Hoofdstuk 1

 

 

 

Vrijdagochtend 23 november

Mall of America

Bloomington, Minnesota

 

Rebecca Cory liet zich niet opzijduwen, hoewel er opnieuw met een elleboog in haar schouderbladen werd gepord. De eerste twee keer had ze niet gereageerd. Een snelle blik op de getatoeëerde man achter haar overtuigde haar ervan deze por ook te negeren. De man, gekleed in een camouflagebroek en een mouwloos T-shirt, torende boven haar uit. Ze zag geen jas. Een tamelijk vreemd modestatement gezien het feit dat de temperatuur buiten min vijf was en het sneeuwde. Maar in de afgeladen mall was het bij nader inzien nog niet zo’n slecht idee.

Ook al was het maar een korte blik geweest, Rebecca had de paarsgroene draak, waarvan de staart rond de nek van de man kronkelde en de vuurspuwende kop uit het strakke armsgat van het T-shirt piepte, moeilijk over het hoofd kunnen zien. De tatoeage liep door tot voorbij zijn elleboog. Dezelfde elleboog die elke keer weer het midden van Rebecca’s schouderbladen vond.

Ze droeg zichzelf op haar geduld te bewaren. Nu de rij korter werd, kreeg ze de toonbank van de koffiebar in zicht. Het zou niet lang meer duren. Ze probeerde haar aandacht te richten op de kerstmuziek, tenminste op wat ze daarvan kon horen boven het lawaai van kletsende mensen en jengelende peuters uit.

‘…in a winter wonderland.’

Ze was dol op dat nummer, maar het voelde hier zeker niet als winter aan. Het zweet liep haar over de rug. Ze wenste dat ze haar jas bij Dixon en Patrick had achtergelaten. Haar twee vrienden hadden iets zeldzaams gevonden: een bistrotafeltje met vier stoelen in het overvolle eetgedeelte van de mall.

Rebecca neuriede mee met de muziek. Ze kende het nummer helemaal uit haar hoofd. Op hun lange autorit van Connecticut naar Minnesota hadden ze kerstliedjes gezongen. Eenentwintig uur lang. Tweeduizend kilometer. Overlevend op Red Bull, benzinepompkoffie en McDonald’s. Ze had haar slaap nog niet ingehaald, hoewel ze de vorige dag na het Thanksgiving-diner in het huis van Dixons grootouders allemaal waren ingestort. De eerste echte Thanksgiving-maaltijd die ze in jaren had gehad: gevulde kalkoen, zelfgemaakte puree en alles wat erbij hoorde. Opa ging voor in het gebed. Oma schepte je een tweede keer op, of je daar nu om vroeg of niet. Dixon had geen idee hoezeer hij bofte. Traditie, stabiliteit, onvoorwaardelijke liefde. Het gaf Rebecca hoop dat dat alles nog steeds bestond, ook al waren die dingen in haar eigen familie afwezig.

Weer een elleboog.

Barst!

Deze keer draaide ze zich niet meer om.

Wat dééd ze hier in vredesnaam?

Ze had een gruwelijke hekel aan winkelcentra. Toch was ze nu hier, op de dag na Thanksgiving, de drukste winkeldag van het jaar met mensen die compleet uit hun dak gingen. Ze had zich door Dixon laten overhalen, net zoals hij haar ervan had overtuigd dat deze hele reis een avontuur zou worden dat ze nooit zou vergeten. Dat soort nonsens maakte hij haar al wijs sinds de kleuterschool, toen hij haar had wijsgemaakt dat stijfsel naar suikerspin smaakte. Je zou denken dat ze inmiddels geleerd had moeten hebben dat Dixons gevoel voor avontuur leek op de suikerspinnen waarop hij zo dol was: opgeklopte lucht bedekt met een dikke laag suiker, vol energie maar zonder inhoud. Wat verwachtte ze ook van een jongen die Batman en Robin citeerde?

En arme Patrick, die zijn uiterste best deed mee te doen.

Patrick.

Hij was een heel ander verhaal. Eigenlijk zou ze helemaal voor hem moeten vallen. In plaats daarvan vond ze het een beetje verdacht dat deze te gekke en intelligente jongen tweeduizend kilometer wilde rijden om Thanksgiving met Dixon en haar door te brengen. Tweeduizend kilometer was een heel eind om alleen maar een vrouw in je bed te krijgen.

Dat was niet eerlijk.

Ze wist dat er geen familie in Connecticut was om hem daar te houden in het lange vrije weekend. Zijn moeder zat in Green Bay. In DC woonde een stiefzus. Hij had gevraagd of ze op de weg terug langs Wisconsin konden rijden, maar dat had meer als een smoes geklonken om mee te gaan. ‘Het zou leuk zijn als we even langs mijn moeder kunnen gaan om “hallo” te zeggen, maar het hoeft niet hoor, als het niet uitkomt.’

Dat was Patrick. Rustig, volwassen en onverstoorbaar. Dixon noemde het ‘saai’. Rebecca noemde het ‘betrouwbaar’, en dat beviel haar aan Patrick, ook al was ze niet zo zeker van zijn bedoelingen. Betrouwbaar voelde goed. Dat Patrick erbij was, voelde goed, hoewel ze dat zelfs niet tegenover zichzelf wilde toegeven.

Ze waren bevriend geraakt in Champs, waar ze allebei werkten, tegenover de University of New Haven. Patrick stond achter de bar, en Rebecca zat in de bediening. Ze was niet oud genoeg om drankjes te serveren, en als er geen andere ‘meerderjarige’ serveerster was, dan deed hij het voor haar, altijd heel rustig, ook al had hij het waanzinnig druk achter de bar.

Geduldig, aardig, rustig… heel verdacht.

Vreemd, of misschien eerder droevig en zielig dat ze dat allemaal verdacht vond. Dat had ze tenminste in het begin gevonden. Nu niet meer zo. Naast Dixon was Patrick haar beste vriend. Haar moeder vond het niet normaal dat ze beste vrienden had in plaats van vriendinnen.

‘Ga je met die jongens naar bed?’ had ze willen weten. Toen Rebecca haar had verteld dat daar geen sprake van was, was haar moeder helemaal verbijsterd geweest. ‘Je bent toch niet lesbisch, hè?’ had ze gevraagd, waarna ze er snel aan had toegevoegd: ‘Niet dat daar iets mis mee is.’

In de afgelopen drie jaar had Rebecca haar moeder en vader zich scheldend door een scheiding zien werken. Haar vader was onmiddellijk met een collega getrouwd, van wie hij beweerde dat hij haar net had ontmoet. Haar moeder had gereageerd met een stroom mannen. Na die twee bezig te hebben gezien, had Rebecca al lang geleden de beslissing genomen zich volledig op haar toekomst te concentreren en hun rampzalige liefdesleven als inspiratie te gebruiken. Haar toekomst was haar ontsnapping, en ze zou niet toestaan dat iemand, of dat nu disfunctionerende ouders waren of een vriend, dat voor haar verpestte.

Haar liefde voor dieren, vooral voor honden, was het enige waarover ze geen twijfels had. Voor hen zorgen, hen beter maken, zou haar redden. Ze zag het als een ontsnapping uit een leven dat anders een ellendige saaie bedoening zou worden. Ze wist dat diergeneeskunde een zware studie was, maar ze was bereid zich helemaal te geven. Misschien dat ze op een dag haar eigen praktijk zou hebben. Een praktijk, een aantal honden, een paar paarden en ook wat katten. Haar moeder zou niet eens een klein hondje dulden in het appartement waar ze na de scheiding waren gaan wonen. Maar dat was niet langer een probleem. Omdat ze geen verplichtingen had gehad, was het gemakkelijk geweest om uit huis te vertrekken en op de campus te gaan wonen. Niemand hield haar tegen, kon haar afleiden van haar droom.

Toen haar moeder had gevraagd of ze voor Thanksgiving naar huis kwam, was Rebecca’s eerste neiging geweest om eruit te flappen dat ze geen huis had. Haar moeder zou dat echter niet hebben begrepen. En ze zou zeker niet hebben toegestaan dat Rebecca met Dixon en Patrick het halve land door reisde, dus had Rebecca gelogen.

Nee, niet echt gelogen.

Ze had haar moeder simpelweg verteld dat haar vader haar had gevraagd Thanksgiving met hem en zijn nieuwe gezin te vieren. Dat was in feite waar. Hij had haar gevraagd hen te vergezellen op hun extravagante Thanksgiving-reis naar Jamaica. Het was niet Rebecca’s schuld dat haar moeder het niet had nagevraagd, dat ze nog liever haar tong inslikte dan met haar ex-man te praten.

Toen Rebecca eindelijk bij hun tafeltje terugkeerde, zag ze dat Patrick ondertussen kaneelbroodjes voor hen had gekocht. De uitdrukking op Dixons gezicht vertelde haar dat Patrick hem had gedwongen te wachten met eten totdat zij terug was.

Voeg ‘hoffelijk’ toe aan die lijst.

Het deed haar glimlachen, en precies op dat moment begon Andy Williams I’ll be Home for Christmas te zingen. De mall moest dezelfde cd-box met kerstliedjes als Dixon hebben.

Dixon was met het lied aan het meezingen, terwijl ze zijn Red Bull en koffie voor Patrick en zichzelf neerzette.

Nauwelijks zat ze op haar stoel, of hij nam al een grote hap van zijn kaneelbroodje, ondertussen zijn blikje opentrekkend. Haar vriend was charmant en getalenteerd en grappig en zich totaal niet bewust van andere mensen wanneer hij door iets werd geobsedeerd. Wat de reden was waarom ze zich hier de dag na Thanksgiving in de mall bevonden. Zijn laatste obsessie had te maken met de rode rugzak bij zijn voeten.

‘Chad en Tyler zijn er al.’

Hij zwaaide naar hen aan de andere kant van het eetgedeelte, maar ze keken niet eens zijn richting op. Zo behandelden ze Dixon al sinds de basisschool – als een vervelend nalopertje – maar Rebecca wees hem daar niet op. Ze hadden met hun vieren op dezelfde school gezeten, totdat Rebecca’s moeder haar mee naar Connecticut had gesleept. Dixon had West Haven deels als universiteit uitgekozen om bij Rebecca te kunnen zijn, maar zodra hij weer thuis in Minnesota was, hoefden Chad en Tyler maar even te bellen, of hij kwam al aanrennen om met hun wilde plannen mee te doen.

Het viel Rebecca op dat ze allebei dezelfde rode rugzakken bij zich hadden als Dixon. Waar had hij zich nu weer toe laten overhalen? Ze deed haar jas uit en hing hem over de stoelleuning. Normaal gesproken hield ze zich verre van Dixons capriolen. Ze streek haar pony van haar bezwete voorhoofd en strekte haar rug in de verwachting de naweeën van de getatoeëerde elleboog te voelen.

‘We hebben afgesproken op de tweede verdieping te beginnen en ons een weg naar beneden te werken.’

‘Wat gaan jullie precies doen?’ vroeg Patrick.

Rebecca wilde hem onder de tafel een trap verkopen. Dixon hield zich zo ongeveer elke week met een nieuw goed doel bezig, alsof hij een schoon T-shirt met slogan aantrok. Waarschijnlijk was dit het idee van Chad en Tyler. Dixon las Vince Flynn-boeken en strips over superhelden. Op het moment was Batman zijn favoriet. Hij kon Homer Simpson heel goed imiteren en kende alle personages uit Lord of the Rings. Niet alleen kon hij Venus, en soms Mars, in de nachthemel vinden, hij kon ook de drie sterren in de riem van Orion benoemen. Toen hij Rebecca had verteld dat hij had besloten af te studeren in cybermisdaad, had ze zich niet kunnen voorstellen dat hij lang genoeg uit zijn fantasiewereld zou kunnen stappen om zich met echte levende misdadigers bezig te houden. Hij was een intelligente, eigenzinnige jongen, en ze hoopte dat hij binnenkort zou beseffen dat hij Chad en Tyler niet nodig had.

‘Realiseer je je dat tachtig procent van het speelgoed dat in de VS wordt verkocht, gemaakt is in China?’ vroeg Dixon aan Patrick, waarna hij nog een hap van het kaneelbroodje nam. ‘En dat is alleen nog maar speelgoed. Breek me de bek niet open over andere producten. Zoals die schattige vaderlandslievende vlaggetjes die de mensen op hun borst prikken… made in China.’ Hij benadrukte de laatste drie woorden alsof dat voldoende bewijs was. Dat het klonk alsof hij de zin in een pamflet had gelezen en uit zijn hoofd had geleerd, was niet belangrijk.

Patrick nam een slokje van zijn koffie en keek Rebecca aan.

In een poging over te brengen dat het al te laat was, vertrok ze haar gezicht.

‘Meer dan een halfmiljoen banen zijn in het afgelopen jaar uitbesteed aan andere landen,’ vervolgde Dixon. ‘Alleen maar om alledaagse dingen te produceren waarvan we denken dat we er niet buiten kunnen.’

‘Zoals je nieuwe iPhone,’ zei Rebecca, wijzend naar het apparaat in de zak van Dixons overhemd. De oortjes hingen voortdurend om zijn nek. ‘Made in China, maar je kunt er niet buiten.’

‘Dat is iets anders.’ Hij rolde met zijn ogen naar Patrick, alsof hij wilde zeggen dat hij geen idee had wat ze bedoelde. ‘Bovendien was dit een cadeau, een beloning, voor het de hele dag rondsjouwen van deze rugzak.’

‘Aha,’ zei ze, en ze hoefde er niet aan toe te voegen dat ze wist dat dat niet echt de waarheid was.

‘En ik kan heus wel zonder mijn iPhone leven, Miss Wijsneus,’ voegde hij eraan toe.

‘O ja?’ Uitdagend trok ze een wenkbrauw op.

‘Natuurlijk.’

Ze stak haar hand uit. ‘Geef hem dan voor één dag aan mij. Dat ben je me wel verschuldigd, omdat je mijn mobiel bent kwijtgeraakt.’

‘Ik ben hem niet kwijtgeraakt. Ik weet gewoon niet meer waar ik hem heb gelaten.’

Dixons glimlach vervaagde echter, alsof hij stilstond bij een leven zonder onmiddellijke toegang tot communicatie met de rest van de wereld. Net toen ze dacht dat hij het niet zou kunnen verdragen om daar afstand van te doen, haalde hij de oortjes van zijn nek en schoof die samen met de iPhone over de tafel naar haar toe. De glimlach keerde terug.

‘Niet kapotmaken. Ik heb hem net.’

‘Hoe zit het met die rugzak?’ vroeg Patrick.

Zowel Rebecca als Dixon keek hem aan alsof ze geen idee hadden waarover hij het had. Patrick wees naar de rugzak bij Dixons voeten.

‘Wat is er met die rugzak?’ vroeg hij weer.

‘Dat, mijn vriend, bevat het geheime wapen.’ Dixon klonk weer alsof hij de tekst van een informatief reclamespotje voorlas. ‘Binnenin zit een vernuftig apparaat dat een draadloos signaal uitzendt. Volkomen ongevaarlijk…’ Hij wuifde met zijn hand. ‘…maar in staat om een aantal computersystemen flink in de war te sturen. Een paar van die winkeliers wakker te schudden. De laatste keer dat ik in Minnesota was, hebben Chad en Tyler me meegenomen naar een bijeenkomst waar echt een heel gave professor van UMN een lezing gaf. Hij had een Harley, zo’n grote jongen.’

Rebecca kon een glimlach niet onderdrukken. Dixon zou absoluut het verschil niet kunnen zien tussen een Harley en een Yamaha, maar ze zei niets.

‘Die kerel heeft een hoop meegemaakt, weet waarover hij praat. Hij is overal geweest: het Midden-Oosten, Afghanistan, Rusland, China, noem maar op. Professor Ryan zegt dat mensen pas in opstand komen als we ze in hun portemonnee raken. Tot die tijd kan het niemand wat schelen dat we elk jaar honderdduizenden banen uitbesteden of dat de zuidelijke invasie twee keer zoveel banen hier recht onder onze neus vandaan steelt.’

‘Zuidelijke invasie?’ Het was Rebecca’s beurt om met haar ogen naar Dixon te rollen. Ze had al veel van zijn obsessies meegemaakt en kwam hem altijd tegemoet door naar zijn preken te luisteren, maar eens in de zoveel tijd moest ze hem laten weten dat ze hem niet serieus nam. Volgende week zou hij zich waarschijnlijk storten op het redden van gestrande walvissen.

‘Waarom dan het slot?’ vroeg Patrick, nog steeds geïnteresseerd.

Dixon haalde zijn schouders op om aan te geven dat het er niet toe deed, dat het slot onbelangrijk was. Rebecca herkende zijn blik. Hij was er klaar voor en keek ongeduldig over zijn schouder, op zoek naar Chad en Tyler. Op dat moment wist ze zeker dat het idee van hen vandaan kwam. Niet van Dixon. Hij deed alleen mee omdat hij bevriend wilde zijn met de populaire jongens, die hij zijn hele jeugd achterna had gelopen. Ze zorgden er altijd voor dat hij in de problemen kwam, en Rebecca begreep niet waarom hij elke keer weer terugging voor meer. Misschien dat nog een semester op de universiteit, weg van hen, zou helpen.

Dixon had echter één zeer belangrijke karaktertrek: hij was er altijd voor zijn vrienden. Daarvan kon zij getuigen. Toen haar vader en moeder net gescheiden waren, had ze Dixon dag en nacht kunnen bellen. Elk keer had hij haar verzekerd dat het absoluut niets met haar te maken had, had hij haar gerustgesteld en aan het lachen gemaakt, op een moment dat ze had gedacht dat ze dat nooit meer zou kunnen.

Dixons iPhone begon de titelsong van Batman te spelen, en ze schoof hem weer terug.

‘Nog geen vijf minuten…’ begon ze.

‘Hé, dit kan ik niet helpen. Ik ben een populaire vent.’ Maar binnen een paar seconden nadat hij had opgenomen, keek hij niet meer zo eigenwijs en zelfverzekerd. ‘Ik kom er meteen aan.’

‘Wat is er aan de hand?’ Rebecca schoof naar voren op haar stoel. Het lawaai in de mall was nog erger geworden. Ergens achter hen werd via een geluidsinstallatie de aankomst van de Kerstman aangekondigd.

‘Dat was mijn opa.’ Dixons gezicht was wit weggetrokken. ‘Ze hebben net mijn oma naar het ziekenhuis gebracht. Waarschijnlijk heeft ze een hartaanval gehad.’

‘O, mijn hemel, Dixon!’

‘Wil je dat we met je meegaan?’ Patrick was zijn jas al aan het aantrekken.

‘Ja, dat zou wel prettig zijn,’ antwoordde Dixon, die probeerde op te staan maar over de rugzak bij zijn voeten struikelde. ‘O, shit.’ Hij draaide zich om in een poging over de menigte heen te kijken. ‘Ik had het Chad en Tyler beloofd.’ Met een gepijnigde blik in zijn ogen raapte hij de rugzak op, waarna hij die op de tafel liet vallen alsof het gewicht hem plotseling te veel werd.

‘Maak je daar maar niet druk om,’ zei Rebecca. Ze pakte de rugzak op. Het gewicht verbaasde haar, maar ze deed hem om alsof het geen enkel probleem was. ‘Ik hoef er alleen maar mee rond te lopen, toch?’

‘Dat mag ik niet van je vragen.’

‘Dat doe je ook niet. Ik bied het aan. Ga!’

‘Hoe komen jullie thuis?’

‘Daar verzinnen Patrick en ik wel iets op.’ Vanwege het gewicht van de rugzak omarmde ze hem enigszins onhandig.

Dixon overhandigde haar de iPhone. Ze probeerde hem weg te wuiven, maar hij stond erop: ‘Nee, afspraak is afspraak.’

Terwijl een gezin van vier hun bistrotafel overnam, zagen ze hem in de menigte verdwijnen. Patrick en zij kwamen overeen om elkaar over een uur bij de Gap te ontmoeten. Rebecca’s gedachten waren bij Dixons grootmoeder toen ze de toiletruimte in liep. Ze kende Mrs. Lee al van jongs af. De oude vrouw had haar altijd behandeld alsof ze familie was, en deze keer had ze Rebecca zelfs de oude slaapkamer van haar dochter gegeven.

‘Ik weet dat het een beetje ouderwets is, maar ik kon het niet over mijn hart verkrijgen het behang te vernieuwen,’ had Mrs. Lee tegen Rebecca gezegd, toen ze haar de kamer had laten zien, met de verklaring dat haar dochter dol op madeliefjes was geweest.

Rebecca bevond zich al aan de andere kant van het eetgedeelte toen ze zich realiseerde dat ze Dixons rugzak aan de deur van het toilet had laten hangen. In stilte vloekend, draaide ze zich om en haastte zich terug.

Ze zag Chad en hoopte dat hij haar niet had opgemerkt. Hij liep in de tegenovergestelde richting. Haar ogen waren op hem gericht op het moment dat de explosie plaatsvond. Alles bewoog zich in slow motion. Ze werd verlamd door een flits van rood-wit licht dat Chads lichaam omgaf. Het geluid van de ontploffing bereikte haar oren op hetzelfde moment dat aan alle kanten glas versplinterde en er brand uitbrak.

Ze werd door een onzichtbare kracht omvergeblazen. Het leek alsof ze door hete lucht werd opgetild, en er ontstond een zware druk op haar borst. Ze werd op de vloer geworpen te midden van een regen van metaal en glas en natte brokstukken, die haar huid geselden en haar longen verzengden. Ze kon zich niet bewegen. Er lag iets zwaars op haar, wat haar neerdrukte. Het deed pijn om adem te halen. Ze kon verschroeid haar ruiken.

Toen ze haar ogen opende, was het eerste wat ze zag een losgerukte arm die minder dan een halve meter van haar af lag. Eén paniekerige seconde lang dacht ze dat het haar eigen arm was, tot ze de met bloed bevlekte groene drakentatoeage opmerkte.

Het leek alsof het sneeuwde; glanzende vlokken zweefden naar beneden. Ze sloot haar ogen weer. Boven het gekreun uit herkende ze de stem van Doris Day.

‘Let it snow…’

En toen begon het gegil.

Zwarte Vrijdag
CoverPage.html
section-0001.html
section-0002.html
section-0003.html
section-0004.html
section-0005.html
section-0006.html
section-0007.html
section-0008.html
section-0009.html
section-0010.html
section-0011.html
section-0012.html
section-0013.html
section-0014.html
section-0015.html
section-0016.html
section-0017.html
section-0018.html
section-0019.html
section-0020.html
section-0021.html
section-0022.html
section-0023.html
section-0024.html
section-0025.html
section-0026.html
section-0027.html
section-0028.html
section-0029.html
section-0030.html
section-0031.html
section-0032.html
section-0033.html
section-0034.html
section-0035.html
section-0036.html
section-0037.html
section-0038.html
section-0039.html
section-0040.html
section-0041.html
section-0042.html
section-0043.html
section-0044.html
section-0045.html
section-0046.html
section-0047.html
section-0048.html
section-0049.html
section-0050.html
section-0051.html
section-0052.html
section-0053.html
section-0054.html
section-0055.html
section-0056.html
section-0057.html
section-0058.html
section-0059.html
section-0060.html
section-0061.html
section-0062.html
section-0063.html
section-0064.html
section-0065.html
section-0066.html
section-0067.html
section-0068.html
section-0069.html
section-0070.html
section-0071.html
section-0072.html
section-0073.html
section-0074.html
section-0075.html
section-0076.html
section-0077.html
section-0078.html
section-0079.html
section-0080.html
section-0081.html
section-0082.html
section-0083.html
section-0084.html
section-0085.html
section-0086.html
section-0087.html
section-0088.html
section-0089.html