Hoofdstuk 5
Washington, DC
Artie liet de SUV achter op een openbaar parkeerterrein. Daar zou de kentekenplaat van de overheid niet opvallen. Hij was een snelle leerling en keek wel uit om door een simpele parkeerboete of verkeerscontrole in de val te lopen. Zoals Ted Bundy. Die was weggekomen met moord, ontsnapt uit de gevangenis en was ’s ochtends vroeg in een VW-kever van de Davis Highway in Pensacola, Florida gehaald. Een oplettende politieagent had gevonden dat de oranje kever niet op zijn plaats leek en had de nummerborden gecontroleerd, waardoor hij had ontdekt dat de auto in Tallahassee was gestolen.
Artie wist dat soort dingen, kende allerlei details over moorden uit het verleden en over hun daders. Hij wist dat hij geen aandacht moest trekken. Dus parkeerde hij de SUV en liep. Aan lopen had hij geen hekel. Hoewel hij er niets aan deed, had hij een goede conditie. Hij leefde zowat op fastfood, waarbij hij van de ene naar de andere soort switchte. Het hotel lag maar een paar straten verderop. Op het moment dat hij aankwam, waren mensen de touringcar aan het instappen. Perfecte timing.
Al een paar keer eerder had hij deze tour langs de monumenten van Washington genomen. Het was een geweldige manier om zijn verzameling uit te breiden. Door slechts een tocht van vijftien kilometer te maken, kon hij DNA-monsters van mensen uit het hele land in handen krijgen. De laatste keer had hij het geluk gehad een lange rode haar te pakken te krijgen van een vrouw die een Seattle Seahawk-sweatshirt droeg.
Nadat hij zijn ticket aan de bestuurder had gegeven, nam hij plaats aan het gangpad tegenover een stel van middelbare leeftijd. Ze groetten hem vriendelijk, en aan hun accent kon hij horen dat ze uit het noordoosten kwamen, misschien New Hampshire. Het was een spel dat hij met zichzelf speelde, accenten aan plaatsen koppelen.
‘Waar komen jullie vandaan?’ vroeg hij op vriendelijke toon, zodat hij een antwoord kon verwachten.
‘Hanover, New Hampshire,’ zeiden ze in koor.
Hij glimlachte en knikte, tevreden met zichzelf.
‘En jij?’
‘Atlanta,’ koos hij deze keer. Hij gebruikte altijd een stad die zo groot was dat niemand kon verwachten dat hij hun tante of neef kende. Daarna opende hij zijn brochure en maakte zo een eind aan het gesprek. Tenslotte had hij alleen aan zichzelf willen bewijzen dat hij gelijk had.
Ze begrepen de hint, maar hij kon merken dat ze graag meer aan hem hadden willen vragen. Hij kon zichzelf in verschillende personages veranderen. En hij kon heel charmant zijn als hij dat wilde. Het resultaat was dat iedereen het leuk leek te vinden om met hem te praten. Soms liet hij het toe, want het was een goede oefening. Bij tijd en wijle kon hij sneller leugens verzinnen dan zij vragen konden stellen. Maar vandaag was hij niet in de stemming. Hij had andere dingen aan zijn hoofd.
Hij keek op zijn horloge. Over een paar minuten zou de FBI een huis in een buitenwijk binnen stormen in de verwachting dat er een ontploffing zou volgen, en hij zou daar kilometers vandaan zijn. Volgens Artie was het allemaal geniaal in elkaar gezet, ook al was hij er dan niet bij aanwezig. Hij kon zich de procedure voorstellen. Ze zouden een SWAT- en een explosievenopruimingsteam bij zich hebben, alleen waren ze totaal niet voorbereid op wat ze zouden vinden. Het waren zulke rechtlijnige denkers. Het feit dat ze dat niet konden inzien, was als een toetje bij wat er op het punt stond te gebeuren.
Hij liet zijn uitpuilende rugzak op de lege stoel naast hem zakken. Normaal gesproken ontmoedigde dat loslopende toeristen, mensen die in hun eentje de tour deden om met andere zielenpoten te kunnen kletsen. Over zielenpoten gesproken, er kwam er nu eentje door het gangpad aangelopen. Hij herkende de dwalende ogen, rondkijkend, zoekend naar iemand van dezelfde soort, en tegelijkertijd paniekerig op zoek naar een stoel. Ze had een verschoten spijkerbroek aan en een paarse sweater met daarop geborduurde vlinders, en ze droeg een enorme zwarte handtas. Artie vermeed oogcontact door de brochure weer open te slaan, hoewel hij de route uit zijn hoofd kende.
Ze nam plaats op de stoel voor hem. In de weerspiegeling van de ruit kon hij zien dat ze de tas op haar schoot nam en erin begon te rommelen. Al snel hoorde hij het geklik van een nagelschaartje. Typisch de zenuwachtige energie van een zielenpoot die geen uitweg meer ziet, dacht hij bij zichzelf.
Vreselijk onbeleefd. Had niemand dan meer goede manieren? Mensen borstelden hun haar in het openbaar, krabden in hun kruis, peuterden in hun neus en knipten hun nagels. Uiteraard was hij er in wezen heel blij mee, want hij had geleerd om gebruik van hun slechte gewoontes te maken.
Artie pakte een zakdoek uit zijn rugzak en liet per ongeluk zijn brochure vallen. Terwijl hij deze met één hand oppakte, veegde hij met de zakdoek in zijn andere hand over de vloer. Daarna verfrommelde hij het zakdoekje tot een prop en deed het terug in zijn rugzak, zonder dat iemand de bewegingen of de stukjes vingernagel die hij had verzameld, opmerkte.
Vervolgens leunde hij tevreden achterover. De rondrit was nog niet eens begonnen en nu al succesvol. Hij keek weer op zijn horloge. Ja, het leek een mooie dag te gaan worden.