***
De zondag erop waren zijn broer en Ymke, gewoontegetrouw, naar Velp gekomen. Casper had wel gedacht dat zijn broer niet thuis zou blijven. Lucas had ingezien dat hij zijn broer ooit weer onder ogen moest komen. Casper had nog in bed gelegen toen hij hun auto het pad op hoorde rijden. Het kon nog zijn dat Ymke alleen was. Even later hoorde hij stemmen beneden en herkende ook die van zijn broer. Het was toch moedig van hem.
Casper kleedde zich rustig aan. In de tussenliggende tijd - alleen de zaterdag - was er geen contact tussen Velp en Arnhem geweest. Hij had zich wel afgevraagd hoe het daarginds gegaan was. Hoe was zij Lucas tegemoet getreden? Hoe had ze hem thuis aangetroffen? Schuw? De houding van de bedrogene is altijd beschaamd. Effen, vlak, ingehouden, als wilde hij zich onzichtbaar maken? Of hautain, met een vernietigend gebaar naar zijn horloge? Wat waren de eerste woorden geweest? Half en half had hij gehoopt dat zij naar Velp zou bellen om hem op de hoogte te brengen.
Casper had wel een helder idee van die thuiskomst: Lucas die haar opwachtte in de kamer en zweeg. Zij immers had veel uit te leggen. Zij moest zich verantwoorden. Ymke, in haar koele rok van zwarte zijde, in de kleine hal bij de voordeur, bleek van de lange nacht, de lippen nog snel aangezet, verleidelijker dan ooit. Ze zou zeggen... Ja wat zou ze zeggen? Met welke bekentenis zou ze beginnen? Ze had altijd een speciaal gevoel voor Casper gehad. Lucas moest dat toch opgevallen zijn en ze had hem herinnerd aan zijn broer, die met de grootste zorgvuldigheid haar teennagels donker verfde. Zwart of indigo. Dat deed je niet bij elke vrouw. Of had hij daar niets achter gezocht? Of zou ze alleen maar zeggen: Hier ben ik, en er verder het zwijgen toe doen. Omdat woorden niet duidelijk konden maken, omdat het hier ging om een verwarrende, geheel onvoorziene aaneenschakeling van vage opwellingen, heftige verlangens, die waren ontstaan in de hitte, de muziek, de drank. Dat eerste glas wijn was haar direct naar het hoofd gestegen.
Lucas moet heel bang geweest zijn haar aan Casper kwijt te raken. Heeft hij zich daarom beheerst? Heeft hij zijn mooie vrouw gekust en heeft zij als reactie heel aanhalig teruggedaan? Dat zou haar wel erg slecht maken. Zijn ze gewoon samen naar bed gegaan? Zag Lucas toen met hoeveel vuur en hartstocht zij zich aan hem gaf en besefte hij dat hij haar verloren had? Zij waande natuurlijk Casper bij zich; het lichaam waar hij zich zo woest op wierp was door zijn broer gekend. Onverwacht, zo moest het gegaan zijn, duwde hij haar van zich af: wist ze wel dat hij wanhopig urenlang over de verlaten Rijnkade had gezworven? Het was hem niet ontgaan dat zij hem in de Rijnbar niet meer had willen zien, zich van hem had afgewend, hem volledig vergeten wilde. Zijn aanwezigheid stoorde, was het niet? Ze had zeker stiekem gehoopt dat hij niet eens mee was gegaan, thuis was gebleven. Had ze met Casper geslapen? Was Casper beter dan hij? En hadden ze het al vaker gedaan? Het zou hem niets verbazen. Hoe vaak? Hij sloeg in blinde woede. Kon niet meer ophouden, sloeg op haar hoofd, in haar hals, op haar gezicht. Nooit eerder had hij iemand geslagen. Vroeger meed hij vechtpartijen op het schoolplein. Hij was te zachtmoedig. Ze bleef liggen, probeerde zijn slagen nauwelijks af te weren: ze verdiende straf. Wel was ze verbaasd geweest; zo kende ze hem niet. Onder de slagen had ze bijna onmerkbaar geglimlacht. Dat moest hij gezien hebben. Ook dat ze opgewonden raakte, dat haar lichaam was gaan tintelen. Ontmoedigd was hij gestopt. Averechts effect. Waarschijnlijk voelde ze nu alleen de opzwepende muziek die zachte wonden in haar gebruinde huid schroeide. Lucas, machteloos, was de trap afgerend, naar buiten toe, was weer teruggekomen, had niet geweten wat hij nu nog kon doen. Ze trof hem ten slotte in de studeerkamer. Ze dacht alle gelaatsuitdrukkingen van Lucas te kennen, maar dit gezicht - roerloos masker zonder enige expressie - had ze nog niet eerder gezien. Daarin lagen te lezen een verdriet en verlatenheid, zo dicht bij de dood, dat zij ontsteld haar hoofd afwendde. Was het zo gegaan?
Of anders. Zij opende de buitendeur. Hij wachtte haar op, on- dervroeg haar met zijn blik. Zij direct: Vraag me niets. Geen details. Morgen praten we erover.
Nee, nog anders.
'Heb ik je verdriet gedaan?'
'Ik wil er niet over praten. Ik ben blij dat je veilig thuis bent...'
Dat wilde Casper - die zich schuldig voelde, die zijn broer niet bewust pijn had willen doen - nog het liefst geloven: rustig was zijn broer haar die zaterdagmorgen tegemoet getreden en had vastgesteld: 'Mijn broer heeft je gezoend.'
Ze gaf na enige aarzeling toe.
'Dat vond je niet onprettig?'
'Nee, anders had ik het niet toegestaan.'
'Hij heeft ook met je geslapen...'
Ze gaf geen antwoord. Hij drong aan. Zij zei hem dat ze die vraag bespottelijk vond.
'Je zou het gewild hebben, Lucas. Ja, hè? Hel lijkt haast of je me in die dingen aanmoedigt. Of probeer je soms een soort wrok tegen me op te bouwen, die jou vrij spel geeft...? Kom Lucas, kijk niet zo somber. Natuurlijk is er niets gebeurd. We hebben wel verliefderig gedanst misschien, maar het was ook wel erg vol op de dansvloer, en later, toen jij er niet meer was, hebben we een diep gesprek gevoerd. Je kent Casper toch... Die neemt daar alle tijd voor... Over vader, over zijn relatie tot hem... Je begrijpt dat hij het daar nog moeilijk mee heeft, soms...' Ze had een arm om zijn hals geslagen. Hij had dat toegelaten. Hij had haar behouden. 'Kom, laten we naar bed gaan, ik zal lief voor je zijn.'
Casper kwam beneden, kuste zijn moeder, toen Ymke.
'Dag Lucas.' Casper kuste, als altijd, ook zijn broer.
Lucas zag er moe uit. Hij deed verbeten zijn best om zo gewoon mogelijk te doen, sprak banale zinnetjes over de bloeiende voortuin, liep naar buiten, naar binnen, glimlachte vaag alsof hij de zaak onder controle had. Het was de enig mogelijke houding. Casper vond dat zijn broer de situatie waardig oploste. Ymke deed ook gewoon, meed zoveel mogelijk Caspers blik. Alleen als Lucas even de kamer uit was, durfde ze hem langer aan te kijken. Ze was nog in zijn ban, ook buiten de sfeer van die avond.
Moeder voelde de spanning, begreep intuïtief misschien wat er aan de hand was, maar maakte er gelukkig geen toespeling op.
Ymke had zin in een flinke wandeling. Hoopte ze dat Lucas liever thuisbleef? Casper is er nooit achtergekomen. Ze liepen met z'n vieren de straat op tot aan de Ringallee, daalden die af tot het kruispunt met de Roosendaalselaan en gingen in de richting van kasteel Rozendaal. In de pas herstelde oranjerie van het park dronken ze thee en keken uit over de rozentuin met enkele indrukwekkende amfora's, waarin yucca's bloeiden. Rechts lag de twaalfde-eeuwse donjon. Casper wist enkele details die hij zijn schoonzus vertelde. Lucas luisterde ook belangstellend, vulde hem aan. Het was als altijd. Een familieromance.
Thuis dekte Ymke de tafel. Moeder zei dat ze griesmeelpudding met bessensap had gemaakt, het lievelingstoetje van papa. Ze gingen aan tafel. Moeder en Lucas vouwden hun handen. Casper durfde niet naar Ymke te kijken. Een vlek zon schoof over de gedekte keukentafel. Een landelijk tafereel. Na het eten las Lucas, op vaders plaats, uit de Handelingen der Apostelen. De twee vrouwen staken na het eten een sigaret op. Sinds vaders dood was moeder meer gaan roken. Ze inhaleerde niet. Casper legde een arm om de schouders van zijn moeder. Hij was gewoon om zijn schoonzus of broer onverwacht te zoenen of aan te raken. Dat liet hij nu na. De zon verdween ten slotte achter de hoge sequoia's in het park.