Hoofdstuk 6
Newburgh Heights, Virginia
Deze dag verliep totaal anders dan Maggie had gepland.
R.J. Tully zette de televisie aan in haar woonkamer en schakelde van de ene zender naar de andere, waardoor ze steeds stukjes van het nieuws hoorde.
‘Ze hebben nog niets,’ rapporteerde hij aan de anderen. Iedereen had zich rond de bar verzameld, die de keuken van de woonkamer scheidde.
‘Kunze vertelde dat het net was gebeurd,’ zei Maggie. ‘De lokale politie is nog niet eens ter plekke.’
‘Hoe weet hij dan al dat het een terroristische aanslag betreft?’ vroeg Benjamin Platt.
‘Dat weet hij ook niet zeker, maar de gouverneur is een persoonlijke vriend.’ Maggie probeerde duidelijk te maken wat haar nieuwe baas haar net had verteld – wat niet veel was – terwijl ze een lijst maakte van wat ze mee moest nemen.
‘Dus heeft hij de FBI ingeschakeld?’ wilde Julia Racine weten.
Maggie haalde haar schouders op. Het prettige aan vrienden die ook collega’s waren, was dat zij beter dan wie dan ook begrepen wat het werk inhield. Het ónprettige aan vrienden die ook collega’s waren, was dat ze nooit ophielden collega’s te zijn. ‘Ze denken dat er ten minste twee explosies in de mall zijn geweest,’ zei ze. ‘Mogelijk drie. En ze denken dat er op andere plaatsen nog meer kunnen volgen.’
‘Maar waarom sturen ze jou erop af?’ Gwen deed geen moeite haar irritatie te verbergen. ‘Jij bent verdorie een profielschetser, geen explosievenexpert.’
‘Ze willen onmiddellijk een profiel hebben, zodat ze weten naar wie ze moeten zoeken,’ antwoordde Tully, de afstandsbediening in zijn hand nog steeds gericht op de televisie aan de andere kant van de kamer. Hoewel hij het geluid nu had uitgezet, bleef hij nog steeds langs de kanalen zappen. ‘Ze moeten de puzzelstukjes zo snel mogelijk aan elkaar leggen, voordat eventuele ooggetuigen gaan raden naar wat ze hebben gezien of gehoord.’
Maggie wierp een blik op haar voormalige partner om te kijken of hij teleurgesteld was dat hij niet mee mocht. Voor de bezuinigingen en zijn schorsing waren ze een team geweest. Als een agent iemand doodde, was een schorsing onvermijdelijk. Minder dan twee maanden daarvoor had Tully een man doodgeschoten die hij ooit als vriend had beschouwd. Het bureau zou tot de conclusie komen dat het gerechtvaardigd was. Maggie wist dat Tully ook tot die conclusie zou komen… uiteindelijk. Maar nu nog niet.
‘Oké, dus Kunze heeft een profielschetser ter plekke nodig. Dat is geen antwoord op de vraag waarom jij dat moet zijn.’ Gwen speelde met het mes waarmee ze net groente had staan snijden. Maggie zag haar vriendin de punt ervan in de houten snijplank steken, er weer uit halen en er weer insteken, als iemand die nerveus met een pen zit te tikken. ‘Weet je wel zeker dat het verstandig is om te gaan vliegen?’
Dat bracht een glimlach op Maggies gezicht. Gwen en zij scheelden vijftien jaar, en soms kon Gwen haar moederinstinct niet onderdrukken. Hoewel Maggie moest glimlachen, keken alle anderen haar bezorgd aan. Dezelfde zaak die Tully een schorsing had opgeleverd, had ervoor gezorgd dat Maggie op de isolatieafdeling van USAMRIID (het United States Army Medical Research Institute of Infectious Diseases) terecht was gekomen, onder de hoede van kolonel Benjamin Platt.
‘Geen probleem,’ antwoordde ze. ‘Vraag maar aan mijn dokter als je me niet gelooft.’ Ze wees naar Ben, maar die keek ernstig, niet van plan meteen in te stemmen.
‘Kunze zou iemand anders kunnen sturen,’ hield Gwen vol. ‘Je weet waarom hij jou heeft gekozen.’
Maggie kon de boosheid in de bezorgde toon van haar vriendin horen. De anderen kennelijk ook. Zelfs Harvey keek even op vanuit zijn hoekje, een hondenbot tussen zijn grote poten geklemd. De stilte werd nog ongemakkelijker door de ovenwekker, die hen eraan herinnerde hoe de dag was begonnen.
Door een paar knoppen in te drukken zette Maggie de oven uit.
De stilte duurde voort.
‘Oké,’ verbrak Racine uiteindelijk het stilzwijgen. ‘Ik geef het op. Ik lijk de enige te zijn die het laatste nieuws niet heeft meegekregen. Waarom stuurt de nieuwe directeur –’
‘Interim-directeur,’ verbeterde Gwen.
‘Goed. Wat dan ook. Waarom stuurt hij O’Dell? Je doet het voorkomen alsof het iets persoonlijks is. Wat heb ik gemist?’
Maggie hield Gwens blik vast. Ze wilde dat haar vriendin de ergernis in haar ogen zag. Dit werd bijna beschamend. Er konden mensen in Minnesota omgekomen zijn, en Gwen maakte zich druk over het afdelingsbeleid en veronderstelde rancune.
Tully was degene die Racine ten slotte antwoord gaf. ‘Directeur Ray Kunze heeft Maggie en mij laten weten dat we beiden nalatig zijn geweest wat de zaak George Sloane betreft.’
‘Nalatig?’
‘Hij geeft hun de schuld,’ flapte Gwen eruit.
‘Dat heeft hij niet gezegd,’ zei Maggie met klem, hoewel ze zich zijn scherpe woorden goed herinnerde.
‘Hij impliceerde…’ verbeterde Gwen zichzelf. ‘Hij impliceerde dat Maggie en Tully, aanhalingstekens openen “aan de dood van Cunningham hebben bijgedragen” aanhalingstekens sluiten.’
‘Hij zei dat we nog moeten bewijzen geen fouten te hebben gemaakt,’ voegde Tully eraan toe.
Het verbijsterde Maggie hoe kalm hij was. Alsof hij simpelweg de footballuitslagen van die dag opsomde, gaf hij over zijn schouder een verklaring, terwijl hij zijn blik op de televisie gericht hield. Op Maggie had het onderwerp een ander effect, en dat wist Gwen. Misschien had Gwen zelfs, toen de druk Maggie te veel was geworden, haar eerdere woede opgepikt en van haar overgenomen. Het zou minder erg zijn geweest als Kunze het schuldgevoel waarmee Maggie zichzelf al had opgezadeld, niet had aangewakkerd. Ook zonder Kunzes beschuldigingen van nalatigheid gaf ze zichzelf de schuld van Cunninghams dood.
Haar achtergrond in psychologie zou haar hebben moeten verzekeren dat ze simpelweg de symptomen vertoonde van iemand die een ramp heeft overleefd. Maar soms, meestal laat in de nacht, alleen en starend naar het plafond, zag ze Cunningham voor zich, Cunningham die besmet was geraakt met het virus waaraan ze beiden waren blootgesteld. Alleen al het beeld van zijn steeds zwakker wordende lichaam en de herinnering aan hoe snel hij van sterk en vitaal naar hulpeloos was gegaan, veroorzaakte een wee, leeg gevoel onder in haar buik, een pijn vergezeld door misselijkheid. Dat gevoel was heel echt, lichamelijk echt. Cunningham was dood. Zij leefde. Hoe was dat mogelijk?
‘Dus hij stuurt je naar Minnesota om zijn vriend de gouverneur een plezier te doen,’ zei Gwen. ‘Jou. Terwijl er waarschijnlijk iemand daar op het plaatselijke kantoor beschikbaar is.’
‘Gwen.’ Maggie beet op haar onderlip. Ze wilde haar vertellen dat ze moest ophouden. Dit was niet iets om in gezelschap van Ben en Julia te bespreken, of zelfs in dat van Tully.
‘Het is gewoon niet juist.’
Het plotselinge geluid van de televisie trok ieders aandacht. Tully drukte op de volumeknop van de afstandsbediening totdat ze de nieuwsflits van FOX konden verstaan.
‘Er zijn berichten dat er een explosie in de Mall of America heeft plaatsgevonden,’ kondigde een onzichtbare stem aan, terwijl er op het scherm een beeld van de grote mall in vogelperspectief werd vertoond. Het was – hoogstwaarschijnlijk – archiefmateriaal, aangezien de parkeerplaats niet vol stond en de bomen groene bladeren hadden.
‘Telefonisten van de alarmcentrale zijn overstroomd met telefoontjes,’ vervolgde de lichaamloze stem. ‘Ambulances, politie en ook onze nieuwshelikopter zijn nog onderweg, dus we hebben op dit moment geen details. We kunnen u wel vertellen dat de Mall of America de grootste mall van Amerika is. Er werden meer dan honderdvijftigduizend mensen verwacht vandaag, de dag die traditioneel zwarte vrijdag wordt genoemd, de drukste winkeldag van het jaar.’
In Maggies woonkamer was het stil. Geen beschuldigingen meer. Geen vragen meer. Geen discussie meer.
Naast Maggie kruiste Ben zijn armen, terwijl hij zijn gewicht een klein beetje verplaatste waarbij zijn schouder langs de hare streek.
‘Vergeet het gekonkel op het Bureau,’ zei hij kalm, zacht, in een duidelijke poging haar gerust te stellen. ‘Ga gewoon doen waar je goed in bent.’
Voordat Maggie kon reageren of vragen wat hij bedoelde, voegde hij eraan toe: ‘Pak die schoften.’