Hoofdstuk 42

 

 

 

Het ontbijt dat Maggie had besteld, stond nog onaangeroerd op het kleine tafeltje. Het was gebracht in een isolerende verpakking. De damp was van het bord opgestegen toen de receptionist het had uitgepakt, zo trots alsof hij het zelf had klaargemaakt.

Ze was inmiddels een vaste klant van Wanda’s keuken zonder er ooit een voet over de drempel te hebben gezet. En hoewel de goudgele eieren, de rijk beboterde toost en de glimmende worstjes even heerlijk roken als ze eruitzagen, had ze geen trek meer. Haar eetlust was ergens op de vloer van de badkamer achtergebleven, terwijl ze wanhopig had geprobeerd haar paniek onder controle te krijgen. Het enige wat ze had aangeroerd, was de schuimende cappuccino.

Haar laptop stond op de andere kant van de tafel, vlak bij de muur waar een recent geïnstalleerde telefoonaansluiting het hotel in staat stelde zichzelf aan te prijzen bij zakenmensen. Ze ijsbeerde door de kamer terwijl haar computer bezig was verbinding te zoeken met de algemene databank van Quantico. Via haar computer kon ze geen toegang krijgen tot vertrouwelijke informatie. De FBI stond nog altijd sceptisch tegenover de vertrouwelijkheid van modems, en terecht. Het Bureau was voortdurend doelwit van hackers.

Na het douchen had ze een paar keer met dokter Avery gebeld en een spijkerbroek aangetrokken met haar Packers-trui. De uitputting was overweldigend. Ze had haar laatste reserves moeten aanspreken om zichzelf weer enigszins onder controle te krijgen, en dat maakte haar bang. Hoe was het mogelijk dat een eenvoudig briefje haar zo’n verschrikkelijke angst kon aanjagen? Ze had al eerder post gekregen van moordenaars. Dergelijke briefjes waren doorgaans onschuldig. Het vormde gewoon een onderdeel van het zieke spel dat ze speelden. Het hoorde bij het werk. Als zij ging spitten in de psyche van een moordenaar, kon ze verwachten dat de moordenaar op zijn beurt bij haar hetzelfde zou doen.

De briefjes van Albert Stucky waren trouwens verre van onschuldig geweest. Jezus, ze moest Stucky uit haar hoofd zetten! Hij zat achter de tralies, en daar bleef hij tot zijn executie. Ze was veilig. En dit briefje was tenminste niet vergezeld gegaan van een afgesneden vinger of tepel. Bovendien was het briefje inmiddels, zorgvuldig ingepakt, per expresse op weg naar een laboratorium in Quantico. Misschien had de idioot haar zijn eigen arrestatiebevel wel gestuurd door zijn vingerafdrukken op de envelop achter te laten, of zijn speeksel op de likstrook.

Die avond zou ze in een vliegtuig naar huis zitten, zodat de ellendeling zijn zieke spelletje niet langer kon voortzetten. Ze had haar werk gedaan. Sterker nog, ze had meer gedaan dan van haar kon worden verwacht. Waarom had ze dan toch het gevoel dat ze de boel in de steek liet? Omdat dat precies was wat ze deed. Ze moest hier weg, voordat de moordenaar haar toch al beschadigde ziel nog verder uit elkaar zou rafelen.

Ja, ze moest hier weg, en ze moest het snel doen. Nu meteen. Zolang ze zichzelf nog enigszins onder controle had. Ze zou nog wat laatste details afmaken en vervolgens maken dat ze wegkwam.

Ze besloot snel even een telefoontje te plegen, terwijl ze wachtte tot haar computer de verbinding tot stand had gebracht op de andere lijn. In het dunne telefoonboek van Platte City had ze het nummer al snel gevonden. Nadat de telefoon een paar keer was overgegaan, klonk er een diepe, mannelijke stem: ‘U spreekt met de pastorie van St. Margaret’s.’

‘Kan ik Father Francis spreken?’

‘Wie kan ik zeggen dat er is?’

Ze wist niet zeker wie ze aan de telefoon had. ‘Special Agent Maggie O’Dell. Spreek ik met Mr. Howard?’

Er viel een korte stilte. ‘Een ogenblikje, alstublieft,’ zei de stem ten slotte, zonder antwoord op haar vraag te geven.

Het duurde even. Ze draaide zich om naar haar computer. Eindelijk, de verbinding was tot stand gebracht. Het koningsblauwe logo van Quantico verscheen stralend op het scherm.

‘Maggie O’Dell! Wat een verrassing.’ De hoge stem van Father Francis klonk bijna zangerig.

‘Father Francis, zou ik u misschien nog een paar vragen mogen stellen?’

‘Natuurlijk.’ Er klonk een zwakke klik.

‘Father Francis?’

‘Ja, ik ben er nog.’

Hij was echter niet de enige. Er luisterde iemand mee. Toch besloot ze haar vragen te stellen. Om degene die meeluisterde, het vuur na aan de schenen te leggen.

‘Kunt u me iets meer vertellen over het zomerkamp van de kerk?’

‘Het zomerkamp? Dat is eigenlijk het project van Father Keller. Misschien kun je dit beter aan hem vragen.’

‘Natuurlijk. Dat zal ik doen. Is hij met het project begonnen, of deed de kerk het al voor zijn komst?’

‘Nee, toen hij hier kwam, is Father Keller ermee begonnen. In de zomer van 1990, als ik me niet vergis. Het was meteen een doorslaand succes. Hij had natuurlijk al ervaring op dat terrein. In zijn vorige parochie organiseerde hij ook zomerkampen.’

‘O ja? Waar was dat?’

‘Ergens in Maine. Eens even denken. Mijn geheugen is doorgaans erg goed. Iets met Wood… Wood River. Ja, dat was het. Wood River, Maine. We waren erg blij toen hij hier kwam.’

‘Dat zal best. Ik ga beslist met hem praten. Bedankt, Father.’

‘Wacht even,’ zei hij haastig voordat ze kon ophangen. ‘Is dat alles wat je me wilde vragen?’

‘Ja, maar ik ben u erg dankbaar voor uw hulp.’

‘Ik vroeg me af of je antwoord hebt gekregen op je eerdere vragen. Je was immers op zoek naar informatie over Ronald Jeffreys?’

Ze aarzelde. Ze wilde niet onvriendelijk klinken, maar hun gesprek werd afgeluisterd. Dus ze wilde het er liever niet over hebben. ‘Ja, ik denk dat we die antwoorden wel hebben gevonden. Nogmaals bedankt voor uw hulp.’

‘Agent O’Dell…’ Zijn stem klonk bezorgd; de zangerigheid was eruit verdwenen. Het leek wel alsof hij plotseling van streek was. ‘Misschien heb ik nog wat informatie voor je, hoewel ik niet weet of je daar iets aan hebt.’

‘Ik kan nu niet langer met u praten, Father Francis. Er kan elk moment een belangrijk telefoontje binnenkomen,’ viel ze hem in de rede voordat hij meer kon zeggen. ‘Kan ik misschien een afspraak met u maken?’

‘Heel graag. Vanochtend moet ik in de kerk zijn om de biecht af te nemen, en vanmiddag doe ik mijn ronde in het ziekenhuis. Dus ik kan pas na vieren.’

‘Ik moet vanmiddag ook in het ziekenhuis zijn. Zullen we dan om kwart over vier in de cafetaria afspreken?’

‘Heel graag. Tot dan, Maggie.’

Ze wachtte tot hij had opgehangen. Toen hoorde ze nog een klik. Er was geen twijfel mogelijk. Iemand had het gesprek afgeluisterd.

Duister kwaad
CoverPage.html
section-0001.html
section-0002.html
section-0003.html
section-0004.html
section-0005.html
section-0006.html
section-0007.html
section-0008.html
section-0009.html
section-0010.html
section-0011.html
section-0012.html
section-0013.html
section-0014.html
section-0015.html
section-0016.html
section-0017.html
section-0018.html
section-0019.html
section-0020.html
section-0021.html
section-0022.html
section-0023.html
section-0024.html
section-0025.html
section-0026.html
section-0027.html
section-0028.html
section-0029.html
section-0030.html
section-0031.html
section-0032.html
section-0033.html
section-0034.html
section-0035.html
section-0036.html
section-0037.html
section-0038.html
section-0039.html
section-0040.html
section-0041.html
section-0042.html
section-0043.html
section-0044.html
section-0045.html
section-0046.html
section-0047.html
section-0048.html
section-0049.html
section-0050.html
section-0051.html
section-0052.html
section-0053.html
section-0054.html
section-0055.html
section-0056.html
section-0057.html
section-0058.html
section-0059.html
section-0060.html
section-0061.html
section-0062.html
section-0063.html
section-0064.html
section-0065.html
section-0066.html
section-0067.html
section-0068.html
section-0069.html
section-0070.html
section-0071.html
section-0072.html
section-0073.html
section-0074.html
section-0075.html
section-0076.html
section-0077.html
section-0078.html
section-0079.html
section-0080.html
section-0081.html
section-0082.html
section-0083.html
section-0084.html
section-0085.html
section-0086.html
section-0087.html
section-0088.html
section-0089.html
section-0090.html
section-0091.html
section-0092.html
section-0093.html
section-0094.html
section-0095.html
section-0096.html
section-0097.html
section-0098.html
section-0099.html
section-0100.html
section-0101.html
section-0102.html
section-0103.html
section-0104.html
section-0105.html
section-0106.html
section-0107.html
section-0108.html
section-0109.html
section-0110.html