Hoofdstuk 66
‘Sta ik onder arrest?’ vroeg Ray Howard terwijl hij heen en weer schoof op de harde stoel.
Maggie keek hem aan. Zijn gezicht zag ziekelijk bleek, en zijn uitpuilende ogen stonden dof. De rode adertjes rond het waterige grijs verrieden dat hij uitgeput was. Zelf probeerde ze haar uitputting uit haar nek te wrijven. Tussen haar schouders waren haar spieren helemaal verkrampt. Ze probeerde zich te herinneren wanneer ze voor het laatst had geslapen.
In de kleine vergaderkamer klonk het pruttelende geluid van het koffiezetapparaat. De geur van verse koffie vulde het vertrek. Door de stoffige jaloezieën sijpelde het oranje licht van de zonsondergang naar binnen. Nick en zij zaten hier inmiddels al uren. Telkens opnieuw hadden ze dezelfde vragen gesteld, en telkens opnieuw hadden ze dezelfde antwoorden gekregen. Hoewel ze er zelf op had aangedrongen dat Howard werd opgebracht voor ondervraging, geloofde ze nog steeds niet dat hij de moordenaar was. Ze hoopte echter dat hij misschien iets zou weten en onder druk zou doorslaan. Nick bleef er echter van overtuigd dat Howard de man was die ze moesten hebben.
‘Nee, Ray. Je staat niet onder arrest,’ zei Nick ten slotte.
‘Je kunt me hier maar een beperkt aantal uren vasthouden.’
‘Hoe weet je dat, Ray?’
‘Dat lijkt me nogal logisch. Ik kijk altijd naar NYPD Blue, dus ik weet wat mijn rechten zijn. En ik heb een vriend bij de politie.’
‘O ja? Heb je een vriend?’
‘Nick!’ waarschuwde Maggie.
Nick rolde met zijn ogen en schoof de mouwen van zijn overhemd omhoog. Aan zijn gebalde vuisten zag ze dat het hem moeite kostte zijn ongeduld te beheersen.
‘Wil je misschien koffie, Ray?’ vroeg ze beleefd.
De keurig geklede koster aarzelde, toen knikte hij. ‘Melk en twee schepjes suiker. Echte room, als dat er is. En ik heb liever niet die kleine suikerklontjes.’
‘Wil je misschien ook iets eten? Je zit hier al sinds voor de lunch, en het is inmiddels bijna zes uur. Nick, zou jij iets voor ons willen bestellen bij Wanda?’
Dreigend keek Nick haar aan.
Howard ging daarentegen enthousiast rechtop zitten. ‘Ik ben dol op de schnitzels daar.’
‘Mooi. Nick, wil je dan misschien een schnitzel voor Mr. Howard bestellen?’
‘Met puree en bruine jus, geen witte saus. En Italiaanse dressing bij mijn salade, maar die wil ik er niet overheen.’
‘Verder nog iets?’ Nick deed geen moeite om zijn ongeduld en zijn sarcasme te verbergen.
Howard kromp ineen in zijn stoel. ‘Nee, dat is alles.’
‘En jij, O’Dell?’ Hij wierp haar een gefrustreerde blik toe.
‘Een broodje ham-kaas. Volgens mij weet je hoe ik het graag hebben wil.’ Ze glimlachte naar hem en constateerde tevreden dat zijn stoppelige kaken ontspanden en dat de blik in zijn ogen zachter werd.
‘Ja, dat weet ik.’ De herinnering verdrong op slag het sarcasme en de frustratie. ‘Ik ben zo terug.’
Nadat ze een dampende kop koffie voor Howard had neergezet, begon ze door het vertrek te ijsberen, wachtend tot hij zich zou ontspannen. Ondertussen deed ze de lampen aan. Tl-licht overstroomde het vertrek. Howard knipperde met zijn ogen. Toen hij met zijn lange, spitse tong van de koffie proefde, deed hij haar denken aan een hagedis. Met zijn hoofd iets schuin luisterde hij voortdurend naar de geluiden in de andere vertrekken van het bureau. Hoewel de muren de geluiden dempten, waren er duidelijk haastige voetstappen te horen, rinkelende telefoons en af en toe een stem die boven het geroezemoes uitsteeg.
Zodra ze dacht dat hij haar aanwezigheid vergeten was, ging ze achter hem staan. ‘Je weet waar Timmy Hamilton is, waar of niet, Ray?’
Op slag hield hij op met slurpen, rechtte zijn rug en zette zich schrap.
‘Nee, dat weet ik niet. Net zomin als ik weet hoe die telefoon in mijn la is gekomen. Ik had dat ding nog nooit gezien.’
Ze liep om de tafel heen en ging tegenover hem zitten. De knipperende hagedissenogen probeerden de hare te ontwijken en richtten zich ten slotte op haar kin, na een snelle blik op haar borsten. Van onder de boord van zijn overhemd kroop er een vuurrode blos langs zijn hals omhoog.
‘Sheriff Morrelli denkt dat je Danny Alverez en Matthew Tanner hebt vermoord.’
‘Ik heb niemand vermoord!’
‘Ik geloof je, Ray, maar hij niet.’
Hij hief verrast zijn hoofd op en keek haar in de ogen om te zien of ze hem voor de gek hield. ‘Echt waar?’
‘Ja. Ik denk niet dat je die jongens hebt vermoord.’
‘Mooi, want dat heb ik ook niet gedaan.’
‘Maar ik denk wel dat je meer weet dan je ons vertelt. Ik denk dat je weet waar Timmy is.’
Hij ontkende het niet, maar zijn blik schoot door het vertrek – als van een hagedis die zocht naar een mogelijkheid om te ontsnappen. De hete mok hield hij met beide handen vast, en Maggie zag dat de nagels op zijn korte, stompe vingers ver waren afgebeten. Het waren beslist niet de handen van een man die werd geobsedeerd door properheid.
‘Als je het ons vertelt, kunnen we je helpen. Maar als blijkt dat je iets wist en dat je het hebt achtergehouden, kun je ook voor heel lang de gevangenis in draaien. Zelfs als je die jongens niet hebt vermoord.’
Met zijn hoofd schuin luisterde hij naar de activiteiten aan de andere kant van de deur. Misschien hoopte hij dat Nick terug zou komen om hem van haar te bevrijden.
‘Waar is Timmy, Ray?’
Hij hield zijn hand voor zijn gezicht, bestudeerde zijn vingers en begon te bijten aan wat er nog over was van zijn nagels.
‘Ray?’
‘Ik weet het niet! Van geen enkel kind!’ riep hij woedend uit, met zijn gele tanden op elkaar geklemd. ‘En dat ik af en toe met de pick-up rijd om hout te gaan hakken, bewijst niets. Helemaal niets.’
Maggie ging met haar vingers door haar haren. Door het gebrek aan slaap en eten voelde ze zich licht in haar hoofd. Hadden ze een hele middag verspild? Keller kon die mobiele telefoon gemakkelijk in Howards kamer hebben verstopt. Toch kon ze zich niet voorstellen dat er iets in de pastorie gebeurde zonder dat Howard ervan wist.
‘Waar ga je heen om hout te hakken, Ray?’
Taxerend keek hij haar aan, nog altijd zuigend op zijn vingertoppen.
‘Ik heb de haard in de pastorie gezien,’ vervolgde ze. ‘Daar is vast en zeker veel hout voor nodig. Vooral als de kou al zo vroeg invalt.’
‘Dat klopt, en Father Francis vindt het prettig…’ Hij zweeg en keek naar de grond. ‘God hebbe zijn ziel,’ mompelde hij tegen zijn voeten. Toen keek hij weer op. ‘Father Francis vond het prettig als het lekker warm was in die kamer.’
‘Waar ga je het hout halen?’
‘Bij de rivier. De kerk heeft daar nog een stuk grond. Bij de oude kerk. Dat was een prachtig kerkje. Inmiddels staat het op instorten. Ik haal er een heleboel droog iepen- en walnotenhout, en ook wat eikenhout. Het walnotenhout brandt het best.’ Hij zweeg en keek uit het raam.
Maggie volgde zijn starende blik. De zon zonk achter de besneeuwde horizon, bloedrood tegen het wit. Houthakken deed hem ergens aan denken. Waaraan?
Ja, Ray Howard wist veel meer dan hij toegaf, maar noch een dreigende gevangenisstraf noch de belofte van Wanda’s schnitzel had hem aan het praten kunnen krijgen. Ze zouden hem moeten laten gaan.