Hoofdstuk 51

 

 

 

Saint Mary’s Hospital

Minneapolis, Minnesota

 

Henry Lee wilde heen en weer lopen. Beneden in de cafetaria had hij kunnen ijsberen zoveel hij wilde. Wachtend op de FBI-agente, had hij gedaan alsof hij koffiedronk en zijn nerveuze energie verbrandde. Niet echt gespeeld – hij was nerveus, ongerust en kwaad geweest. Heen en weer lopen hielp.

Hoewel hij teleurgesteld was, voelde hij zich een beetje kalmer hier, gezeten aan Hannahs zijde, met haar hand in de zijne en luisterend naar het gezoem en gepiep van de machines. Er zaten nog steeds te veel machines aan haar vast. Maar ze sliep, rustte en ademde zelf, nu de buis uit haar keel was gehaald.

Hij wierp een blik op zijn horloge. In de cafetaria had hij tien minuten langer gewacht dan zijn zelf opgelegde deadline, hoewel hij de hele tijd op springen had gestaan om weer terug te keren naar de afdeling Hartbewaking. Het had hem niet moeten verbazen dat de FBI-agente niet op zijn verzoek was ingegaan. Ze moest hebben gedacht dat hij de een of andere gek was en zijn telefoontje als nep hebben afgedaan.

Waarschijnlijk was dat maar beter ook. De ziekenhuiscafetaria was een slecht idee geweest. Hij had niet goed nagedacht. Het was te riskant. Waarschijnlijk hielden ze hem in de gaten. Hij zag hen niet, kon hen er niet uitpikken, maar hij was er bijna zeker van dat ze er waren. Tenslotte moesten zij Dixon uit het ziekenhuis hebben meegenomen. Als ze de FBI-agente zouden hebben herkend van de televisie en hem met haar zouden hebben zien praten, zouden ze Dixon beslist hebben vermoord.

Henry wist niet wat hij nu moest doen. Hij had vijf uur voordat hij weer van hen met Dixon mocht praten. Toch had hij zijn mobiel geprobeerd te bellen. Die was vijf keer overgegaan, voordat hij was doorgeschakeld en hij zijn eigen stem had gehoord die had gevraagd of hij een bericht wilde achterlaten. Daarna had hij nog drie keer gebeld. Elke keer was hetzelfde gebeurd. Dat betekende dat ze de telefoon aan hadden laten staan, hem ergens lieten overgaan, waarschijnlijk net buiten Dixons bereik, om hem te treiteren, om hem eraan te herinneren wie de baas was.

Henry maakte zich grote zorgen om de jongen. Hij probeerde zichzelf ervan te weerhouden voorstellingen te maken van wat ze met hem aan het doen waren. Dit waren meedogenloze mensen die er geen enkel probleem mee hadden om onschuldige vrouwen en kinderen in een mall op te blazen. Mensen die de klus klaarden waarvoor ze waren ingehuurd, maar daarnaast hun eigen agenda hadden. Of Henry zich nu ‘gedroeg’ of niet, hij vreesde dat ze Dixon hoe dan ook zouden vermoorden.

Misschien was het de vermoeidheid, misschien was het pure waanzin, misschien was het het besef dat hij niets te verliezen had. Ze konden het project overnemen en het omvormen zodat het hun eigen zelfzuchtige plannen ten goede kwam, maar hij zou niet toestaan dat ze zijn kleinzoon meenamen. Ze hadden een grens overschreden, en om die reden zou hij ervoor zorgen dat ze allemaal in de hel terechtkwamen, ook al betekende het dat hij met hen mee zou moeten gaan.

Toen hij de kamer was binnen gekomen, was er een verpleegster naar buiten gelopen. Hij was de draad kwijtgeraakt van alle mensen die in- en uitliepen. Nu kwam er een dokter binnen, geheel in operatiekleding gestoken. Henry negeerde hen allemaal, tenzij ze hem aanspraken. Hij wilde niet dat ze zijn gedachtegang onderbraken.

Deze dokter checkte de apparatuur, net als alle anderen. Toen ging ze aan de andere kant van Hannah staan en deed iets wat Henry verraste. Ze pakte een tissue van het zijtafeltje en veegde voorzichtig wat kwijl weg dat over Hannahs kin liep.

Henry keek op en ontmoette de blik van de dokter.

‘Hallo, Mr. Lee.’

Hij knikte slechts. Eerst dacht hij dat ze gewoon weer een andere arts was, een beleefde arts die de tijd nam om zichzelf voor te stellen. Maar ze hield zijn blik vast, en beetje bij beetje begon hij haar te herkennen, ondanks de zwarte vierkante bril en het haar dat naar achteren was getrokken om onder het steriele hoofdkapje te passen. Ze leek kleiner in operatiekleding, witte overjas en blauwe papieren schoenovertrekken, maar ze had de rol van dokter of chirurg met zo’n elegante en zelfverzekerde houding op zich genomen, dat hij erin was getrapt.

Het was te laat om zijn verbazing te verbergen of de zucht van opluchting te onderdrukken.

Ze was toch gekomen.

Zwarte Vrijdag
CoverPage.html
section-0001.html
section-0002.html
section-0003.html
section-0004.html
section-0005.html
section-0006.html
section-0007.html
section-0008.html
section-0009.html
section-0010.html
section-0011.html
section-0012.html
section-0013.html
section-0014.html
section-0015.html
section-0016.html
section-0017.html
section-0018.html
section-0019.html
section-0020.html
section-0021.html
section-0022.html
section-0023.html
section-0024.html
section-0025.html
section-0026.html
section-0027.html
section-0028.html
section-0029.html
section-0030.html
section-0031.html
section-0032.html
section-0033.html
section-0034.html
section-0035.html
section-0036.html
section-0037.html
section-0038.html
section-0039.html
section-0040.html
section-0041.html
section-0042.html
section-0043.html
section-0044.html
section-0045.html
section-0046.html
section-0047.html
section-0048.html
section-0049.html
section-0050.html
section-0051.html
section-0052.html
section-0053.html
section-0054.html
section-0055.html
section-0056.html
section-0057.html
section-0058.html
section-0059.html
section-0060.html
section-0061.html
section-0062.html
section-0063.html
section-0064.html
section-0065.html
section-0066.html
section-0067.html
section-0068.html
section-0069.html
section-0070.html
section-0071.html
section-0072.html
section-0073.html
section-0074.html
section-0075.html
section-0076.html
section-0077.html
section-0078.html
section-0079.html
section-0080.html
section-0081.html
section-0082.html
section-0083.html
section-0084.html
section-0085.html
section-0086.html
section-0087.html
section-0088.html
section-0089.html