Hoofdstuk 47
Patrick stopte zijn handen diep in zijn jaszakken. Zijn mobiel zat in zijn vuist geklemd. Hoe kon hij Maggie vertrouwen? Hij kende haar nauwelijks. Het was nog niet zo lang geleden dat hij had ontdekt dat ze bestond. Dat ze een vader deelden. Zij had de wettige versie gehad. Hij de onwettige. Hun moeders hadden ervoor gezorgd dat Maggie en hij niet van elkaar af wisten, de een of andere vreemde overeenkomst die Patricks moeder een ‘ernstige vergissing’ had genoemd. Natuurlijk had ze dat pas gezegd nadat het geheim was uitgekomen.
Nu stond hij onder het afdak van een restaurant naast de mall. Hij was het restaurant binnen gegaan, in de hoop eindelijk de kou achter zich te kunnen laten, te kunnen zitten en iets te kunnen eten. Het restaurant zat bomvol, maar hij had een lege barkruk in de lounge gevonden en een biertje besteld. Het menu doornemend, had hij zijn eerste slok genomen. Op dat moment had de lokale zender voor het eerst het nieuwsbericht uitgezonden.
De televisiemonitors bevonden zich hoog achter de bar, en iedereen had ernaar gekeken of gewezen.
Bijna was Patrick in zijn bier gestikt. Hij kon nog steeds niet geloven dat het zijn foto was, zijn naam.
Waarom dacht de politie dat hij iets met de bommen te maken had? En nu dacht Maggie het ook. Hij kende Chad en Tyler niet eens, had ze nog nooit ontmoet. Dixon had hen die ochtend in de mall aangewezen. Meer niet.
Nu bevond hij zich weer buiten in de kou, rillend, klappertandend. Van top tot teen kletsnat. Terwijl hij terugliep naar het hotel, vermeed hij oogcontact met iemand te maken door zijn hoofd naar beneden te houden, hoewel hij zich afvroeg of iemand hem in zijn huidige staat zou herkennen.
Zijn idee was dat het hotel de enige plek was die hij hier goed kende. Als hij zich moest verbergen, leek dat de beste plaats. Hij nam de trap naar de derde verdieping, omdat hij van zijn eerdere speurtocht wist dat het daar rustig was. Hij verzekerde zichzelf ervan dat er niemand in de wasruimte was, voordat hij daar naar binnen ging en zichzelf aan genoeg handdoeken hielp om zich te kunnen afdrogen. Hij vond zelfs een overall.
Hij trok zijn natte kleren uit, rolde ze in een paar handdoeken en gooide ze in een van de drogers. De overall was een maatje te groot. Hij moest de mouwen oprollen. Maar hij was droog en warm. Hij besloot zijn natte gympen en sokken uit te doen en gooide ze ook in de droger. Als een van de kamermeisjes hem betrapte, kende hij genoeg Spaans om een goed verhaal te verzinnen, maar op dit uur verwachtte hij hier geen personeel.
Plotseling hoorde hij de dienstlift op de derde verdieping stoppen. Het gepiep van de openglijdende deuren herkende hij. Vanuit de wasruimte stak hij zijn hoofd naar buiten, maar hij trok zich meteen weer terug toen hij de man zag die uitstapte. Een enorme man in een blauw uniform. Patricks maag draaide zich om, terwijl hij zich tegen de muur drukte, gedeeltelijk verborgen door de rekken met opgevouwen handdoeken, en zijn adem inhield.
Hij dacht niet dat hij bewaker Frank die avond voor de tweede keer voor de gek zou kunnen houden.