Hoofdstuk 28

 

 

 

Omdat Maggie niet kon slapen, liep ze te ijsberen. Haar kamer was zestien passen breed en veertien passen diep, behalve daar waar de badkamer drie passen breed en zes passen diep in de kamer uitstak.

Omdat er geen ramen waren, vertrouwde ze op haar horloge en de televisie voor haar gevoel van tijd. Over veertig minuten zou ze weer in een plastic bekertje moeten plassen. En wat erger was, ze merkte dat ze uitkeek naar het bezoek van de vrouw in het blauwe ruimtepak, ook al hield dat in dat ze bloed of urine moest afstaan of kokhalzend een spatel in haar keel moest verduren. En elke keer dat de vrouw Maggies kamer in kwam, vroeg Maggie om een gesprek met kolonel Platt. Waarop de vrouw elke keer knikte en schreeuwde: ‘Natuurlijk!’

Bij het laatste bezoek van de vrouw had Maggie haar eraan herinnerd dat haar was verteld dat ze maar één nacht hoefde te blijven. Ze hadden genoeg monsters genomen om te weten of ze besmet was. USAMRIID had een paar van de modernste laboratoria van het land. Zouden ze nu onderhand niet moeten weten waaraan Mary Louises moeder was blootgesteld? Ze probeerde de mogelijkheden niet op een rijtje te zetten.

Om in feite helemaal niet aan de mogelijkheden te denken, nam Maggie haar toevlucht tot het enige waarop ze wist dat ze kon vertrouwen, het enige wat haar ervan kon weerhouden te denken aan het tochtige operatiehemd, het elektrische gezoem van de apparatuur en de claustrofobie die aan haar ingewanden knaagde wanneer ze de deur weer vacuüm hoorde trekken. Ze probeerde te doen waar ze het beste in was: een zaak in gedachten uitwerken en de puzzelstukjes aan elkaar leggen, hoewel ze bij deze zaak maar weinig puzzelstukjes had.

Ze haalde diep adem. Waar moest ze beginnen? In de ochtend zou ze op de een of andere manier de envelop bij agent Tully krijgen, of in ieder geval het retouradres. Ze had een sterk vermoeden dat hetgeen wat in de envelop had gezeten, de oorzaak van Ms. Kellermans explosie was geweest. Maar door alles wat Maggie in het huis van de Kellermans had gezien, leken zowel Mary Louise als haar moeder onwaarschijnlijke slachtoffers van het soort moordenaar… Ze schudde haar hoofd. Nee, dat was niet juist. Hij had nog niemand vermoord. Ze leken onwaarschijnlijke slachtoffers van een terrorist die een doos donuts met een doodsbedreiging erin in Quantico kon achterlaten. Niet alleen in Quantico, maar op de afdeling gedragswetenschappen.

Ze vroeg zich af of Ms. Kellerman familie was van, of op een andere manier contact had met een FBI-agent of iemand die voor het bureau werkte. Dat kon gemakkelijk worden nagegaan. Te gemakkelijk, misschien. Deze dader zou niet de moeite hebben genomen om zo’n ingewikkelde en bedreigende ‘kennismaking’ met de FBI in scène te zetten als hij wist dat ze hem met de slachtoffers in verband konden brengen. Nee. De kans was groot dat de terrorist geen relatie met Mary Louise en haar moeder had, maar dat betekende niet dat hij ze niet om de een of andere reden had uitgekozen.

Ze probeerde zich de inhoud van het briefje te herinneren. Het had een beetje slordig geklonken. Of dat was misschien precies wat hij wilde dat ze geloofden, dat het een emotionele uiting was, willekeurig gekozen woorden, terwijl in werkelijkheid elk woord nauwkeurig uitgezocht kon zijn. De zinnen die hij had gebruikt klonken bekend. Misschien had ze gewoon te veel briefjes van zieke geesten gelezen. Het was een beroepsdeformatie, toestaan dat de woorden van misdadigers ruimte in je hoofd innamen. Soms betekenden de woorden niets. Soms betekenden ze alles, waardevolle aanwijzingen als geheime boodschappen die moesten worden gedecodeerd. Woorden als ‘explosie’.

Ondanks het feit dat ze haar uiterste best deed, bleef ze Ms. Kellerman en de met bloed bevlekte lakens voor zich zien. Ze kon de rasperige ademhaling van de arme vrouw, het natte gerochel in haar keel en het geratel in haar borstkas nog steeds horen. Ze kon de zure lucht van braaksel ruiken. De slaapkamer had ernaar geroken, maar er was ook iets anders geweest. Iets wat naar een riool stonk, als bij een overlopende septic tank, alleen was de stank uit Ms. Kellermans bed gekomen.

De medische term in het Engels was crash and bleed out. Maggie wist dat er bepaalde toxines, biologische agentia en besmettelijke ziekten waren die, als ze het lichaam eenmaal waren binnengedrongen, ernstige bloedingen konden veroorzaken. Ricine en antrax hechtten zich aan longcellen en vielen die vervolgens aan. Besmettelijke virussen waren niet kieskeurig wat de cellen die ze aanvielen betrof. De aangetaste cellen explodeerden uiteindelijk. Het immuunsysteem van het lichaam gaf het op. Een voor een lieten de organen het afweten. Je zou dus inderdaad kunnen zeggen dat het lichaam ontplofte en van binnenuit doodbloedde.

Zowel Cunningham als zijzelf hadden het briefje verkeerd begrepen. Toen de auteur schreef dat er een ‘explosie’ zou zijn, bedoelde hij niet een bom. Hij bedoelde Ms. Kellermans lichaam.

De telefoon aan de muur rinkelde, en Maggie schrok. Ze draaide zich om en zag een man achter het glas staan. Hij hield de andere hoorn tegen zijn oor en gebaarde dat zij die van haar op moest pakken. Voordat ze dat deed, ging de telefoon nog twee keer over.

‘Goedemorgen, agent O’Dell.’

De stem klonk rauw van uitputting, dieper dan eerder, alsof de man met keelontsteking te kampen had. Voordat ze zijn ogen zag, had ze zijn stem of hem bijna niet herkend.

‘Kolonel Platt, ik dacht dat u me misschien vergeten was.’

‘Nooit. Hoewel ik je in je nieuwe outfit misschien niet zou hebben herkend.’

Daardoor herinnerde ze zich het dunne operatiehemd, en ze moest zichzelf ervan weerhouden om niet aan de achterkant te voelen of het wel dicht zat. Gedurende het ijsberen had ze er niet echt op gelet. Zijn glimlach deed haar gezicht gloeien. Waarom zou het haar wat uitmaken als hij een glimp van haar naakte achterkant had opgevangen?

‘Ik zou een nachtjapon hebben meegebracht als ik had geweten dat ik de nacht in hotel USAMRIID zou doorbrengen.’

‘Het spijt me dat ik niet iets beters voor je heb kunnen regelen,’ zei hij. Zijn glimlach verdween, en de joviale toon werd ernstiger. ‘We moeten nog een paar uur wachten, dan kan ik je ontbijt laten brengen.’

‘Maar eerst gaan we praten.’ Het was geen vraag of verzoek.

Zonder zijn ogen van haar af te nemen, zweeg hij even. Een secondelang dacht ze dat hij de paniek had opgemerkt die ze zo zorgvuldig had verborgen. Hij wees naar een stoel aan haar kant van het glas, terwijl hij zelf ook ging zitten.

‘Maar eerst gaan we praten,’ gaf hij toe.

Quarantaine
CoverPage.html
section-0001.html
section-0002.html
section-0003.html
section-0004.html
section-0005.html
section-0006.html
section-0007.html
section-0008.html
section-0009.html
section-0010.html
section-0011.html
section-0012.html
section-0013.html
section-0014.html
section-0015.html
section-0016.html
section-0017.html
section-0018.html
section-0019.html
section-0020.html
section-0021.html
section-0022.html
section-0023.html
section-0024.html
section-0025.html
section-0026.html
section-0027.html
section-0028.html
section-0029.html
section-0030.html
section-0031.html
section-0032.html
section-0033.html
section-0034.html
section-0035.html
section-0036.html
section-0037.html
section-0038.html
section-0039.html
section-0040.html
section-0041.html
section-0042.html
section-0043.html
section-0044.html
section-0045.html
section-0046.html
section-0047.html
section-0048.html
section-0049.html
section-0050.html
section-0051.html
section-0052.html
section-0053.html
section-0054.html
section-0055.html
section-0056.html
section-0057.html
section-0058.html
section-0059.html
section-0060.html
section-0061.html
section-0062.html
section-0063.html
section-0064.html
section-0065.html
section-0066.html
section-0067.html
section-0068.html
section-0069.html
section-0070.html
section-0071.html
section-0072.html
section-0073.html
section-0074.html
section-0075.html
section-0076.html
section-0077.html
section-0078.html
section-0079.html
section-0080.html
section-0081.html
section-0082.html
section-0083.html
section-0084.html
section-0085.html
section-0086.html
section-0087.html
section-0088.html
section-0089.html