Hoofdstuk 41

 

 

 

Henry Lee zat naast het bed van zijn vrouw, starend naar de slangen die haar met een half dozijn apparaten verbonden. De grootste slang, die vanonder de dekens aan het voeteneinde van het bed tevoorschijn kwam, trok vooral zijn aandacht. Er pompten gele en rode vloeistoffen doorheen, die samenvloeiden in een roze spiraal. Elke keer wanneer hij zich realiseerde dat er werkelijk vloeistof uit Hannah werd gepompt, werd hij misselijk.

Hij keek naar de slangen, omdat hij haar niet recht aan kon kijken. Ze was onherkenbaar opgezwollen. Haar dunne lippen waren van elkaar gescheiden door nog meer slangetjes die haar keel in liepen. Haar oogleden knipperden, en soms zag hij dat ze naar hem keek. Wist ze dat hij hier was? Hij pakte haar hand en gaf er een kneepje in.

‘Dat is goed,’ zei de verpleegster die net de ic-kamer in liep. ‘Het zal een beetje onaangenaam voor haar zijn wanneer ze merkt dat er een slang in haar keel zit. We zijn de morfine aan het verminderen, zodat ze wakker wordt.’

‘Onaangenaam?’ Dat vond hij niet prettig klinken. Hij wilde niet dat ze pijn had. Hij stond op, terwijl hij Hannahs hand bleef vasthouden.

‘Het is oké.’ De verpleegster zag zijn angst. ‘We willen graag dat ze wat wakkerder is, zodat ze zelf gaat ademen wanneer we de slang er uittrekken. Anders willen hartpatiënten alleen maar slapen en het apparaat al het werk voor hen laten doen.’

‘Maar zal ze pijn hebben?’ Hij was er nog niet gerust op.

‘Het zal onaangenaam voor haar zijn,’ verbeterde de verpleegster hem. ‘Zodra we de slang eruit hebben getrokken, kunnen we de dosis weer verhogen. Het duurt niet lang.’

Hannah staarde nu naar hem omhoog. Haar ogen keken wazig, maar het leek alsof ze hem probeerde te vertellen dat ze pijn had. Hoewel er allemaal naalden en buisjes aan haar armen vastzaten, probeerde ze haar keel aan te raken, terwijl haar glazige ogen hem smeekten haar te helpen. Het was vreselijk voor hem om haar zo te zien.

‘Het komt helemaal goed met haar,’ zei de verpleegster, ‘maar ik moet u nu even vragen de kamer uit te gaan. Dan kunnen we de slang verwijderen.’

Hij bewoog zich niet. Hij wilde haar niet alleen laten. Haar ogen bleven hem smekend aankijken. Hoe kon hij weggaan?

De verpleegster legde een hand op zijn schouder. ‘Het is maar voor een paar minuten. Ik kom u halen zodra we klaar zijn.’

Hij probeerde zijn gezicht niet te vertrekken of zijn bezorgdheid te tonen. Nee, het was niet slechts bezorgdheid. Wie hield hij voor de gek? Het was angst… pure angst. Hij mocht deze vrouw niet verliezen. Een dochter verliezen, was één ding, alsof je een arm verloor. Maar Hannah? Dat zou zijn alsof zijn hart eruit werd gerukt. Wanneer je een arm verliest, overleef je het wel. Het is moeilijk, maar het kan. Als hij Hannah zou verliezen? Nee, hij zou nooit sterk genoeg zijn om zonder haar door te kunnen leven.

‘Ik blijf in de buurt, Hannah. De verpleegster zal goed voor je zorgen.’ Daarna voegde hij eraan toe alsof hij het hardop moest horen: ‘Het komt helemaal in orde met je.’ Hij liep de kamer uit. Zijn knieën trilden zo erg, dat hij zijn hand op de muur moest leggen om overeind te blijven. Het lukte hem door de dubbele deuren van de hartbewakingseenheid te komen, maar het voelde aan alsof hij geen adem kon halen. De wachtkamer was leeg. Hij liet zich op een van de harde plastic stoelen vallen.

Dixon was nog steeds nergens te bekennen. Henry had de jongen niet meer gezien sinds die met Henry’s mobiel was vertrokken om zijn vrienden te bellen. Hij kon nog steeds niet geloven dat ze een manier hadden gevonden om Dixon te gebruiken, om zijn eigen kleinzoon hierbij te betrekken. Mijn God, ze waren zelfs zo ver gegaan om de vrienden van de jongen op te sporen en in te schakelen. En waarom? Vanwege Henry’s twijfels? Omdat ze zich ervan wilde verzekeren dat hij zijn mond hield?

Hij sloot zijn ogen en schudde zijn hoofd. Nog steeds kon hij het niet geloven. Het liefst zou hij Allan weer bellen. Hem willen vragen of hij het antwoord had. Zodat hij erachter kon komen wat er in vredesnaam gebeurde. Hoe kon iets wat met zulke goede bedoelingen was opgestart, veranderen in een hebzuchtige en weerzinwekkende greep naar macht en geld?

Door de afwezigheid van de jongen werd Henry nog meer gespannen. Het was een opluchting geweest om Dixon veilig bij zich te hebben, maar nu raakte zijn geduld met hem een beetje op. Natuurlijk maakte de jongen zich zorgen over zijn vrienden, maar zijn grootmoeder had net een hartoperatie achter de rug. Hij zou haar bij moeten staan… hém bij moeten staan.

Henry vond het vreselijk om toe te moeten geven dat iemand hem bij zou moeten staan. Veertig jaar lang had hij gewerkt om zijn bedrijf tot een succes te maken, een nationaal succes dat tot de vijfhonderd succesvolste bedrijven van Amerika behoorde. Zelfs na zijn pensioen had hij geweigerd het uit handen te geven, had hij erop gestaan voorzitter van de raad van bestuur te blijven, de beslissende stem te hebben, altijd de baas en van alles op de hoogte. Tenminste, dat had hij tot dan toe gedacht.

Hannahs spoedoperatie had hem volkomen overvallen. Net als de dood van zijn dochter. Tot deze dag had hij gedacht dat er niets ergers kon zijn dan die vreselijke dag in april 1995. Het verschil was dat Hannah toen naast hem had gestaan.

Op dit moment kon hij zich nergens anders druk over maken. Het deed er niet toe dat hun strategie geheel verkeerd had uitgepakt. Of niet? Was dit precies wat ze hadden gepland?

Hij begon te begrijpen dat wat hij als vaderlandsliefde en eer beschouwde, zijn zogenaamde zakenpartners simpelweg leken te zien als een methode om winstmarges te verhogen en meer politieke invloed uit te kunnen oefenen. Hij had een fout gemaakt. Dat besefte hij nu. Niets was belangrijker in je leven dan familie. Alle andere dingen – het vaderland, het bedrijfsleven, aanzien – kwamen op de tweede plaats. De tragische ironie van dit alles was dat het in eerste instantie zijn familiezin was geweest die hem deze weg had doen inslaan. Alleen was hij te ver doorgelopen. Hij was vergeten wat zijn oorspronkelijke missie was, had zijn trots en zijn koppige eigenwijze idealen de rest in gevaar laten brengen. Waaronder de familieleden die hij nog overhad. Hoe kon hij dit in vredesnaam nog goedmaken?

Op de televisie zonden de plaatselijke zenders nog steeds livebeelden uit van de Mall of America. Er vond een persconferentie plaats, maar in een hoek van het scherm was een eerdere achtervolgingsscène te zien. Het precieze aantal doden was nog steeds niet bekend, hoewel de schatting tussen de vijfentwintig en vijftig lag. Er waren honderden gewonden.

Henry wreef in zijn ogen en wrong daarna zijn handen. Zijn vingers trilden. Hij keek de gang in. Waar was Dixon in vredesnaam? Ze hadden hem verteld dat hij de telefoon in de wachtkamer kon gebruiken voor lokale telefoontjes. Daarvoor hoefde hij slechts eerst een 9 in te toetsen. Hij greep de hoorn en toetste het nummer van zijn mobiel in.

Soms moest een jongen aan zijn verplichtingen herinnerd worden. Familieleden moesten er voor elkaar zijn. En verdorie! Hij had Dixon hier naast zich nodig, niet ergens anders waar hij probeerde te achterhalen of alles goed met zijn vrienden was.

De telefoon ging vier, vijf keer over voordat iemand opnam met een stem die Henry niet herkende.

‘Dat heeft je lang gekost.’

‘Met wie spreek ik?’

‘Doet er niet toe. Je wilt waarschijnlijk graag met je kleinzoon praten.’

Er klonk een gedempt geluid en toen: ‘Opa? Wat gebeurt er?’

Dixons stem klonk echter ook gedempt, alsof hij op afstand van de telefoon werd gehouden. Toen hoorde hij de jongen het uitgillen van de pijn, en deze keer begaven Henry’s knieën het compleet.

Zwarte Vrijdag
CoverPage.html
section-0001.html
section-0002.html
section-0003.html
section-0004.html
section-0005.html
section-0006.html
section-0007.html
section-0008.html
section-0009.html
section-0010.html
section-0011.html
section-0012.html
section-0013.html
section-0014.html
section-0015.html
section-0016.html
section-0017.html
section-0018.html
section-0019.html
section-0020.html
section-0021.html
section-0022.html
section-0023.html
section-0024.html
section-0025.html
section-0026.html
section-0027.html
section-0028.html
section-0029.html
section-0030.html
section-0031.html
section-0032.html
section-0033.html
section-0034.html
section-0035.html
section-0036.html
section-0037.html
section-0038.html
section-0039.html
section-0040.html
section-0041.html
section-0042.html
section-0043.html
section-0044.html
section-0045.html
section-0046.html
section-0047.html
section-0048.html
section-0049.html
section-0050.html
section-0051.html
section-0052.html
section-0053.html
section-0054.html
section-0055.html
section-0056.html
section-0057.html
section-0058.html
section-0059.html
section-0060.html
section-0061.html
section-0062.html
section-0063.html
section-0064.html
section-0065.html
section-0066.html
section-0067.html
section-0068.html
section-0069.html
section-0070.html
section-0071.html
section-0072.html
section-0073.html
section-0074.html
section-0075.html
section-0076.html
section-0077.html
section-0078.html
section-0079.html
section-0080.html
section-0081.html
section-0082.html
section-0083.html
section-0084.html
section-0085.html
section-0086.html
section-0087.html
section-0088.html
section-0089.html