Hoofdstuk 15

 

 

 

Washington DC

 

Andrews Air Force Base verdween onder hen. Maggie dwong zichzelf er niet naar te kijken, op te houden met uit het vliegtuigraam te staren. Moordenaars, die kon ze aan. Vliegen op een hoogte van tien kilometer en niets onder controle hebben vereiste nog steeds bewuste inspanning.

Bewuste inspanning of een groot glas whisky.

Het deed er zelfs niet toe dat het een privévliegtuig was met comfortabele leren leunstoelen. Wat het nog erger maakte, was dat directeur Ray Kunze tegenover haar zat naast Allan Forster, de zilverharige senator uit Minnesota. Aan Maggies linkerkant bevond zich de vicedirecteur van de Binnenlandse Veiligheidsdienst, Charlie Wurth. Na wat grapjes en natuurlijk de vereiste ongelovige en boze opmerkingen te hebben uitgewisseld, zwegen de drie mannen eindelijk even. Maggie had simpelweg achterovergeleund en hun stemmen uitgeschakeld.

‘Ze hadden ons gewaarschuwd,’ zei senator Forster voor de tweede keer.

‘We zullen snel genoeg weten of dit het werk was van een georganiseerde groep of slechts van één gek.’ Kunze keek naar Maggie en knikte alsof dat een soort geheim teken was om hem bij te vallen. ‘Speciaal agent O’Dell kan ons exact vertellen naar wie we moeten zoeken, zodra ze de videobeelden heeft gezien.’

In plaats van dat te beamen of te verzekeren, vroeg ze aan de senator: ‘Wat voor soort waarschuwingen?’

‘We hebben nog niet kunnen achterhalen waar ze precies vandaan komen en of ze authentiek zijn,’ antwoordde Kunze voor de senator. ‘Maar ik ben er zeker van dat als we eenmaal een idee hebben hoe de terroristen eruitzien – hetzij via de beveiligingscamera’s, hetzij via ooggetuigenverslagen – we kunnen bepalen of de waarschuwingen overeenkomen met het sjabloon.’

Met verbazing keek Maggie Kunze aan. Praatte hij altijd alsof hij omringd werd door televisiecamera’s en verslaggevers?

‘Ik ben gewoon nieuwsgierig,’ zei ze, en ze haalde haar schouders op alsof het er niet toe deed of zij haar nieuwsgierigheid wel of niet deelden. ‘Waarschuwingen en dreigementen verraden vaak meer dan bedoeld.’

Senator Foster ontmoette haar blik en knikte. ‘Dat is absoluut waar.’ Daarna, alsof hij tegenwerpingen de kop in wilde drukken, voegde hij eraan toe: ‘En de waarschuwingen zijn het enige wat we op het moment hebben.’

‘Je zei dat de beveiliging er camera’s had hangen,’ merkte Kunze tegen Wurth op, waardoor Maggie weer aan een politicus moest denken die op zoek was naar een zondebok als dat nodig mocht zijn.

‘Ja, ze zouden videobeelden moeten hebben,’ reageerde Wurth met een kalmte die Kunzes kloppende ader op zijn voorhoofd manisch deed overkomen. ‘Maar je weet hoe dat gaat in winkels. Ze maken zich meer zorgen over winkeldiefstal dan over bommen. We hebben geluk als we een van de terroristen in beeld krijgen te zien. En we kunnen alleen maar hopen dat de camera’s niet onklaar waren gemaakt.’

Maggie wist dat Wurth zijn functie bij de Binnenlandse Veiligheidsdienst had verkregen door onderzoek dat hij had gedaan naar de fraude en het falen van de federale overheid na de orkaan Katrina. Hij had een reputatie dat hij tot het uiterste ging en dingen voor elkaar kreeg. In tegenstelling tot zijn FBI-tegenhanger en de senator zou Wurth zich niet druk maken over politieke correctheid en organisatorisch protocol.

Opmerkelijk, dacht Maggie, terwijl ze de kleine pezige zwarte man bekeek. Opmerkelijk, maar verfrissend om iemand te ontmoeten die wat hij deed niet liet bepalen door zaken waarvoor hij verantwoordelijk zou kunnen worden gehouden. Met andere woorden, het was verfrissend om iemand in deze branche te ontmoeten die zich met iets anders bezighield dan het zichzelf zo goed mogelijk indekken.

Kunze diepte een dossiermap op uit een volgepropte leren tas en overhandigde die aan haar.

Voordat ze door de inhoud begon te bladeren, keek ze de drie mannen even aan. Ieder van hen bestudeerde haar met een blik die hun verschillende agenda’s verraadde – blikken en agenda’s die al evenveel van elkaar verschilden als de mannen zelf.

Maggie gokte dat Wurth ongeveer van haar leeftijd was, midden dertig, klein maar atletisch gebouwd. Zodra ze ingestapt waren, had hij zijn sportjasje uitgedaan en de mouwen van zijn zachtroze overhemd, waar een felrode das bij hoorde, opgerold. Ze had Wurth meteen sympathiek gevonden, aangezien hij zich niet arrogant opstelde en niet zijn best deed zijn arbeidersverleden te verbergen. Hij zat op het puntje van zijn stoel, zijn nerveuze energie met zijn voet wegtikkend.

Senator Foster, daarentegen, leunde met zijn lange slanke lichaam achterover in zijn stoel. Zijn benen lagen bij de enkels over elkaar gekruist, en hij nam veel meer ruimte in dan hem toekwam. Zijn ellebogen steunden op de stoelleuningen, handen tot een tent gevouwen die naar de diepe kloof onder aan zijn kin leek te wijzen en waarop zijn hoofd rustte. Hij deed Maggie denken aan een academische professor, bedachtzaam en langzaam sprekend, alsof hij werkelijk elk woord overdacht voordat hij iets zei.

Directeur Kunze was fysiek compleet het tegenovergestelde van zowel Wurth als Foster. Met zijn vierkante hoofd op enorme schouders leek hij meer op een goed geklede uitsmijter van een privénachtclub. Zijn blik zou gemakkelijk als leeg geïnterpreteerd kunnen worden, terwijl zijn brein in werkelijkheid elke zet die zijn tegenstander deed, analyseerde en verwerkte. Hij gebruikte zijn uitstraling van hersenloze spierbundel in zijn voordeel, en er gingen zelfs geruchten dat hij, zodra het van nut was, er nog een schepje bovenop deed.

Kunzes superieuren noemden hem recht door zee en vonden dat hij een snelle geest had. Maggie beschouwde hem als reactief en impulsief. Collega’s omschreven hem als vastberaden, gefocust en gepassioneerd. Maggie vond hem onvoorspelbaar, lichtgeraakt en wraakzuchtig. In gewone taal, een kleinzielige bruut die het niet verdiende om in Kyle Cunninghams schaduw te staan, laat staan zijn functie over te nemen.

Voordat Kunze was aangesteld als interim-directeur van de afdeling Gedragswetenschappen had Maggie nog nooit met de man samengewerkt, en toch had hij een onwrikbaar beeld van haar in zijn hoofd gehad, een vooroordeel van je welste. Kennelijk was hij bekend met het feit dat ze zich niet altijd volkomen aan de regels hield en was dat iets waar hij totaal niet tegen kon. Zijn beschuldiging dat Maggie en agent Tully, door hun individuele nalatigheid, op de een of andere manier hadden bijgedragen aan de dood van directeur Cunningham was absurd. Waarom hij het hun maar voor de voeten bleef werpen, verbaasde haar. Ze zou er bijna om hebben gelachen, ware het niet dat ze wist dat Kunze in staat zou zijn er anderen van te overtuigen.

In de dossiermap zaten notities van slechte kwaliteit over verschillende telefoontjes en e-mails. Het leek de gebruikelijke kost. De groep noemde zichzelf Citizens for American Pride, afgekort CAP. Maggie was bekend met deze en andere soortgelijke groepen. De meeste waren populair geworden door het internet en door bijeenkomsten op universiteitscampussen te houden. Hun missie, die ze bedekten met een sluier van normaliteit en een bepaald niveau van legaliteit, verschilde niet zoveel van de organisaties van blanke racisten uit de jaren tachtig en negentig.

In plaats van zich te verschuilen in boshutten en boerderijcomplexen, hielden deze organisaties echter – altijd hun trots op Amerika en zijn idealen uitdragend – gezinspicknicks, soms gesponsord door de kerk, hoewel ze zich niet met één speciale kerk of christelijk genootschap verbonden. Van wat Maggie zich herinnerde, bepleitten de meeste van de organisaties gezinswaarden en richtten ze zich op het beëindigen van de banenexport, het stoppen van de stroom immigranten en het aanmoedigen van de aanschaf van binnenlands gemaakte producten. Ze herinnerde zich dat ze onlangs, net toen het winkelseizoen voor de feestdagen was begonnen, een paginagrote advertentie in USA Today had gezien, gesponsord door Citizens for American Pride, waarin werd opgeroepen tot een boycot van computerspelletjes. Hun redenering was dat ze de verslaving en verwoesting van de Amerikaanse jeugd wilden voorkomen.

Picknicks, boycotten, bijeenkomsten, advertentiecampagnes – niets daarvan klonk als een groep die in staat was om een bomaanslag in een drukke mall te plegen.

Op het moment dat Maggie wilde vragen wat de reden was om deze dreigementen serieus te nemen, onderbrak een stewardess haar.

‘Wat kan ik u brengen?’

Kunze bestelde koffie, zwart. Tegelijkertijd knikten de andere twee mannen naar Maggie. Door het feit dat zij de beleefdheid hadden de vrouw in het gezelschap voor te laten gaan, liet Kunze zich totaal niet van de wijs brengen. Hij keek niet eens verontschuldigend.

‘Een cola light,’ zei Maggie.

Wurth vroeg om hetzelfde. Daarna gaf senator Foster instructies voor het maken van een ingewikkelde gin-martini.

‘Hebben jullie ook iets te eten aan boord?’ informeerde Maggie, voordat de stewardess wegliep. ‘Ik heb vandaag nog niets gegeten.’ Ze dacht aan het vele voedsel dat ze had klaargemaakt en voor haar vrienden had achtergelaten, en haar maag voelde leeg aan.

‘Dat moet geen probleem zijn. Ik zal even voor u kijken.’

‘Ja, eten is een goed idee,’ beaamde Wurth.

Deze keer zag Maggie Kunze naar de vicedirecteur fronsen. Ze hield haar glimlach voor zichzelf, terwijl ze verder ging met door de dossiermap te bladeren.

Misschien had ze in Wurth een medestander gevonden.

Zwarte Vrijdag
CoverPage.html
section-0001.html
section-0002.html
section-0003.html
section-0004.html
section-0005.html
section-0006.html
section-0007.html
section-0008.html
section-0009.html
section-0010.html
section-0011.html
section-0012.html
section-0013.html
section-0014.html
section-0015.html
section-0016.html
section-0017.html
section-0018.html
section-0019.html
section-0020.html
section-0021.html
section-0022.html
section-0023.html
section-0024.html
section-0025.html
section-0026.html
section-0027.html
section-0028.html
section-0029.html
section-0030.html
section-0031.html
section-0032.html
section-0033.html
section-0034.html
section-0035.html
section-0036.html
section-0037.html
section-0038.html
section-0039.html
section-0040.html
section-0041.html
section-0042.html
section-0043.html
section-0044.html
section-0045.html
section-0046.html
section-0047.html
section-0048.html
section-0049.html
section-0050.html
section-0051.html
section-0052.html
section-0053.html
section-0054.html
section-0055.html
section-0056.html
section-0057.html
section-0058.html
section-0059.html
section-0060.html
section-0061.html
section-0062.html
section-0063.html
section-0064.html
section-0065.html
section-0066.html
section-0067.html
section-0068.html
section-0069.html
section-0070.html
section-0071.html
section-0072.html
section-0073.html
section-0074.html
section-0075.html
section-0076.html
section-0077.html
section-0078.html
section-0079.html
section-0080.html
section-0081.html
section-0082.html
section-0083.html
section-0084.html
section-0085.html
section-0086.html
section-0087.html
section-0088.html
section-0089.html