Op nieuwjaarsdag werd Johan pas tegen de middag wakker, met een overduidelijke kater. Emma lag nog heerlijk te ronken naast hem en leek nog in diepe slaap te zijn. De logeerkamer was klein en knus en bevond zich op de bovenverdieping, met uitzicht op de winterwitte akkers en velden. Enkele schapen met dikke vacht stonden bij het hek te staren. Het sneeuwde weer. Hij kwam overeind, zag dat het vast voedertijd was. Tina en Fredrik kwamen met de tractor aanrijden om hooi uit te leggen voor de schapen, die het hele jaar buiten liepen. Een uitzinnig geblaat barstte los en was tot in de kamer te horen. Wat een leven leiden die hier, dacht hij. Elke dag zwaar lichamelijk werk, ongeacht of je een groot feest had gehad. Toen Emma en hij rond vijf uur ’s ochtends het bed hadden opgezocht, was dat feest nog steeds niet afgelopen, alhoewel het gezelschap al aardig uitgedund was. De overgebleven groep had zich in de keuken verzameld om nog iets te eten. Hij was in slaap gevallen terwijl er beneden in de keuken nog druk gepraat en gelachen werd. Hij vroeg zich af wanneer en of het gastpaar naar bed was gegaan.
Het was een zeer geslaagd feest. Ze hadden genoten van een overdadig driegangendiner met kreeft en ossenhaas en te veel goede wijn. Om twaalf uur was iedereen naar buiten gegaan om op het heuveltje achter de schaapskooi wat vuurpijlen af te steken en te genieten van al het vuurwerk dat er in de omgeving werd afgestoken. Daarna hadden ze gedanst tot in de kleine uurtjes. Hij had de hele avond geen glimp van Jenny opgevangen. Ze was kennelijk op haar kamer gebleven. De schrik zat er waarschijnlijk goed in na de angstige gebeurtenis. Die had Johan ook voor een dilemma gesteld. Hoewel de bedreiging van Jenny een grote nieuwswaarde had, had hij beloofd om daarover niets naar buiten te brengen, tenminste tot na de jaarwisseling. Vandaag moesten ze het daar opnieuw over hebben.
Hij liet Emma slapen en stapte het bed uit.
Beneden in de keuken stond het aanrecht vol borden met ingedroogde etensresten van gisteren en smerige wijn- en champagneglazen, waarvan sommige nog niet helemaal leeg waren. Hij haalde zijn neus op voor de zurige lucht die er in de keuken hing, maar voelde zich niet geroepen om actie te ondernemen. Een lamp was omgevallen en op de grond lag een telefoon. Het was er hier blijkbaar vrij ruig aan toe gegaan.
Er stond een pot koffie en hij schonk zich een kop in. Trok de koelkast open en pakte kaas en boter. Sneed een paar boterhammen af en zette de radio aan. Goot een aantal glazen water naar binnen. Na een paar boterhammen zou hij zich vast beter voelen. Hij had een hekel aan een kater. Gelukkig gebeurde dat tegenwoordig nog maar zelden.
Hij ging aan tafel zitten om te ontbijten.
Genoot in alle rust. Op de radio werden oude verzoeknummers gedraaid.
Plotseling klonk het signaal voor het lokale nieuws. ‘Het is twee uur, hier is het journaal van Gotland. Een zestienjarig meisje uit Visby is vanochtend dood aangetroffen in een ziekenhuis in Stockholm, waar ze opgenomen was. De doodsoorzaak is nog onbekend, maar de politie vermoedt dat het om een misdrijf gaat. De politie is op dit moment bezig met het technisch onderzoek van de plaats delict. Tot dusver is er nog niemand aangehouden.’
Johan koos onmiddellijk het nummer van de redactie van Regionalnytt. Er werd niet opgenomen. Op nieuwjaarsdag was er geen lokale journaaluitzending. Verdomme. Hij probeerde het op het mobiele nummer van Grenfors. Bezet! Een Gotlands meisje vermoord gevonden in Stockholm, een dag nadat Jenny bedreigd was. Was er een verband? Kenden ze elkaar? Johan liep haastig de trap op naar de deur van Jenny’s kamer. Een bordje met de tekst niet storen hing aan de deurkruk. Hij klopte toch aan. Geen reactie. Ze sliep toch niet meer? Voorzichtig duwde hij de deurkruk naar beneden en de deur ging open.
De kamer was leeg en zijn blik viel op het opgemaakte bed. Geen spoor van Jenny.