Hoofdstuk 62
Toen Maggie haar kamerdeur opende, moest ze een glimlach onderdrukken. Nick Morelli rook net zo lekker als hij eruitzag, net uit de douche, zijn haar nog steeds nat en in de war. Hij had niet de tijd genomen zich te scheren, maar de donkere stoppels maakten hem alleen maar aantrekkelijker, deden die verdraaid charmante kuiltjes zelfs nog beter uitkomen. Hij had zich omgekleed in een blauwe spijkerbroek en had zijn overhemd en stropdas vervangen door een trui met ronde hals, babyblauw, een kleur die bij zijn ogen paste en ze deed sprankelen. Laat het maar aan Morelli over, kon ze niet nalaten te denken, om elke mogelijkheid volledig uit te buiten.
Zijzelf had nog steeds de operatiekleding aan. Ze had de tijd niet genomen om zich om te kleden. Er moest te veel worden gedaan. Geen tijd te verspillen. Daarbij zat de katoenen kleding lekker.
‘Na enen is er geen roomservice meer,’ zei ze, terwijl ze Nick voorging haar kamer in. ‘Maar de receptionist heeft wat restjes naar boven laten brengen.’ Ze wees naar een dienblad op het bureau met een assortiment fruit, kaas en crackers. ‘Ga je gang.’ Zelf pakte ze een handjevol druiven.
‘Jeetje, dat is aardig van ze.’
‘Het is ongelofelijk hoeveel service een arts krijgt,’ merkte ze op, aan de zoom van haar groene operatiehemd trekkend.
‘Heel slim. Dat moet ik onthouden. Als je er als een advocaat uitziet, krijg je niets gratis.’
Glimlachend liep ze terug naar haar plek in de hoek, waar twee leunstoelen naast elkaar stonden met een schemerlamp ertussenin. Ze had een van de nachtkastjes voor haar stoel geschoven, zodat ze haar laptop erop kon zetten. In de rest van de kamer was bijna alles hetzelfde gebleven. Haar koffer lag nog op het verder onaangeraakte bed.
Nick laadde een papieren bord vol met stukken meloen, druiven, aardbeien, kaasblokjes en een aantal crackers. Maggie deed haar best om niet te kijken, toen hij met het volle bord op een hand balancerend naar de andere leunstoel toe liep. Hij wierp haar een schaapachtige grijns toe.
‘Ik kan me niet eens herinneren wanneer ik voor het laatst heb gegeten,’ zei hij, terwijl hij de computertas onder zijn arm op het stoelkussen liet glijden.
Maggie maakte ruimte voor hem op het nachtkastje, zodat hij zijn bord kon neerzetten.
‘Ik weet het. We moesten weg uit The Rose and Crown voordat we konden bestellen.’
‘Ja, waar heb je Ceimo trouwens gelaten?’
‘Hij is iets voor me aan het doen.’
‘O ja?’
Ze bestudeerde zijn ogen en herkende die blik. Hij was jaloers, en hij wist dat ze het had opgemerkt.
‘Heb je nog iets van je broer gehoord?’ vroeg hij.
Slimme verandering van onderwerp. Het noemen van de pub had haar ook aan Patrick doen denken.
‘Nee. Hij neemt niet op. Hopelijk zit hij ergens veilig en warm.’
Als Nick al een langere uitleg had verwacht, drong hij er niet op aan.
‘Dus wat is het plan?’ vroeg hij, naar haar laptop wijzend, terwijl hij een kaasblokje in zijn mond stak.
Ze had hem over de telefoon heel weinig verteld, alleen dat iemand haar wat informatie had gegeven, plus dat ze zijn hulp nodig had en wilde dat hij onderdeel uitmaakte van het team.
‘We hebben twee uur voordat we Kunze en Wurth beneden ontmoeten. Zij houden zich al met een paar onderdelen bezig. Ondertussen ben ik door een aantal dossiers en rechtbankdocumenten aan het werken, en ik dacht: wie kan me daar nu beter mee helpen dan een jurist?’
‘En dan vooral eentje die je met gratis eten kunt verleiden.’
‘Precies.’
Hij zette zijn bord neer, verplaatste zijn laptop en ging op de stoel naast haar zitten, zodat hij kon zien wat er op het computerscherm stond.
‘Denk je dat dit iets te maken heeft met de bomaanslag in Oklahoma City?’
‘Niet mijn idee. Iemand anders suggereerde het. Preciezer gezegd, mijn informant vertelde me dat het meesterbrein achter deze aanslag liet doorschemeren dat hij John Doe 2 was. Absurd, ik weet het. Hoogstwaarschijnlijk zei hij het alleen vanwege het effect, maar ik moet het toch checken. Ik ben op zoek naar John Doe 2-verdachten om te zien of iemand daarvoor in aanmerking komt en deze aanslag mogelijk heeft voorbereid. Hoeveel weet jij van de bomaanslag in Oklahoma City?’
‘Ik herinner me dat de rillingen me over de rug liepen. Er gingen geruchten dat McVeigh eerst zijn oog had laten vallen op het federale gebouw in Omaha, voordat hij Oklahoma City uitkoos. Junction City, Kansas, is maar een paar honderd kilometer van Omaha vandaan.’
‘Dus je bent bekend met de bijzonderheden van deze zaak.’ En ze was blij dat hij zich die details nog herinnerde. In Junction City hadden McVeigh en Nichols de Ryder-truck gehuurd die ze hadden gebruikt om hun mobiele bom in te bewaren en te vervoeren.
‘Ik was het jaar voor McVeighs executie begonnen met colleges recht te geven op UNL. Deze zaak vormde een goede casestudy. Die kerel was een nachtmerrie voor zijn advocaten.’
‘Omdat hij toegaf het plan verzonnen en uitgevoerd te hebben?’ Maggie tikte op haar toetsenbord om het document dat ze net had gelezen op het scherm te laten verschijnen.
‘Zijn eerste advocaat… Jones, denk ik dat hij heette. Ik kan me zijn naam niet precies herinneren,’ begon Nick, waarna hij aan zijn wang krabde en de naam in zijn geheugen probeerde op te roepen.
‘Stephen Jones.’
‘Jones beweerde dat McVeigh niet eerlijk tegenover hem was. Hij veranderde telkens van verhaal, zelfs wanneer ze elkaar onder vier ogen spraken. Jones geloofde dat er nog anderen bij betrokken waren. Niet alleen Terry Nichols.’
‘En McVeigh beschermde hen?’
‘Of McVeigh wilde zich belangrijker voordoen dan hij was. Dat komt wel overeen met de theorie dat hij een martelaar wilde zijn.’
‘Bij deze bomaanslag heeft niemand zich als martelaar opgeworpen. In feite zijn er helemaal geen claims gemaakt,’ zei Maggie schouderophalend. ‘Ik heb dossier na dossier doorgewerkt. Als het dezelfde kerel is, heeft hij niet dezelfde modus operandi gebruikt. Ik kan geen enkele overeenkomst vinden tussen deze bomaanslag en die in Oklahoma City. De bommen alleen al waren heel verschillend. Tweeëntwintighonderd kilo ammoniumnitraat en kerosine verborgen in een gehuurde Ryder-truck is iets heel anders dan drie rugzakken.’ Ze haalde haar vingers door haar haren, de neiging weerstaand om eraan te trekken. Dit voelde aan als tijdsverspilling. Henry Lee had haar niets gegeven om mee te werken.
‘De technologie voor het vervaardigen van bommen is veranderd sinds… Wat is het? Vijftien jaar sinds Oklahoma City? Misschien had hij deze keer geen Ryder-truck nodig.’
Ze keek Nick aan. Op een bepaalde manier had hij gelijk. Na 9/11 zouden drie rugzakken met explosieven in het midden van een drukke mall de Amerikaanse spirit waarschijnlijk net zo beschadigen als tweeëntwintighonderd kilo ammoniumnitraat en kerosine.
‘Ik moet je zeggen,’ begon Nick weer, waarna hij even zweeg. ‘Ik heb nooit gedacht dat John Doe 2 een absurd idee was.’
‘Echt niet?’
‘Te veel toevalligheden. Ik weet dat ooggetuigen berucht zijn om hun onbetrouwbaarheid, maar er waren te veel mensen die zwoeren dat ze iemand samen met McVeigh hadden gezien, iemand die van geen kanten op Terry Nichols leek. Er zijn een hoop vragen onbeantwoord gebleven.’
‘Ik zou Nick Morelli nooit voor een complottheoreticus hebben gehouden.’
‘Als de zaak zo duidelijk was, waarom neem je dan de moeite om dit allemaal door te nemen? Waarom negeer je niet gewoon wat die informant zei?’
Ze leunde achterover en slaakte een gefrustreerde zucht. Haar ogen voelden opgezwollen aan, haar geblesseerde zij bleef pijn doen.
‘Omdat ik niets anders heb. Kunze is de achtergrond van de informant aan het checken. Wurth probeert erachter te komen of er waarschuwingen of bommeldingen bij de luchthavens zijn binnengekomen. Het enige wat de informant me heeft gegeven, was een waarschuwing. Nog een aanslag. Morgen.’
Ze liet het tot hem doordringen, zag hem over zijn kaak wrijven alsof iemand hem een klap had gegeven. Ja, zo voelde het aan. Alsof je plotseling een klap in je gezicht kreeg.
‘Hij heeft me verteld dat het een luchthaven zou zijn,’ vervolgde ze. Ze schoof haar stoel naar voren en klikte de lijst aan die Henry Lee naar haar e-mailadres had gestuurd. Ze had hem al minstens tien keer doorgenomen op zoek naar verborgen aanwijzingen waarom deze zeven waren uitgekozen en welke luchthaven het doelwit zou worden.
‘Hij heeft me een lijst gegeven,’ zei ze tegen Nick, ‘maar kon me niet vertellen op welke luchthaven de aanslag zou plaatsvinden. Wurth probeert ze allemaal te waarschuwen, maar waar moeten we extra versterkingen naartoe sturen?’
Ze had niet gemerkt dat Nick naar voren was geschoven om de lijst beter te kunnen bekijken, zijn voorhoofd gefronst, zijn arm rustend tegen die van haar.
‘Waar heb je deze vandaan?’
‘Hoezo?’
‘Ik heb deze lijst eerder gezien. Precies dezelfde lijst.’