De jongens verkleedden zich achter een paar hoge bomen. Ze waren deze keer met ruim twintig man. Een eindje verderop was een open plek die eindigde bij een sloot. In de sloot had iemand een paar verrotte boomstammen neergelegd. In een ervan zat een gapend gat. Nils Bergman ging op zijn knieën zitten en haalde er iets uit.

De deelnemers stopten hun kleren in plastic draagtassen die ze in hun rugzak propten en op een grote hoop onder een boom neerlegden. De kostuums zagen er macaber uit. De jongeren veranderden in vampiers en monsters met lange capes, zwaarden en maskers. Hun ernstige gezichten vertelden hoe belangrijk dit voor hen was. Iedereen in de groep was het erover eens dat de werkelijkheid alleen surrogaat was. Een plaats waar je doordeweeks verbleef. Dit was geen kinderspel. Dit was een spel voor geavanceerde zielen.

Tijdens het verkleden keken ze niet naar elkaar. Ze probeerden elkaars blikken te vermijden. Sommigen werden nerveus van de gedaanteverwisseling. Die nervositeit kon uitmonden in gelach en dat zou de sfeer bederven. Als je de overstap wilde maken naar de andere werkelijkheid, moest je je voor honderd procent inzetten.

Het was bijna middernacht, maar het was nog steeds licht. 23 juni was een van de lichtste dagen van het jaar.

André Hansen droeg een masker met een vacht. Een heerlijke huivering trok door zijn lichaam. Hij voelde zijn hart tekeergaan. Het leek alsof hij groeide, alsof hij de dierlijke gedaante werd waarin hij zich verkleedde.

De vorige dag had hij Sølvi in een café in de stad ontmoet. Zij had een kop thee en een stuk taart besteld. Zelf had hij een cola genomen. In het begin hadden ze niet zoveel gezegd. Hij was een beetje verlegen. Hij kende haar tenslotte niet zo goed. Ze hadden zwijgend naar de eindeloze stroom mensen zitten kijken die langs de ramen liepen. Daarna hadden ze het manuscript met de cryptische naam Broeders van de nacht bekeken.

Het was een slecht manuscript, daar waren ze het over eens. Sølvi keek hem lachend aan. Ze zei dat ze zijn kapsel mooi vond, en dat soort dingen. Hij gaf geen antwoord, wist niet precies wat hij moest antwoorden. Ten slotte plaagde ze hem wat en vroeg of hij het leuk vond om te bijten. Hij begreep dat ze de draak stak met de vampier die hij in het stuk zou spelen, maar hij wist niet wat hij moest zeggen. Ze vertelde dat ze ook met Nils had gesproken, en dat hij had gezegd dat hij een verrassing voor hen had. Hij had vast echt bloed te pakken gekregen. Haar verhaal beviel André niet. Hij vond het behoorlijk smerig klinken. Hij had geen behoefte aan echt bloed.

Voor het raam van het café was aan de andere kant van de straat een bus gestopt. Voor hij de weg weer op draaide en verder reed, stootte hij een enorme wolk uitlaatgassen uit. In het groepje mensen dat uit de bus was gestapt, had André plotseling zijn broer, Stein Ove, gezien. Moeder had er niets van gezegd dat hij verlof had.

Nu stond Sølvi Steen vijf meter verderop naar hem te kijken. “Warm vanavond”, zei ze. Hij gaf geen antwoord en wendde zich even af, hij voelde zich opgelaten als ze hem zo intens aankeek. Hij dacht dat ze in hem geïnteresseerd was. Er was iets in haar manier van doen. Dat prikkelde hem, maar schrikte hem tegelijk wat af. Hij ging niet zo gemakkelijk met meisjes om. Hij had nog nooit een vriendinnetje gehad. Sølvi had een dikke laag make-up op haar gezicht. Rond haar ogen had ze een dikke zwarte streep getrokken. Haar gezicht was wit van het poeder.

André liep naar Nils Bergman toe, die tegen een dikke boom leunde. Hij droeg een zwarte cape waar hij bijna in verdween. André vroeg of hij Stein Ove de laatste tijd nog had gezien. Even leek het of hij niet wist wat hij moest antwoorden.

“Ik dacht dat ik hem gisteren zag, begrijp je”, zei André, “Ik zat in een café en hij stapte uit de bus.”

“Eerlijk gezegd heb ik hem ook gezien”, zei Nils Bergman en hij liep in de richting van de stapel met kleren. “Hij kwam gisteren langs om ergens over te praten.”

“Waarover dan? Waarom is hij niet thuis geweest?” André liep achter hem aan.

Nils Bergman zuchtte. “Hij moest alleen iets bij me halen.”

“Wat dan?”

“Ik weet niet of het zo slim is om dat te zeggen.”

André Hansen keek hem somber aan. “Waarom niet?” vroeg hij wantrouwend.

“Oké dan. Ik ben het ook helemaal zat.” Nils Bergman leek opeens kwaad. “Stein Ove had twee wapens. Niet alleen het pistool dat Kenneth bij Kathrine had verborgen.”

André Hansen keek hem verbijsterd aan.

“Er werden twee wapens gestolen op Rygge”, ging Nils verder. “Je broer had ze allebei. Ik verborg er een voor hem.”

“En?”

“Hij heeft het opgehaald omdat hij het naar de politie wilde brengen”, zei Nils Bergman en hij riep naar een van de spelers dat hij een paar zwarte laarzen aan moest doen. “Stein Ove is door de politie verhoord en hij heeft toegegeven dat het wapen dat bij Kathrine in de kast lag van hem was.”

André knikte ernstig.

“Hij wil open kaart spelen. Hij wil niet nog meer gedonder”, zei hij. “Hij is gisteren niet naar huis gegaan omdat je moeder rondsnuffelt en zo’n drukte maakt. De smerissen zijn een paar keer bij mij geweest, ik kon het wapen niet langer bewaren.”

André Hansen knikte ernstig. “Ik heb gezegd dat we plastic zwaarden gebruiken”, zei hij.

“Mooi”, zei Nils Bergman en hij klopte hem op de schouder.