Hoofdstuk 35

 

 

 

Reston, Virginia

 

R.J. Tully pakte zijn mobiel op voordat die voor de tweede keer over kon gaan. Het was zaterdagochtend net na zevenen, maar hij was niet verbaasd de stem van zijn baas te horen. Hij was opgelucht.

‘Goedemorgen, agent Tully.’

‘Sir, hoe gaat het met u?’ Alsof hij was betrapt, veegde hij broodkruimels van zijn kin. Daarbij kwam hij ook een stukje Kleenex tegen dat aan een snee plakte die hij bij het scheren had opgelopen.

‘Goed. Hoe is het met agent O’Dell?’

De vraag verraste Tully. Hij had verwacht dat Cunningham een beter idee zou hebben hoe het met Maggie ging dan hijzelf. Uit wat hij had begrepen, zaten Cunningham en zij op dezelfde gang.

‘Gisteravond ging het goed. Ik heb haar vanochtend nog niet gesproken.’

‘Kolonel Platt heeft de leiding bij het onderzoek,’ ging Cunningham door, een en al zakelijkheid zoals gewoonlijk. ‘Hij is verantwoordelijk voor de beperking van het besmettingsgevaar en de behandeling, als die mogelijk is. Dat betekent dat ze de plaats delict nog steeds zullen bewaken, maar als ze bewijsmateriaal vinden, valt dat onder jouw en Ganza’s verantwoordelijkheid.’

‘U was in het huis, sir. Zag u iets?’

De stilte duurde zo lang dat Tully zich afvroeg of de verbinding verbroken was.

‘Er moet iets zijn,’ zei Cunningham tenslotte. ‘Wat hier dan ook maar aan de hand is, volgens mij is het iets persoonlijks.’

‘Persoonlijks, sir?’

‘Waarom zou je het risico nemen dat briefje bij de afdeling Gedragswetenschappen af te leveren? Ik denk dat hij er zeker van wilde zijn dat ik het in ontvangst zou nemen.’

Daar was Tully het niet per se mee eens. Het kon ook zijn dat die kerel gewoon een lange neus naar hen wilde maken, hen wilde laten weten hoe dichtbij hij kon komen zonder dat hij betrapt werd. Maar het was niet zijn gewoonte om tegen zijn baas in te gaan. Vanuit Cunninghams gezichtspunt, zeker na een nacht in de Bak, was het vrij logisch om te denken dat dit een persoonlijke aanval was.

‘Heb je de hulp van Sloane in kunnen roepen?’ vroeg Cunningham.

‘Ja. Ik heb vanochtend een afspraak met hem in Quantico, vóór een van zijn colleges.’ Toen herinnerde Tully zich de indrukken die Ganza en hij op de envelop hadden gevonden. Als het persoonlijk was, dan betekende het bericht misschien iets voor Cunningham. ‘Sir, kent u iemand genaamd Nathan die hierbij betrokken zou kunnen zijn?’

‘Nathan?’

‘We vonden de afdruk van letters op de envelop die in de donutdoos zat. Er stond: Bel Nathan R. om zeven uur ’s avonds.’

Er viel een stilte, en deze keer wist Tully dat hij gewoon af moest wachten.

‘Mijn dochter heet Catherine,’ zei Cunningham, en Tully hoorde een ondertoon van paniek. ‘We noemen haar Cather. Haar moeder is dol op Willa Cather. Zou het kunnen dat jullie het niet goed hebben gelezen, en dat er Cather stond?’

Omdat Cunningham vermoedde dat dit persoonlijk was, begreep Tully precies hoe zijn gedachten gingen, maar zijn baas probeerde te hard de puzzelstukjes aan elkaar te leggen. Hij zag het uitvergrote beeld van de envelop en de afdruk voor zich. Onder het vergrootglas was het heel duidelijk geweest.

‘Nee, sir, ik weet zeker dat het Nathan was.’ Voordat Cunningham zijn opluchting kon verbloemen, hoorde Tully hem een zucht slaken. ‘Is er nog iets anders waar Ganza en ik op moeten letten, sir?’ vroeg hij. Wist Cunningham iets wat hij niet deelde?

‘Niets, behalve…’ begon zijn baas. ‘Het is gewoon een gevoel dat ik heb. Ik denk niet dat dit zijn enige plaats delict is. Er zijn er nog meer, of er volgen er nog meer.’

Tully schreef een telefoonnummer op dat Cunningham hem gaf, een directe lijn naar zijn ziekenhuiskamer in USAMRIID, waarna hij beloofde hem te bellen zodra hij iets meer wist. Voordat hij zijn mobiel dichtklapte, merkte hij het roze envelopje in de hoek van het venster op. Terwijl hij met Cunningham aan het praten was geweest, had iemand iets ingesproken. Het was Gwen. Ze zei dat ze een geheimzinnig bericht van Maggie had gekregen en dat ze haar niet kon bereiken. Wat was er aan de hand? En ze herinnerde hem eraan dat ze deze avond samen zouden gaan eten.

Tully was er zeker van geweest dat Maggie al met Gwen had gesproken. Nu zou hij echt in de problemen zitten, omdat hij niet had gebeld. Bovendien bood Gwen in haar bericht aan een pizza voor het avondeten mee te nemen, en daar was hij niet blij mee. Ze was al weken aan het zinspelen op een uitnodiging om zijn huis te zien. Aan de andere kant, als hij inderdaad in de problemen zat omdat hij niet had gebeld, zou hij door deze kleine concessie te doen misschien vergeven worden.

Hij bekeek zijn woonkamer: er lagen schoenen in het midden van de kamer; de koffietafel was bedolven onder post en vuile glazen; stapels kranten en stof concurreerden om ruimte. Zijn gezicht vertrok, maar toch begon hij Gwens nummer in te toetsen.

Op dat moment stommelde Emma naar binnen, achter Harvey aan die op de achterdeur af ging. Haar haar zat in de war, haar pyjama was verkreukeld en haar ogen waren opgezwollen en halfdicht, alsof ze helemaal geen slaap had gehad. En plotseling leek het stof niet zo erg. Wat Tully veel erger vond, was dat zijn dochter en de vrouw met wie hij een relatie had in hetzelfde huis zouden zijn, in dezelfde kamer.

Quarantaine
CoverPage.html
section-0001.html
section-0002.html
section-0003.html
section-0004.html
section-0005.html
section-0006.html
section-0007.html
section-0008.html
section-0009.html
section-0010.html
section-0011.html
section-0012.html
section-0013.html
section-0014.html
section-0015.html
section-0016.html
section-0017.html
section-0018.html
section-0019.html
section-0020.html
section-0021.html
section-0022.html
section-0023.html
section-0024.html
section-0025.html
section-0026.html
section-0027.html
section-0028.html
section-0029.html
section-0030.html
section-0031.html
section-0032.html
section-0033.html
section-0034.html
section-0035.html
section-0036.html
section-0037.html
section-0038.html
section-0039.html
section-0040.html
section-0041.html
section-0042.html
section-0043.html
section-0044.html
section-0045.html
section-0046.html
section-0047.html
section-0048.html
section-0049.html
section-0050.html
section-0051.html
section-0052.html
section-0053.html
section-0054.html
section-0055.html
section-0056.html
section-0057.html
section-0058.html
section-0059.html
section-0060.html
section-0061.html
section-0062.html
section-0063.html
section-0064.html
section-0065.html
section-0066.html
section-0067.html
section-0068.html
section-0069.html
section-0070.html
section-0071.html
section-0072.html
section-0073.html
section-0074.html
section-0075.html
section-0076.html
section-0077.html
section-0078.html
section-0079.html
section-0080.html
section-0081.html
section-0082.html
section-0083.html
section-0084.html
section-0085.html
section-0086.html
section-0087.html
section-0088.html
section-0089.html