Hoofdstuk 23

 

 

 

Zaterdag 29 september

De Bak

 

De tijd ging heel langzaam. Maggie zapte. Ze vroeg om een boek, een krant, recente tijdschriften, en kon ze misschien pen en papier krijgen? De vrouw in het blauwe ruimtepak zei dat ze zou kijken wat ze kon vinden, maar toen ze weer verscheen, had ze alleen een naald bij zich om nog meer bloed af te nemen.

De gezichten aan de andere kant van het glas kwamen en gingen. Naarmate het later werd, werden het er wel steeds minder. Ze hadden haar mobiel in beslag genomen maar stonden wel toe dat ze gebruikmaakte van een vaste telefoon die op haar kamer stond. Zonder enige verontschuldiging hadden ze haar verteld dat bij alle telefoontjes meegeluisterd zou worden. Daarna hadden ze haar in herinnering gebracht – hoewel het meer als een berisping had geklonken – dat ze niets mocht zeggen over wat er was gebeurd of over haar huidige verblijfplaats.

Eerder had Maggie twee telefoontjes gepleegd. Bij de eerste had ze een bericht moeten inspreken, in de wetenschap dat ze niet teruggebeld kon worden. Ze had haar vriendin, Gwen Patterson, verteld dat het allemaal goed met haar zou komen. ‘Praat met Tully,’ had ze gezegd. Ze vond het vreselijk om zo geheimzinnig te moeten doen, terwijl ze haar vriendin eigenlijk alleen maar wilde laten weten dat ze zich geen zorgen hoefde te maken.

Het tweede telefoontje was met Julia Racine, en de rechercheur had na slechts één keer overgaan opgenomen. Over minder dan een uur zouden ze met de auto naar Connecticut zijn vertrokken.

‘Met Maggie. Sorry, maar ik kan niet.’

‘Jammer,’ was Racines reactie geweest.

Maggie had verwacht dat de overgevoelige rechercheur woest zou worden, of in ieder geval haar teleurstelling zou uiten. In plaats daarvan was ze zelf teleurgesteld omdat Julia er niet mee leek te zitten. Het was niet zo dat ze zo goed bevriend waren. Ze waren collega’s die elkaar een dienst hadden bewezen. Niets om over naar huis te schrijven. Goed, de diensten waren van het soort ‘omdat jij mijn moeder hebt gered, red ik jouw vader’, dus misschien wel iets om over naar huis te schrijven.

Het gevolg was dat Maggie een sterke band met Racines vader had gekregen, hoewel hij zich dat door zijn vroege Alzheimer niet altijd kon herinneren. Maggie en Julia hadden in korte tijd veel meegemaakt. Moordenaars en een gezamenlijke drijfveer om die moordenaars voor het gerecht te slepen, hadden hen bij elkaar gebracht. De vijandigheid en het wantrouwen van een aantal jaar geleden waren omgeslagen in respect en begrip. Hoewel je dat niet zou denken als je Racine aan de telefoon had gehoord.

‘Heb je een belangrijke zaak of zo?’ had de rechercheur gevraagd.

‘Zoiets. Ik kan het nu niet uitleggen.’

‘Geen probleem, ik begrijp het.’ Met haar onmiddellijke begrip had Racine Maggie zowat de mond gesnoerd. ‘Jill zit er toch al de hele tijd op te hameren dat ik meer tijd met haar moet doorbrengen.’

Maggie wist weinig over Racines geheimzinnige nieuwe geliefde, behalve dat Racine haar soms ‘G.I. Jill’ noemde, en dus dat ze wel in het leger moest zitten. In het begin had Maggie gedacht dat Racine haar nieuwe minnares geheim wilde houden omdat ze zich in het verleden tot Maggie aangetrokken had gevoeld en door haar was afgewezen. Maar dat hadden ze achter zich gelaten. Racine deed Maggie vaak aan zichzelf denken. Julia hield haar privéleven privé. Meer niet.

Maggie had beloofd maandag weer contact op te nemen. Misschien zouden ze het weekend daarop hun autotochtje kunnen maken. Maar nadat ze had opgehangen, kon ze het lege gevoel dat onder in haar buik was ontstaan niet meer van zich afschudden. Er was niemand anders die ze kon bellen.

Hoewel ze erop had gerekend forensisch antropoloog Adam Bonzado in het weekend in Connecticut te zien, had ze niet echt een afspraak met hem gemaakt. Dat was hun relatie op het moment: nonchalant en spontaan. Dus nu kon ze hem niet eens bellen om te zeggen dat ze het spontane uitstapje toch niet zou maken.

Toen moest ze onwillekeurig weer aan Nick Morelli denken. Sinds haar reis naar Nebraska in juli was Morelli koppige pogingen blijven doen haar te zien. Het gerucht ging dat hij zijn verloving had afgeblazen. Op een gegeven moment had Maggies moeder Nick Morelli ervan beschuldigd dat hij Maggies huwelijk kapot had gemaakt, wat absoluut niet waar was. Nu voelde Maggie zich er echter verantwoordelijk voor dat Nick zijn verloving had verbroken om achter haar aan te gaan.

Vier jaar geleden hadden Nick en zij samen aan een zaak gewerkt: de moord op twee kleine jongetjes en de ontvoering van Nicks neefje. Er was niets tussen hen gebeurd. Wel was er een aantrekkingskracht geweest. Seksuele spanning. Maar die zaak had emotioneel en lichamelijk veel van hen gevergd. Hoe kon je je werkelijke gevoelens inschatten als je op adrenaline liep?

Het ergste van alles was dat ze niet blij was met zijn verbroken verloving, en ook niet met alle aandacht die hij aan haar besteedde. Ze had hier niet om gevraagd. Ze had het niet verwacht en er zeker niet op zitten hopen.

Op het moment probeerde ze gedachten aan haar privéleven opzij te schuiven en zich op haar huidige omstandigheden te concentreren. Ze had de vrouw in het blauwe ruimtepak gevraagd hoe het met Mary Louise en haar moeder ging. De vrouw had gezegd dat ze het niet wist. Daarna had Maggie gevraagd of ze Mary Louise kon zien, en ze had als antwoord gekregen: ‘Ik weet het niet.’ Verschillende keren had ze gevraagd of ze dan in ieder geval met directeur Cunningham kon spreken. Elke keer was haar verteld dat hij pas in de ochtend beschikbaar zou zijn.

Er hing een tweede telefoon naast de glazen wand. Deze had geen kiesschijf, geen druktoetsen, en Maggie wist dat hij met de kamer naast die van haar was verbonden; de kamer aan de andere kant van het glas, die vol stond met knipperende monitoren, computerschermen en andere medische apparatuur. De telefoon was een communicatiesysteem tussen de patiënt en de technici of artsen, of wie daar dan ook maar zaten. Ofschoon niemand van hen had geprobeerd met haar te spreken. In feite besteedden ze weinig aandacht aan haar, en liet men de communicatie aan de vrouw in het blauwe ruimtepak over.

Maggie dacht er even over na om die telefoon op te pakken en te eisen dat ze op de hoogte werd gehouden. Maar tegelijkertijd wist ze dat het niet verstandig was om haar oppassers, haar bewakers, haar toezichthouders tegen zich in het harnas te jagen. De nacht zou ze wel doorkomen. Dat was het enige wat ze hoefde te doen: deze nacht doorkomen.

De vrouw in het blauwe ruimtepak had haar water gebracht, maar geen eten. Gedurende de nacht zouden ze bloed- en urinemonsters afnemen, dus mocht ze niet eten. Maggie had gevraagd waar ze naar op zoek waren. Na een korte aarzeling had de vrouw gezegd dat ze het niet wist. Toen had Maggie geïnformeerd of ze al enig zicht hadden op wat het geweest zou kunnen zijn.

Opnieuw was er een stilte gevallen, terwijl de vrouw haar schouders ophaalde. Na even nagedacht te hebben, had ze geschreeuwd: ‘Dat soort vragen moet je aan kolonel Platt stellen!’

Toen Maggie had gevraagd of de kolonel binnenkort bij haar langs zou komen, had de vrouw echter weer geantwoord dat ze het niet wist.

‘Kun je alsjeblieft tegen hem zeggen dat ik hem graag zou spreken?’

‘Natuurlijk!’ had de vrouw over het geluid van haar ventilator heen geschreeuwd, maar het antwoord was te snel gekomen, en Maggie vroeg zich af of Platt misschien allang thuis zat.

Quarantaine
CoverPage.html
section-0001.html
section-0002.html
section-0003.html
section-0004.html
section-0005.html
section-0006.html
section-0007.html
section-0008.html
section-0009.html
section-0010.html
section-0011.html
section-0012.html
section-0013.html
section-0014.html
section-0015.html
section-0016.html
section-0017.html
section-0018.html
section-0019.html
section-0020.html
section-0021.html
section-0022.html
section-0023.html
section-0024.html
section-0025.html
section-0026.html
section-0027.html
section-0028.html
section-0029.html
section-0030.html
section-0031.html
section-0032.html
section-0033.html
section-0034.html
section-0035.html
section-0036.html
section-0037.html
section-0038.html
section-0039.html
section-0040.html
section-0041.html
section-0042.html
section-0043.html
section-0044.html
section-0045.html
section-0046.html
section-0047.html
section-0048.html
section-0049.html
section-0050.html
section-0051.html
section-0052.html
section-0053.html
section-0054.html
section-0055.html
section-0056.html
section-0057.html
section-0058.html
section-0059.html
section-0060.html
section-0061.html
section-0062.html
section-0063.html
section-0064.html
section-0065.html
section-0066.html
section-0067.html
section-0068.html
section-0069.html
section-0070.html
section-0071.html
section-0072.html
section-0073.html
section-0074.html
section-0075.html
section-0076.html
section-0077.html
section-0078.html
section-0079.html
section-0080.html
section-0081.html
section-0082.html
section-0083.html
section-0084.html
section-0085.html
section-0086.html
section-0087.html
section-0088.html
section-0089.html