Proloog

 

 

 

Penitentiaire Inrichting

Lincoln, Nebraska

Woensdag, 17 juli

 

‘Vergeef mij, Vader, want ik heb gezondigd.’ Door de rauwe, monotone manier waarop Ronald Jeffreys het zei, klonk het eerder uitdagend dan als een bekentenis.

Father Stephen Francis staarde naar Jeffreys’ handen, gehypnotiseerd door de grote knokkels, de stompe vingers en door de nagels, die tot op het leven waren afgebeten. De vingers draaiden – in een wurgende greep – aan de punt van Jeffreys’ blauwe gevangenisoverhemd. De oude pastor stelde zich voor hoe diezelfde vingers zich in een dodelijke, wurgende greep om de keel van de kleine Bobby Wilson hadden gesloten.

‘Lijkt dat er een beetje op? Doe ik het zo goed?’

Jeffreys’ stem deed de pastor opschrikken uit zijn gedachten. ‘Dat is prima,’ antwoordde hij haastig.

Zijn zweterige handen plakten aan het leer van zijn bijbel. Plotseling had hij het gevoel alsof zijn boord te strak zat. Alsof er in de dodencel niet genoeg zuurstof was voor hen allebei. De grijze, betonnen muren leken op hem af te komen. Achter het kleine raam was de avondhemel al gitzwart. De scherpe geur van groene paprika’s met ui prikte in zijn neus. Met een gevoel van misselijkheid keek hij naar de restanten van Jeffreys’ laatste maaltijd: wat stukken pizza met hier en daar een kleverig plasje frisdrank. Een vlieg zoemde boven de kruimels van wat eens een stuk kwarktaart was geweest.

‘En verder?’ vroeg Jeffreys, wachtend op instructies.

Father Francis kon zijn gedachten niet ordenen onder Jeffreys’ doordringende, starende blik. Door de geluiden die van buiten tot de cel doordrongen, was het hem onmogelijk zich te concentreren. Op het terrein voor de gevangenis had zich een grote menigte verzameld. Naarmate het middernachtelijk uur naderde en de alcohol zich meer liet gelden, werden de gezangen steeds luider, de stemmen steeds rauwer. De naderende executie werd aangegrepen als een morbide excuus voor een verbroederingsfeest in de openlucht.

‘Jeffreys op de stoel! Jeffreys op de stoel!’ De gescandeerde aanmoedigingskreten klonken zowel melodieus en meeslepend als ziek en angstaanjagend.

Jeffreys leek zich niets van het geschreeuw aan te trekken. ‘Ik weet niet meer zo goed hoe het gaat. Wat moet ik nou zeggen?’

Ja, wat moest hij nu zeggen? Na vijftig jaar als biechtvader te zijn opgetreden, had Father Francis plotseling het gevoel alsof zijn hoofd leeg was. ‘Je zonden,’ wist hij uit te brengen, hoewel zijn keel leek te worden dichtgesnoerd. ‘Vertel me in hoeverre je hebt gezondigd.’

Nu aarzelde Jeffreys. Hij trok een draad uit de zoom van zijn overhemd, wikkelde die om zijn wijsvinger en trok hem zo hard aan, dat de punt van zijn vinger rood werd en opzwol.

De pastor schonk hem een lange blik. Zoals Jeffreys onderuitgezakt op de harde, rechte stoel zat, leek hij niet op de man die hij kende van de korrelige krantenfoto’s, de televisiebeelden. Met zijn kaalgeschoren hoofd en zonder zijn baard zag hij er bijna kwetsbaar, jongensachtig uit. Hij leek ineens veel jonger dan zijn zesentwintig jaar. Na zes jaar in de dodencel was hij zwaarder geworden, maar het jongensachtige was gebleven. Plotseling besefte Father Francis met een gevoel van weemoed dat dit jongensachtige gezicht nooit groeven zou krijgen, dat het nooit lachrimpels zou kennen.

Het gevoel van weemoed verdween echter zodra Jeffreys naar hem opkeek. Zijn koude, blauwe ogen hielden de blik van de oude pastor vast. Ze waren ijsblauw, als glas, maar ook scherp als glas. Het waren lege ogen zonder enige emotie. Ja, zo moest het kwaad eruitzien. De pastor knipperde met zijn ogen en wendde zijn hoofd af.

‘Vertel je me zonden,’ herhaalde hij, geschokt door de trilling in zijn stem. Hij kon geen lucht krijgen en schraapte zijn keel. ‘Vertel me je zonden en zeg dat je oprecht berouw hebt.’

Jeffreys staarde hem aan. Toen ineens, zonder enige waarschuwing, begon hij bijna blaffend te lachen.

Father Francis schrok, waardoor Jeffreys alleen maar nog harder begon te lachen. Met trillende vingers, zijn blik op Jeffreys’ handen gericht, omklemde de pastor zijn bijbel. Waarom had hij erop gestaan dat de bewaker Jeffreys’ handboeien afdeed? Zelfs God kon deze dolende ziel niet meer redden. Zweetdruppels gleden over de rug van de pastor. Even overwoog hij ervandoor te gaan, te ontsnappen voordat Jeffreys besefte dat een laatste moord zijn straf niet zwaarder zou maken. Toen besefte hij dat de deur alleen van buitenaf kon worden geopend.

Het gelach hield net zo plotseling op als het was begonnen. Even bleef het stil.

‘U bent net als de rest,’ klonk het zacht, maar beschuldigend. De woorden leken diep uit zijn keel te komen, uit een plek waar slechts dood en verdoemenis heersten. Desondanks glimlachte Jeffreys, waardoor zijn kleine, scherpe tanden zichtbaar werden. De voortanden waren iets langer dan de rest. ‘U hoopt dat ik iets ga bekennen wat ik niet heb gedaan.’ Hij trok opnieuw aan de zoom van zijn overhemd en begon de stof met een zacht, raspend geluid aan repen te scheuren.

‘Ik weet niet waarover je het hebt.’ Father Francis stak een vinger tussen zijn boord. Tot zijn ontsteltenis had de trilling van zijn stem zich verplaatst naar zijn handen. ‘Ik had begrepen dat je om een priester had gevraagd. Dat je wilde biechten.’

‘Ja… dat is ook zo.’ Opnieuw die monotone stem. Jeffreys aarzelde slechts heel even. ‘Ik heb Bobby Wilson vermoord,’ zei hij op een toon alsof hij een pizza bestelde. ‘Ik legde mijn handen… mijn vingers om zijn nek. Eerst maakte hij nog een rochelend geluid; hij kokhalsde, en toen was het stil.’ Zijn stem klonk gedempt, ingehouden, bijna afstandelijk – alsof hij had gerepeteerd hoe hij het zou zeggen.

‘Hij schopte een beetje, maar dat stelde niets voor. Het was echt een slappeling. Volgens mij wist hij dat het met hem gebeurd was. Hij verzette zich nauwelijks. Zelfs niet toen ik hem verkrachtte.’ Na deze woorden zweeg hij en keek naar Father Francis, tevreden bij het zien van de geschokte uitdrukking op het gezicht van de oude pastor.

‘Ik heb gewacht met hem open te snijden tot hij dood was. Hij voelde niets meer. Dus ik bleef maar op hem inhakken. Toen heb ik hem nog een keer gepakt.’ Ineens hield hij zijn hoofd schuin, alsof iets zijn aandacht had getrokken. Had hij eindelijk in de gaten wat er buiten aan de hand was?

Father Francis zei niets. Kon het zijn dat Jeffreys het bonzen van zijn hart had gehoord? Als iets uit een griezelverhaal beukte het tegen de ribben van de oude pastor. Verraderlijk, net als zijn handen.

‘Ik heb al eerder gebiecht,’ vervolgde Jeffreys. ‘Meteen nadat het was gebeurd, maar de pastor… Nou ja, laten we maar zeggen dat hij niet zo goed wist wat hij ermee aan moest. Deze keer biecht ik rechtstreeks tot God. Begrijpt u wat ik bedoel? Ik geef toe dat ik Bobby Wilson heb vermoord.’ Het scheuren ging door, met snelle, abrupte bewegingen. ‘Maar die andere twee jongens… die heb ik niet vermoord. Hoort u dat? Ik heb ze niet vermoord!’ Hij begon harder te praten. Zijn stem verloor zijn monotone klank. ‘Ik heb Harper en Paltrow niet vermoord!’

Even bleef het stil, toen verscheen er een zelfvoldane grijns om Jeffreys’ lippen. ‘Maar wat doet het ertoe? Dat weet God toch allang. Zegt u het eens, Father. Heb ik gelijk of niet?’

‘God kent de waarheid.’ Father Francis probeerde in die koude, blauwe ogen te kijken, maar wendde haastig zijn hoofd af, bang dat zijn eigen schuld in zijn ogen te lezen zou staan.

‘Ik ga op de elektrische stoel omdat ze denken dat ik een seriemoordenaar ben die het op kleine jongetjes heeft voorzien,’ zei Jeffreys bijtend, met zijn tanden op elkaar. ‘Ja, ik heb Bobby Wilson vermoord, en ik heb ervan genoten. Dus misschien verdien ik de doodstraf. Maar God weet dat ik die twee andere jongens niets heb gedaan. Er loopt nog altijd een monster vrij rond, Father.’ Weer een verwrongen grijns. ‘Een monster dat nog gruwelijker is dan ik.’

Op de gang klonk het gerinkel van metaal tegen metaal. Father Francis schrok. De bijbel viel met een klap op de grond. Deze keer lachte Jeffreys niet. De oude pastor hield stand onder zijn blik, maar ze maakten geen van beiden aanstalten het heilige boek op te rapen.

Kwamen ze Jeffreys nu al halen? Het leek te vroeg, hoewel niemand verwachtte dat de executie nog zou worden uitgesteld.

‘Heb je oprecht berouw van je zonden?’ fluisterde Father Francis alsof hij in de biechtstoel van St. Margaret’s zat.

Ja, op de gang kwamen er inderdaad voetstappen hun kant uit. Het was zover. Jeffreys zat als verlamd, luisterend naar het getik van marcherende laarzen die steeds dichterbij kwamen.

‘Heb je oprecht berouw?’ probeerde Father Francis nog eens. Zonder berouw zou hij de veroordeelde geen absolutie kunnen verlenen.

De deur ging open, waardoor het was alsof alle zuurstof die er nog in de kamer was naar buiten werd gezogen. In de deuropening verschenen nu drie breedgeschouderde bewakers.

‘Het is tijd,’ zei een van hen.

‘De voorstelling gaat beginnen, Father.’ Jeffreys’ lippen krulden zich om zijn opeengeklemde tanden. Zijn blauwe ogen stonden nog altijd scherp en helder, maar ook volkomen leeg. Plotseling keerde hij zich naar de drie geüniformeerde mannen en stak zijn polsen naar voren.

Father Francis kromp ineen bij het geluid van de dichtklikkende boeien. Vervolgens hoorde hij dat het getik van de laarzen zich verwijderde, vergezeld door een trieste combinatie van schuifelende schoenen en rinkelend metaal, de hele lange gang door.

Een verschaalde lucht dreef de kamer binnen en voelde koud aan op zijn bezwete, klamme huid. De rillingen liepen hem over de rug. Gretig probeerde hij zijn longen vol te zuigen, maar hij kwam niet verder dan een oppervlakkig, astmatisch gehijg. Uiteindelijk werd het bonzen in zijn borst minder. Wat bleef was slechts een pijnlijk, verkrampt gevoel.

‘Moge God Ronald Jeffreys bijstaan,’ fluisterde Father Francis in de lege cel.

Jeffreys had in elk geval de waarheid gesproken. Hij had niet alle drie jongens vermoord. Dat wist Father Francis zeker. Niet omdat Jeffreys dat had gezegd, maar omdat het monster zonder gezicht – het monster dat Aaron Harper en Eric Paltrow had vermoord – drie dagen eerder zijn gruweldaden had gebiecht, vanachter het zwarte, gerasterde luikje in de biechtstoel van St. Margaret’s. Maar door de gelofte die Father Francis had afgelegd, kon hij dat aan niemand vertellen.

Zelfs niet aan Ronald Jeffreys.

Duister kwaad
CoverPage.html
section-0001.html
section-0002.html
section-0003.html
section-0004.html
section-0005.html
section-0006.html
section-0007.html
section-0008.html
section-0009.html
section-0010.html
section-0011.html
section-0012.html
section-0013.html
section-0014.html
section-0015.html
section-0016.html
section-0017.html
section-0018.html
section-0019.html
section-0020.html
section-0021.html
section-0022.html
section-0023.html
section-0024.html
section-0025.html
section-0026.html
section-0027.html
section-0028.html
section-0029.html
section-0030.html
section-0031.html
section-0032.html
section-0033.html
section-0034.html
section-0035.html
section-0036.html
section-0037.html
section-0038.html
section-0039.html
section-0040.html
section-0041.html
section-0042.html
section-0043.html
section-0044.html
section-0045.html
section-0046.html
section-0047.html
section-0048.html
section-0049.html
section-0050.html
section-0051.html
section-0052.html
section-0053.html
section-0054.html
section-0055.html
section-0056.html
section-0057.html
section-0058.html
section-0059.html
section-0060.html
section-0061.html
section-0062.html
section-0063.html
section-0064.html
section-0065.html
section-0066.html
section-0067.html
section-0068.html
section-0069.html
section-0070.html
section-0071.html
section-0072.html
section-0073.html
section-0074.html
section-0075.html
section-0076.html
section-0077.html
section-0078.html
section-0079.html
section-0080.html
section-0081.html
section-0082.html
section-0083.html
section-0084.html
section-0085.html
section-0086.html
section-0087.html
section-0088.html
section-0089.html
section-0090.html
section-0091.html
section-0092.html
section-0093.html
section-0094.html
section-0095.html
section-0096.html
section-0097.html
section-0098.html
section-0099.html
section-0100.html
section-0101.html
section-0102.html
section-0103.html
section-0104.html
section-0105.html
section-0106.html
section-0107.html
section-0108.html
section-0109.html
section-0110.html