Hoofdstuk 36

 

 

 

USAMRIID

 

Elke keer wanneer kolonel Benjamin Platt een beveiligd lab binnen ging, verbaasde het hem weer hoe gewoon het eruitzag. Aan de buitenkant van de dikke stalen luchtdichte deur kreeg je beslist de indruk dat je een zeer speciale ruimte in ging. Dit kwam mede door het felrode biologisch gevaar symbool, waaronder in grote letters stond: ZONDER VENTILATIEPAK GEEN TOEGANG. Net als bij een cockpit hing er een digitaal toetsenpaneel naast de deur. Om toegang te verkrijgen moest je de correcte code intoetsen en daarna een lange lijst procedures afwerken. Wanneer alles juist was uitgevoerd, werd je beloond met een knipperend groen licht en een stem die zei: ‘Toegang verkregen.’ Dit alles, inclusief het gesis van de lucht die ontsnapte, suggereerde dat je aan de andere zijde van de deur in een spectaculaire ruimte terecht zou komen. En hoewel de kale en steriele kamer eigenlijk een teleurstelling zou moeten zijn, had Platt altijd een gevoel van eerbied wanneer hij binnenkwam.

Gele luchtslangen kronkelden uit witte muren die eruitzagen alsof ze door Jackson Pollock waren bewerkt, waarbij hij lukraak dikke klodders epoxyhars tegen de wanden had gekwakt. Gelijksoortige klonten witte verf verzegelden mogelijke scheuren rond alle stopcontacten. Aan het plafond hing een stroboscooplamp, en een alarm dat automatisch afging als het luchtsysteem haperde. Langs één muur stonden metalen kasten, langs een andere een lange tafel, en de derde vormde een glazen doorkijk naar de buitenwereld.

Platt greep een van de gele slangen en sloot deze aan op zijn pak. Het geraas van lucht vulde onmiddellijk zijn helm en zijn oren. McCathy had nauwelijks opgekeken, wilde zijn aandacht bij het werk houden dat zijn in dubbele handschoenen gestoken handen aan het afmaken waren. Hij had vier objectglaasjes klaargemaakt en vier microscopen naast elkaar gezet om elk glaasje apart te kunnen bekijken.

Na eindelijk op te hebben gekeken, wuifde McCathy Platt naar de plek naast hem. Hij schoof elk glaasje onder een van de microscopen. Daarna wierp hij een blik door de lens en stelde deze met één of twee draaibewegingen scherp.

‘Van links naar rechts!’ schreeuwde McCathy over het lawaai heen, terwijl hij een stap naar achteren deed.

Platt kon het zweet op het gezicht van de oudere man zien, waardoor zijn helm aan de binnenkant besloeg.

McCathy duwde het plastic tegen zijn gezicht. Er bleef een veeg achter, maar dat hinderde hem niet. Hij wees naar elk van de microscopen. ‘Ebola Reston, Lassa, Marburg, Ebola Zaïre.’

Platt knikte. De volgorde waarin McCathy de virussen had gelegd, was van het minst erge tot het ergste geval. Hoezeer Platt ook hoopte dat het Ebola Reston was, hij wist dat dat niet zou verklaren waarom Ms. Kellermans lichaam explodeerde.

‘Ik moet de lichten uitschakelen!’ riep McCathy, een afstandsbediening omhooghoudend. ‘Het wordt hier pikkedonker! We mogen niet het risico lopen dat we tegen elkaar aan botsen!’

Nogmaals knikte Platt. Zijn hart bonkte weer in zijn borst, bijna uitstijgend boven het geraas van de lucht in zijn oren. Het gebonk kwam niet door de aanstaande duisternis, hoewel hij wist dat betere wetenschappers dan hijzelf nooit de combinatie van claustrofobie, duisternis en een hoog gezondheidsrisico zouden uitproberen.

‘Blijf daar staan en kijk in die twee microscopen!’ McCathy wees naar de twee recht voor Platt. ‘Ik neem deze twee, dan lopen we elkaar niet in de weg!’

Platt staarde naar de microscopen. McCathy had Ebola Reston en Lassakoorts. Hijzelf had Marburg en Ebola Zaïre. Totale duisternis zou hij verwelkomen.

‘Klaar?’ vroeg McCathy, de afstandsbediening van het licht weer omhoogstekend.

Platt legde zijn handen aan de rand van de twee microscopen, zodat hij niet in het donker zou hoeven rondtasten. Voor de derde keer knikte hij.

De ruimte werd pikkedonker. Er was niets dat licht uitstraalde. Geen rood puntje op een monitor. Geen straaltje gefilterd licht. Geen enkele reflectie. Zelfs McCathy, die vlak naast hem stond, kon hij niet zien.

Hij vond het oculair van de eerste microscoop en probeerde erdoorheen te kijken. Zijn vizier maakte dat lastig. Hij zag alleen maar zwart. En nu bonsde zijn hart zo luid dat hij dacht dat de vibratie misschien zijn zicht belemmerde. Het vizier was van flexibel plastic gemaakt, en Platt drukte het naar beneden totdat het oculair van de microscoop stevig tegen zijn oogkassen aan drukte. Nog steeds zag hij niets.

‘Zie je iets?’ schreeuwde McCathy naast hem.

‘Niets bij de eerste.’

‘Hier ook niet!’

Platt wachtte. Soms duurde het een paar minuten voordat de serums met elkaar mengden en een reactie veroorzaakten. Maar er gebeurde niets. Hij bracht zichzelf in herinnering: Marburg aan de linkerkant, Ebola Zaïre aan de rechterkant. Toen trok hij zich terug, haalde diep adem en nam zijn positie in boven de andere microscoop.

‘Niets hier!’ brulde McCathy over zijn tweede monster.

Nauwelijks had Platt zijn vizier tegen het oculair aangedrukt, of hij zag het al. Het was geen zachte gloed. Het was fel. Hij zoog lucht naar binnen en drukte zijn ogen hard tegen de microscoop. Onder hem leek het op een nachthemel met een fonkelende constellatie.

‘Goeie genade,’ mompelde hij. Met een ruk trok hij zijn gezicht weg, waarna hij weer door de eerste microscoop keek. Daar was niets. Terug naar de andere. Waar de gloed nog feller was geworden.

‘Wat is er?’ schreeuwde McCathy.

‘Ik heb een gloed.’

‘Ik wist het. Welke?’

Platt moest zichzelf in bedwang houden. Hij moest zijn ademhaling onder controle krijgen. Hij moest nadenken. Hij moest het zichzelf in herinnering brengen. Marburg, links. Ebola Zaïre, rechts. Het gebonk van zijn hart was niet langer een probleem. Het was alsof al het geluid, alles om hem heen, was gestopt, abrupt en totaal tot stilstand was gekomen. Alles behalve zijn maag, die zich omdraaide.

‘Ebola Zaïre.’

Quarantaine
CoverPage.html
section-0001.html
section-0002.html
section-0003.html
section-0004.html
section-0005.html
section-0006.html
section-0007.html
section-0008.html
section-0009.html
section-0010.html
section-0011.html
section-0012.html
section-0013.html
section-0014.html
section-0015.html
section-0016.html
section-0017.html
section-0018.html
section-0019.html
section-0020.html
section-0021.html
section-0022.html
section-0023.html
section-0024.html
section-0025.html
section-0026.html
section-0027.html
section-0028.html
section-0029.html
section-0030.html
section-0031.html
section-0032.html
section-0033.html
section-0034.html
section-0035.html
section-0036.html
section-0037.html
section-0038.html
section-0039.html
section-0040.html
section-0041.html
section-0042.html
section-0043.html
section-0044.html
section-0045.html
section-0046.html
section-0047.html
section-0048.html
section-0049.html
section-0050.html
section-0051.html
section-0052.html
section-0053.html
section-0054.html
section-0055.html
section-0056.html
section-0057.html
section-0058.html
section-0059.html
section-0060.html
section-0061.html
section-0062.html
section-0063.html
section-0064.html
section-0065.html
section-0066.html
section-0067.html
section-0068.html
section-0069.html
section-0070.html
section-0071.html
section-0072.html
section-0073.html
section-0074.html
section-0075.html
section-0076.html
section-0077.html
section-0078.html
section-0079.html
section-0080.html
section-0081.html
section-0082.html
section-0083.html
section-0084.html
section-0085.html
section-0086.html
section-0087.html
section-0088.html
section-0089.html