Hoofdstuk 43
Maggie baande zich een weg door de volle gang. De gehele verdieping met conferentiezalen in het hotel was een geimproviseerd commandocentrum geworden. Ze passeerde een deur waarachter ze wist dat het noodziekenhuis zich bevond en een andere waarachter slachtoffers met hun families werden herenigd. Zaal 119 was aan het einde van de gang.
Ze had zich verkleed in een blauwe spijkerbroek, een coltrui en platte leren schoenen. Haar Smith & Wesson was in het kluisje van haar kamer achtergebleven, samen met haar badge. Het enige wat ze bij zich had, was haar smartphone, haar legitimatiebewijs, een creditcard, de sleutelkaart van haar kamer en een biljet van twintig dollar dat ze in haar broekzak had gestopt.
Nick en Jerry wachtten voor de deur, beiden naar haar glimlachend. Het was duidelijk dat ze de achtervolgingsscène inmiddels hadden gezien. De anderen ook, bleek zodra ze de zaal in liep. Hoofden draaiden zich om en knikten. Ogen wierpen een blik en bleven daarna staren.
Het was een kleine groep. Misschien zo’n twaalf mensen. Hoofdcommissaris Daryl Merricks team zat in een andere zaal. Merrick had de strijd om de jurisdictie gewonnen en had nu de leiding over de zaak. Hij had zijn handen vol aan het bergen van lichamen, het redden van gewonden en het opzetten van informatiecentra voor slachtoffers en hun families, om het maar niet te hebben over het gegoochel met een medianachtmerrie. Het was echter de taak van de federale bureaus – de Binnenlandse Veiligheidsdienst en de FBI – om het onderzoek uit te voeren, arrestatie- en huiszoekingsbevelen uit te vaardigen en de daders op te sporen. Dat was deze groep, verzameld in zaal 119. De meesten van de leden ervan waren nog op de plaats delict, in het puin aan het zoeken en getuigen aan het interviewen. Dagen, weken na deze avond zouden ze nog steeds bewijsmateriaal aan het catalogiseren en theorieën aan het opstellen zijn.
Charlie Wurth was terug van de persconferentie en was bezig vooraan in de zaal een enorm whiteboard neer te zetten. Naast hem sloot een technisch rechercheur van de CSI een computer aan en stelde een projectiescherm op. Nick stelde Maggie voor aan David Ceimo en een explosievenexpert, genaamd Jamie, terwijl Yarden naar voren liep om een USB-stick te overhandigen met de korrelige wazige beelden – de beste beelden die ze hadden gevonden – van de vijf verdachten. Maggie luisterde naar Nick en David Ceimo, die uitlegden hoe ze elkaar kenden, ondertussen Yarden en Charlie Wurth bestuderend. Er leek enige discussie te zijn, waarna Wurth naar de computer wees. Kennelijk wilde hij dat Yarden daar bleef en hem hielp met de presentatie.
‘Oké, mensen,’ zei A.D. Kunze, terwijl hij de zaal binnen kwam en met een klap de deur achter zich dichtsloeg. ‘Ik weet dat iedereen moe is. Laten we beginnen.’
Wurth knikte naar Yarden en overhandigde hem een afstandsbediening. ‘Ga je gang,’ zei hij.
Yarden aarzelde. Maggie kon zien dat hij nerveus was. De toppen van zijn oren waren vuurrood aan het worden. Hij was een meester achter het computerpaneel, maar het was anders als je in een donkere kamer met alleen maar monitors zat. Hier, staande voor een groep wetshandhavers, zou hij zich niet op zijn gemak voelen. Voordat hij de foto’s op het scherm projecteerde, keek hij even naar beneden.
Op de computermonitor zag Maggie rijen foto’s, ongeveer vijf per rij. De beelden, nu jpeg’s, waren gedownload van de digitale camera’s die waren gebruikt om de plaats delict te filmen. Daar kwamen de beelden bij die Yarden uit de surveillancevideo’s had gehaald.
Na een paar knoppen op het toetsenbord van de computer te hebben ingedrukt, richtte hij de afstandsbediening en klikte. Een foto op de plaats delict van een van de kraters verscheen op het projectiescherm. Hij klikte weer, en er verscheen een ander beeld naast. Toen Maggie beter keek, zag ze dat de kleine foto een van de beelden van een surveillancecamera was van hetzelfde gebied vóór de explosie.
‘In eerste instantie dachten we dat er drie aanslagplegers waren,’ begon Yarden uit te leggen. ‘Daarna ontdekten we dat de plek waar een van de bommen was afgegaan, het damestoilet was.’ Hij klikte op de afstandsbediening, en het beeld werd vervangen door een ingezoomde foto van het toiletbordje.
Yarden wachtte een paar minuten, waarna hij nog drie foto’s op het scherm projecteerde: de korrelige beelden van vier jonge mannen en één jonge vrouw. Het schokte Maggie weer dat de beelden, zelfs op het projectiescherm, zo onduidelijk waren. Ze zouden nooit in staat zijn hen te identificeren.
‘Wat is jouw inschatting, O’Dell?’ bulderde A.D. Kunze vanaf zijn plek tegen de achterwand. ‘Jij moet een profiel hebben opgesteld. Tenslotte was jij in staat te bepalen dat de jonge man op de parkeerplaats niet een van de vijf was.’
Er viel een stilte. Ze waren getrainde onderzoekers. Dus wisten ze dat dit een oneerlijke vraag was, zelfs als Kunze geen kleinerende toon had gebruikt.
‘Ten minste een van hen zou een student kunnen zijn,’ zei Maggie. ‘We konden logo’s op zijn pet en sportjasje ontcijferen.’ Terwijl ze sprak, zag ze Yarden die close-ups op het scherm projecteren. ‘Ze zijn alle vijf blank, tussen de achttien en zesentwintig jaar. Geen van hen heeft controversiële kleding aan. Behalve de pet en het jasje is er trouwens niets wat aangeeft dat ze zichtbaar wilden maken dat ze bij een specifieke organisatie of bende hoorden. Er zijn geen piercings of tatoeages te zien. Ik weet dat er een verwachting was dat deze individuen met een groep als CAP in verband konden worden gebracht, maar daar zie ik op de videobeelden geen bewijs van.’
‘Dat is een afkorting van Citizens of American Pride,’ voegde Wurth eraan toe. ‘Senator Fosters kantoor had per telefoon een paar waarschuwingen ontvangen.’ Daarna wees hij naar de foto’s en zei: ‘We hadden drie bommen. Jullie hebben vijf verdachten.’
‘Dat klopt,’ vervolgde Maggie. ‘Het lijkt erop dat twee van de verdachten met een van de aanslagplegers de mall zijn binnen gegaan. Omdat een van de rugzakken in het damestoilet is terechtgekomen, vermoeden we dat het meisje erbij betrokken was. En de andere jonge man waarschijnlijk ook. Ik kan er nog aan toevoegen dat geen van de vijf verdachten er ongerust of zenuwachtig uitzag. En ze gedroegen zich zeker niet als zelfmoordaanslagplegers.’
‘Wat klopt met mijn theorie,’ deed Jamie, de explosievenexpert, een duit in het zakje. ‘Er is voorlopig bewijsmateriaal dat alle drie de bommen op afstand tot ontploffing zijn gebracht. Ik denk dat deze individuen geen van allen wisten dat ze bommen bij zich hadden. Of als ze dat wisten, dan geloofden ze niet dat ze tot ontploffing gebracht zouden worden terwijl ze die bij zich droegen, anders is er geen reden voor een ontstekingsmechanisme op afstand. Ook kan ik nu al alleen aan de resten zien dat de explosieven zijn gemaakt door iemand die wist wat hij deed. Een professional. Beslist iemand die in het gebruik van en omgaan met explosieven is getraind.’
‘Maar in de zaak waarover je ons eerder vertelde,’ zei Nick, ‘had je het erover dat dit ontstekingsmechanisme leek op dat in de blauwdruk voor een vuile bom. Als ik het me goed herinner, zei je toch dat de maker ervan beweerde dat hij dit voor een studieproject deed? Was hij geen student?’
‘Ik herinner me het ontstekingsmechanisme,’ antwoordde Jamie. ‘Het spijt me, de andere details herinner ik me niet meer.’ Ze keek om zich heen en merkte dat dat niet goed genoeg was. ‘Ik kan ze opzoeken.’
Tevredengesteld knikte Wurth.
Kunze keek niet tevreden. ‘Hoe zit het met groepen als CAP?’ vroeg hij, zich weer tot Maggie richtend. ‘We kunnen hun betrokkenheid niet simpelweg afwijzen, alleen omdat geen van die jonge mensen T-shirts met AMERICAN PRIDE erop droegen.’
‘Mee eens,’ vertelde Maggie hem. ‘Ik heb wat onderzoek gedaan. De honkbalpet en het sportjasje zijn van de University of Minnesota hier in Twin Cities. De Citizens for American Pride hebben het afgelopen jaar twee bijeenkomsten op de campus gehouden. De laatste was afgelopen maand. Maar er zijn heel veel van dat soort evenementen en bijeenkomsten op de universiteit.’
‘Dus het is mogelijk dat deze jongelui lid waren?’ wilde Kunze weten.
‘Zoals ik eerder zei, is er geen bewijs voor, maar het is mogelijk,’ gaf Maggie toe.
Nu leek Kunze wel tevreden. Hij vertrok voor het einde van de bijeenkomst. Maggie kon het niet helpen zich af te vragen waarom hij zo vastbesloten was de bommen aan deze specifieke groep toe te schrijven. Uit haar korte onderzoek voor het begin van de bijeenkomst was geen enkel geweldsincident of crimineel gedrag naar voren gekomen dat aan de groep toegewezen kon worden. Natuurlijk, ze hadden een aantal krankzinnige dingen beweerd, maar zelfs de zogenaamde waarschuwingen of dreigementen die senator Fosters kantoor had ontvangen, waren mild. Ook hadden ze de aanslag niet opgeëist, wat vreemd was.
Wurth en Yarden lieten nog een aantal foto’s van de plaats delict zien. Ze stelden een lijst samen met informatie, bewijsmateriaal en aanwijzingen. Toen ze klaar waren, nodigde David Ceimo hen uit voor hamburgers en bier.
Zoals zo vaak realiseerde Maggie zich dat alleen wetshandhavers na een bijeenkomst als deze aan eten zouden denken.