Hoofdstuk 72
‘Wat doe jij hier, Nick?’
‘Ik ben sinds vrijdag in DC voor een conferentie. Ik wilde je gewoon even zien voordat ik weer naar Boston vertrok.’
Toen ze niet reageerde, vervolgde hij: ‘Ik heb berichtjes achtergelaten.’ Daar was die glimlach. ‘En bloemen.’
‘Ik ben weg geweest,’ zei ze zonder verdere uitleg. Hij kon niet zomaar in haar wijk verschijnen en langzaam door de straten gaan rijden, ook al zag hij er goed uit in een marinekleurig pak dat het blauw in zijn ogen benadrukte. ‘Ik ben bezig met een zaak. En ik moet nu ook weg.’
Het dichtslaande portier negerend, begon ze weer te lopen. Hij haastte zich om naast haar te komen.
‘Gaan we ooit nog eens rustig ergens zitten om te praten?’
‘Waarover denk je dat we moeten praten, Nick?’
‘Nou, ik probeer al maanden met je te praten over wat ik voel.’
‘Wat jij voelt? Niet per se wat ik voel.’
‘Nee, natuurlijk niet. Ik bedoel, natuurlijk wil ik weten wat jij voelt. Kunnen we niet gaan lunchen en het erover hebben?’
Op elk ander tijdstip zou zijn volharding misschien lief zijn geweest, vertederend. Maar door alles wat ze de afgelopen dagen had meegemaakt, leek deze… deze naïeve hofmakerij onnozel, leeg, misschien zelfs onoprecht. Hoewel hij er niets aan kon doen. Nick Morelli wist niet beter.
Aan de rand van haar tuin voor haar huis stond ze stil. Platts Land Rover stond nog steeds op haar oprit.
‘Je zegt dat je gevoelens voor me hebt, Nick, maar je kent me niet eens.’
‘Natuurlijk wel. Ik weet dat je van Italiaanse worst op je pizza houdt. Je bent afgestudeerd aan de Universiteit van Virginia. Je bent sterk, mooi en slim. Wat ik niet weet, wil ik leren. Dat moet toch iets betekenen.’
Gefrustreerd, zonder precies te weten waarom, haalde ze haar handen door haar haar. Als dit niet belangrijk was, als hij niet belangrijk was, waarom frustreerde het haar dan dat hij het niet begreep?
‘Ben je ooit alleen geweest, Nick?’
‘Zeker. Ik ben nu alleen. Ik ben alleen sinds Jill en ik uit elkaar zijn gegaan.’
‘Nee, ik bedoel…’ Ze wist niet zeker of ze kon uitleggen wat ze in de Bak had gevoeld. ‘Ik bedoel echt alleen. Jij hebt je familie, je moeder, Christine, Timmy. En je bent nooit lang zonder iemand geweest. Wat was de langste periode tussen vriendinnen in?’
‘Wat doet dat er nou toe? Heel weinig van die vriendinnen deden ertoe. Ja, ik heb er veel gehad. Zit dat je dwars? Dat ik veel vriendinnen heb gehad?’
‘Nee, allicht niet.’ Ze ging van het ene been op het andere staan. Ze wilde dit gesprek niet voeren en al helemaal niet in haar voortuin. ‘Dit gaat niet om jou. Dit gaat om mij.’
Hij begon iets te zeggen, maar ze legde hem met een handgebaar het zwijgen op. ‘Ik ben niet klaar voor een relatie, Nick. Niet op dit moment.’
‘Is alles in orde?’ vroeg Platt.
Toen ze zich omdraaide, zag ze hem in haar deuropening staan. Zijn houding maakte duidelijk dat hij meteen in actie zou komen als dat nodig was.
‘Prima,’ vertelde ze hem.
Daarna wendde ze zich weer tot Nick, die Platt stond aan te staren en voor het eerst de Land Rover opmerkte. Maggie zag de charme en het zelfvertrouwen van zijn gezicht glijden. Zijn blik veranderde van verward in gepijnigd.
‘Ik begrijp het,’ zei hij, haar ogen vermijdend.
Hij was gekwetst, vernederd.
‘Het is niet wat je denkt,’ vertelde ze hem, hoewel ze zichzelf er nogmaals aan herinnerde dat ze hem geen verklaring schuldig was.
‘Ik zal je met rust laten. Dat is wat je bedoelde, toch? Met alleen zijn? Je wilt gewoon dat ik je met rust laat.’
‘Dat heb ik helemaal niet gezegd.’
Hij liep echter al bij haar weg, terug naar zijn auto, er zo gemakkelijk van overtuigd dat hij gelijk had. Hij had geen woord gehoord van wat ze had gezegd.
Ze hield zichzelf voor dat als het belangrijk was, als hij belangrijk was, dat ze dan achter hem aan zou gaan. Het zou vanzelf moeten gaan, instinctief. Ze was eraan gewend haar intuïtie te volgen. Die had haar nog nooit de verkeerde kant op gestuurd. En nu, toen ze zich omdraaide en terug haar huis in ging, volgde ze haar intuïtie ook.