Hoofdstuk 34
USAMRIID
Het voelde voor Platt aan als een eeuwigheid. Orde vond hij belangrijk. Hij respecteerde processen die logica en rede volgden. Maar plotseling was de basisprocedure voor toegang tot een lab met biologisch risiconiveau vier een minutieus, martelend proces geworden. Alles duurde te lang en leek in slow motion te gaan. Toch durfde hij zich niet te haasten of iets over te slaan. Hij wist wel beter. Hij hoefde alleen maar aan de cellen te denken die hij net onder de microscoop had gezien. Dat was genoeg.
Zijn hart bonkte nog steeds tegen zijn ribbenkast, maar het geraas in zijn oren was wat minder geworden. Op momenten als deze stroomde de rusteloze energie door zijn lichaam, wat hem gespannen maakte. Het was dezelfde overtollige energie die hij er op de squashbaan uit sloeg of op de atletiekbaan uit rende. Jarenlange training in zelfdiscipline had hem geleerd hoe hij de spanning onder controle kon houden, maar hier, binnen deze raamloze muren, was dat lang niet gemakkelijk.
Eerst had hij McCathy in zijn ruimtepak geholpen. Platt was in staat zijn eigen pak aan te trekken. In het veld was dat wat lastiger. Hier was het een routine, en Platt had genoeg tijd. McCathy zou eerst de bevroren monsters die ze voor de test nodig hadden, moeten voorbereiden, een taak die Platt hem niet benijdde. De monsters in de glazen kweekflesjes uit USAMRIID’s vriezer die ze gingen gebruiken, bestonden uit bloedserums van menselijke slachtoffers met filovirussen, hun eigen verzameling van levensgevaarlijke agentia. Platt probeerde positief te blijven door zichzelf eraan te herinneren dat niet alle filovirussen hetzelfde waren. Hoewel ze allemaal uiterst besmettelijk waren, waren ze niet allemaal dodelijk.
Ebola Reston was ongeveer twintig jaar geleden in het apenverblijf van een privélaboratorium in Reston, Virginia, ontdekt. Platts mentor bij USAMRIID was lid van de speciale eenheid geweest die tot taak had gehad het virus onder controle te houden. Het had zich als een bosbrand onder de apen verspreid, maar het had niet hetzelfde effect op mensen gehad. Het monster dat ze in hun vriezerverzameling hadden, was van een laborant die ziek was geworden maar het had overleefd. Ebola Reston had geen enkel menselijk leven gekost. Toch zag het er onder een microscoop uit als slangen of wormen waar duizenden draadjes uit kwamen, net zo kwaadaardig als Ebola Zaïre.
Ebola Zaïre had de bijnaam ‘de opruimer’ gekregen, en niet zonder reden. Negentig procent van de geïnfecteerden stierf. Het monster dat ze hadden, was van een verpleegster uit Noord-Zaïre, net ten zuiden van de rivier de Ebola. In september 1976 had ze een katholieke non verpleegd die op de een of andere manier met het virus besmet was geraakt. Wat Platt van de uitbraak had begrepen, was dat er hele dorpen in Bumba in Noord-Zaïre waren uitgeroeid. Het virus was van het ene dorp naar het andere overgesprongen, totdat de overheid delen van het land had afgesloten en er niemand meer had in- of uitgelaten op straffe van de dood. Dat was Ebola Zaïre. De enige manier om dat virus onder controle te houden, was door het te laten uitsterven en, uiteraard, iedereen die ermee was geïnfecteerd ook.
Ertussenin zaten Marburg en Lassakoorts. Marburg was niet veel beter dan Ebola Zaïre. De overlevenden leken op stralingsslachtoffers, maar het verschil was dat er werkelijk overlevenden bestonden. Het monster dat ze van Marburg hadden was van zo’n overlevende, een dokter uit Nairobi.
Ook Lassakoorts was niet noodzakelijkerwijs dodelijk. Als men er vroeg bij was, kon het worden behandeld met antivirale medicijnen, hoewel een op de drie slachtoffers permanent doof bleef. Dat was echter een veel beter compromis. Het monster dat ze in hun vriezer hadden van Lassakoorts, was van een man genaamd Masai. Platt had de oude man behandeld voordat hijzelf in Sierra Leone in quarantaine moest.
De test die McCathy voorbereidde, was tamelijk eenvoudig. Uiteindelijk zou hij dezelfde test moeten doen met het bloed van elk blootgesteld slachtoffer: Ms. Kellerman, haar dochter, directeur Cunningham en Maggie O’Dell. McCathy zou met Ms. Kellerman beginnen en slechts een druppeltje van haar bloedserum op elk van de stalen uit de vriezer plaatsen.
In ontdooide staat waren de virussen net zo gevaarlijk als toen ze vergaard werden. Als Ms. Kellermans bloed op een van de monsters reageerde door op te lichten, wilde dat zeggen dat ze positief was getest voor dat virus. De gloed betekende dat het virus herkende wat in Ms. Kellermans bloed leefde. Platt hoopte dat alle monsters negatief zouden reageren, en dat er een kans bestond dat dit helemaal geen virus was.
Nog steeds in zijn steriele overall ging hij op de bank in de grijze ruimte zitten, zijn ellebogen op zijn knieën, zijn kin op zijn handen rustend. Hij was doodop, en hij wist dat McCathy dat ook moest zijn. Zijn training en adrenaline zouden hem erdoorheen slepen. Hij was in oorlogsgebieden geweest, was, lichamelijk uitgeput en geestelijk kapot, gedwongen geweest om chirurgische procedures uit te voeren in geïmproviseerde operatiekamers met knipperende generatorlichten en een beperkte hoeveelheid steriel water. Op de een of andere manier had hij geleerd diep te graven en het uithoudingsvermogen en de noodzakelijke energie te vinden om de volgende minuut, het volgende uur, de volgende dag door te komen. Als hij dat niet deed, zou het iemands dood kunnen worden. Een oorlogsgebied was niet heel anders dan een gebied waar besmettingsgevaar heerste.
Hij staarde naar de roestvrijstalen muren met douchekoppen voor de ontsmettingsdouche die na afloop zou volgen. De grijze ruimte was noch steriel noch gevaarlijk. Het was neutraal gebied. Of, zoals Platts voorganger hem had verteld: ‘De laatste kans om van gedachten te veranderen voordat je je in de gevarenzone begeeft.’
Na op zijn horloge gekeken te hebben deed hij het af en begon hij zijn pak aan te trekken. Het was verboden om iets onder je ruimtepak aan te hebben dat je huid raakte, afgezien van de steriele overall. Toch kende Platt een aantal mensen die amuletten om hadden. Hier in de grijze ruimte buiten het luchtdicht afgesloten niveauvierlab was het niet ongebruikelijk om allerlei rituelen of vormen van bijgeloof te zien. Platt had wetenschappers een kruis zien slaan. Hij herinnerde zich een dierenarts die langdurig naar een foto van zijn vrouw en kinderen had zitten staren. Anderen deden ademhaling- of ontspanningsoefeningen. McCathy leek geen rituelen of vormen van bijgeloof te hebben, tenzij zijn gemompelde ‘het is verdomme ongelofelijk’ een soort mantra voor hem was geworden.
Wat Platt betrof, hij wenste dat hij nog steeds zijn gezin of zelfs maar een foto had. Soms dacht hij dat het prettig zou zijn om te geloven in het kruisteken, zoals hij had gedaan toen hij opgroeide. Maar hij had geen routines, geen bijgeloof. Hoewel hij er altijd voor zorgde dat hij naar het toilet was geweest. Zes uur in een ruimtepak hadden hem die les heel snel geleerd.
Hij rolde met zijn schouders en strekte zijn nek. Daarna haalde hij een aantal keer diep adem voordat hij zijn helm vastmaakte, de hendel van de luchtdichte stalen deur naar beneden drukte en de gevarenzone binnen stapte.