig centimeter sneeuw gevallen, en het hele leven in de stad was stil komen te liggen, zodat zijn stiefvader nergens anders heen kon dan naar de slaapkamer van zijn moeder. Hij was naar buiten gestuurd om ‘met zijn vriendjes in de sneeuw te gaan spelen’, maar hij had geen vriendjes. Andere kinderen lachten hem alleen maar uit om zijn armoedige kleren en zijn slungelachtige bouw.

Nadat hij uren in de koude achtertuin naar de sleeënde kinderen had gekeken, besloot hij naar binnen te gaan, maar de deur zat op slot. Door het dunne hout en het glas hoorde hij de kreten en het gekreun van zijn moeder – pijn en genot, niet van elkaar te onderscheiden. Moest seks pijn doen? Hij kon zich niet voorstellen dat hij van zoiets zou kunnen genieten wanneer hij groot was. En hij schaamde zich voor zijn opluchting. Want zolang zijn stiefvader zijn lusten op zijn moeder botvierde, zou hij zijn kleine lichaam niet komen teisteren.

Terwijl hij in de bittere winterkou voor de deur zat, bedacht hij een plan. Het was heel eenvoudig. Het enige wat hij nodig had, was een stukje touw. Als zijn stiefvader de volgende morgen naar zijn werkplaats in de kelder zou gaan, zou hij er op een brancard weer uit komen. Daarna zouden zijn moeder en hij nooit meer bang hoeven te zijn; ze zouden zich nooit meer hoeven te schamen. Hoe had hij kunnen weten dat zijn moeder de volgende ochtend als eerste naar beneden zou gaan? Op die ochtend kwam er een eind aan zijn leven. Want op die ochtend maakte dat gruwelijk slechte jongetje een eind aan het leven van zijn moeder.

Plotseling voelde hij dat hij niet langer alleen was. Hij hoorde ademen, gesnuffel. Toen hij opkeek, stond er een zwarte hond over hem heen gebogen. Het dier ontblootte zijn tanden en gromde zacht. Zonder waarschuwing schoten zijn handen naar de keel van de hond. Het gegrom veranderde in een zacht gejank, een gesmoord gerochel, toen werd alles stil.

Hij keek naar de jongens in hun dikke jacks. Ze renden en sprongen met stijve armen en benen. Ten slotte verzamelden ze hun sleden of wat ze daarvoor gebruikten en gingen naar huis. Een van de jongens riep zijn hond, maar na een paar keer gaf hij het op en rende hij achter zijn vriendjes aan. Onder aan de heuvel gingen ze uit elkaar, drie de ene kant uit, twee een andere, en één jongetje bleef alleen en stak het parkeerterrein van de kerk over.

De hemel verkleurde van licht- naar loodgrijs. Een voor een gingen de straatlantaarns aan. Boven zijn hoofd kwam een straalvliegtuig dreunend over. Het geluid werd versterkt door de witte, stille stad. Er was geen auto, geen voetganger te zien terwijl hij in zijn auto stapte. Ondanks het zweet op zijn voorhoofd en zijn bovenlip trok hij de bivakmuts over zijn gezicht. Op de stoel naast zich legde hij een schone zakdoek neer, zorgvuldig en nauwkeurig alsof dat al deel uitmaakte van het ritueel. Hij haalde een flesje uit zijn jaszak, deed het open en bevochtigde het witte linnen. Toen reed hij met gedoofde koplampen zachtjes in de richting van de jongen, die zijn knaloranje slee achter zich aan trok.

Duister kwaad
CoverPage.html
section-0001.html
section-0002.html
section-0003.html
section-0004.html
section-0005.html
section-0006.html
section-0007.html
section-0008.html
section-0009.html
section-0010.html
section-0011.html
section-0012.html
section-0013.html
section-0014.html
section-0015.html
section-0016.html
section-0017.html
section-0018.html
section-0019.html
section-0020.html
section-0021.html
section-0022.html
section-0023.html
section-0024.html
section-0025.html
section-0026.html
section-0027.html
section-0028.html
section-0029.html
section-0030.html
section-0031.html
section-0032.html
section-0033.html
section-0034.html
section-0035.html
section-0036.html
section-0037.html
section-0038.html
section-0039.html
section-0040.html
section-0041.html
section-0042.html
section-0043.html
section-0044.html
section-0045.html
section-0046.html
section-0047.html
section-0048.html
section-0049.html
section-0050.html
section-0051.html
section-0052.html
section-0053.html
section-0054.html
section-0055.html
section-0056.html
section-0057.html
section-0058.html
section-0059.html
section-0060.html
section-0061.html
section-0062.html
section-0063.html
section-0064.html
section-0065.html
section-0066.html
section-0067.html
section-0068.html
section-0069.html
section-0070.html
section-0071.html
section-0072.html
section-0073.html
section-0074.html
section-0075.html
section-0076.html
section-0077.html
section-0078.html
section-0079.html
section-0080.html
section-0081.html
section-0082.html
section-0083.html
section-0084.html
section-0085.html
section-0086.html
section-0087.html
section-0088.html
section-0089.html
section-0090.html
section-0091.html
section-0092.html
section-0093.html
section-0094.html
section-0095.html
section-0096.html
section-0097.html
section-0098.html
section-0099.html
section-0100.html
section-0101.html
section-0102.html
section-0103.html
section-0104.html
section-0105.html
section-0106.html
section-0107.html
section-0108.html
section-0109.html
section-0110.html