Hoofdstuk 4
Mall of America
Patrick Murphy stond op de roltrap naar beneden, toen de eerste explosie de treden onder hem deed schudden. Mensen voor en achter hem grepen de trapleuning vast en keken verbaasd en tegelijkertijd nieuwsgierig om zich heen, maar niemand raakte in paniek. Per slot van rekening zou de Kerstman elk moment binnenkomen. Misschien had de mall een theatrale binnenkomst met vuurwerk georganiseerd. Het gebouw was daar zeker groot genoeg voor. Patrick was nog nooit in een mall van drie verdiepingen met een eigen pretpark, theater en aquarium geweest. Het was werkelijk ongelofelijk.
Nee, op de eerste explosie volgde geen chaos. Alleen nieuwsgierige blikken en mensen die zich op de trap omdraaiden. Niemand raakte in paniek. Niet tot de tweede explosie. Toen was er geen twijfel meer mogelijk: er was iets mis.
Zonder na te denken, draaide Patrick zich om. Instinctief ging hij de tegenovergestelde richting op. Hij probeerde zich een weg omhoog te vechten op de roltrap, zich met zijn schouders tussen kopers wringend, die met hun drieën naast elkaar juist naar beneden probeerden te komen en zware winkeltassen gebruikten als een soort breekijzers. Patrick wilde naar boven. Hij greep de trapleuning, waardoor hij bijna zijn evenwicht verloor. De leuning bewoog ook in de tegenovergestelde richting. Hij probeerde zijn lichaam te gebruiken om tegen de stroom in te gaan. Hij had een zwemmerslichaam, sterke brede schouders, slank middel, lange benen en een uithoudingsvermogen en geduld die het resultaat waren van fysieke discipline. Maar dit was onmogelijk. De tegenstroom was te sterk.
Een man met de bouw van een vleugelverdediger, gekleed in een parka, beval Patrick op te rotten terwijl hij hem een keiharde por in zijn ribben gaf. Een tienermeisje gilde recht in zijn gezicht, zich als verlamd aan de leuning vastgrijpend, met als gevolg dat Patrick er niet langs kon.
De derde ontploffing was dichterbij, zo dichtbij dat de vibratie de treden van de roltrap bijna deed golven. Op dat moment gaf hij het op. Hij draaide zich weer om en liet zich door de menigte naar beneden dragen. Zodra ze de begane grond hadden bereikt, vocht hij zich echter een weg naar de omhooggaande roltrap, dankbaar dat die zowat leeg was. Zo snel hij kon, rende hij de bewegende treden op. Al gauw bereikte hem de stank van zwavel en rook, maar hij bleef omhooglopen. Misschien had zijn training werkelijk verschil uitgemaakt, ongemerkt vat op hem gekregen. Het zou niet de eerste keer zijn dat hij op zijn instinct vertrouwde. Daar vertrouwde hij meestal op, alleen was hij er de laatste tijd niet zo zeker meer van.
In het afgelopen jaar was hij van hoofdvak veranderd, waardoor zijn hele toekomst er anders uit was gaan zien. Geen goed idee in het laatste jaar voor je afstuderen. Het was een dure onderneming voor iemand die het geld voor elk uurtje onderwijs bij elkaar moest schrapen. Wat was begonnen als een roeping en een ander hoofdvak was in feite een passie geworden. Dat allemaal dankzij een vader die hij nog nooit had ontmoet.
Patrick wist echter dat het niet de colleges Fire Science waren die hem op dat moment in de richting van de rook deden rennen. Het kwam waarschijnlijk zelfs niet door alle uren die hij als vrijwilliger bij de brandweer had doorgebracht, hoewel brandweerlieden erin worden getraind zich een weg naar binnen te banen, terwijl andere mensen juist hun best doen brandende gebouwen uit te komen.
Deze drang, deze urgentie, dit instinct dat hem in de greep had en hem nu als het ware naar de explosies duwde, had weinig te maken met zijn nieuwe studie en alles met Rebecca. Hij had haar achtergelaten op de tweede verdieping bij het eetgedeelte, op de plek waar de explosies, zo te horen, vandaan kwamen. Hij kon niet zonder haar vertrekken. Moest zich ervan verzekeren dat alles met haar in orde was. Hoe vaak was ze niet bij hem komen kijken of alles goed met hem ging? Al die avonden in Champs.
‘Je ziet er niet zo best uit,’ zei ze dan tussen de bestellingen door. Op het eind van de avond, nadat ze alles hadden schoongemaakt, wanneer ze allebei doodop waren, nauwelijks meer op hun benen konden staan en eigenlijk weer aan de studie moesten, sprong ze vaak op een barkruk en zei tegen hem: ‘Vertel me nu eens wat er aan de hand is.’ En dan bleef ze rustig zitten en luisterde, luisterde écht, haar ogen aandachtig en meelevend. Ze luisterde zoals niemand anders dat ooit had gedaan.
Patrick begon de druppeltjes van de sprinklers boven zijn hoofd te voelen, en toch prikte de rook nog steeds in zijn ogen. Hij haalde zijn zonnebril tevoorschijn en trok daarna de zoom van zijn T-shirt over zijn neus. Dicht bij de muur blijvend, liet hij een stroom hysterische kopers voorbijrennen.
Daarna kwam hij weer in beweging, langzaam, alles in zich opnemend door de grijze mist van zijn zonnebril. Hij probeerde niet over de troep te struikelen, die deels was veroorzaakt door de explosie, deels door dingen die mensen hadden laten vallen of achtergelaten: half opgegeten voedsel en neergegooide winkeltassen. Toen zag Patrick de rugzakken voor zich.
Hij herinnerde zich dat hij een slecht voorgevoel had gehad toen hij Dixon Lees verhaal over hun onschuldige geintje had aangehoord. Terwijl Dixon het plan had uitgelegd om met een soort elektromagnetische straling de computersystemen van de winkels totaal te ontregelen, had Patrick voortdurend het idee gehad dat er iets niet klopte. Hij had naar zijn instinct moeten luisteren.
Waarom zou iemand een slot aan een rugzak hangen als je er alleen maar mee rond ging lopen om een paar computersystemen te verstoren?