Maiken Stenberg stond op het erf. De mist lag als een sluier over de weilanden die lager op de helling lagen. Het had de hele nacht hard geregend.

Ze had haar haar deze keer los hangen. Ze kwam naast de auto staan toen Cato Isaksen stopte en parkeerde.

Toen hij het portier opende en uitstapte, schoot er iets door hem heen. Ze was mooi. Hij vervloekte zichzelf omdat allerlei verschillende mensen hem voortdurend wisten te raken. Hij schudde zijn hoofd nog voor ze iets kon vragen. Hij kon aan haar zien dat ze bang was. “Er is geen nieuws over Kathrine”, zei hij. “Ik wilde je alleen iets vragen.”

Ze keek schuin naar hem op en glimlachte terwijl ze het haar dat in haar gezicht werd geblazen opzij streek. “Alexander heeft in het tuinhuisje vogels gevangen”, zei ze met een teleurgestelde glimlach om haar mond. “Hij heeft ze doodgemaakt.”

“Alweer?”

“Twee mussen en een duif. Ze vliegen af en toe per ongeluk naar binnen. Ik was heel boos op hem. Hij had bloed aan zijn handen toen ik thuiskwam uit school.”

Cato Isaksen zag iemand achter het keukenraam. “Ik heb gezegd dat hij niet meer naar buiten mag”, zei ze naar de rechercheur opkijkend. “Mama heeft ook geld in zijn kamer gevonden. Hij wil niet zeggen van wie hij dat geld heeft gekregen.” Ze stak haar handen in de zakken van haar strakke spijkerbroek.

Cato Isaksen keek haar geïnteresseerd aan. “Hoeveel geld?” vroeg hij.

“Niet zo heel erg veel. Een paar briefjes van honderd kronen.”

“Heb je geen andere vriendinnen om je tijd mee door te brengen?” vroeg hij.

‘Wat bedoelt u?”

Ze stonden met de warme wind in hun rug. “Je hebt toch wel andere vriendinnen dan Kathrine?”

Maiken draaide zich even van hem af voor ze zich weer tot hem wendde. Hij had meteen spijt van zijn vraag. Daar had hij niets mee te maken. Stom van hem. “Neem me niet kwalijk”, zei hij, “ik wilde me nergens mee bemoeien.”

“U bedoelt dat ik een nieuwe vriendin moet zoeken?” Haar stem klonk gekwetst.

“Dat is misschien wel wat ik bedoel”, zei hij.

“Mama zegt hetzelfde”, zei Maiken zachtjes en ze schopte tegen een steentje. “Mama mocht Kathrine niet zo graag.”

Cato Isaksen voelde opeens de neiging om haar tegen zich aan te drukken, maar hij wist dat hij er spijt van zou krijgen. Daarom draaide hij zich om en liep langzaam bij haar vandaan. Hij was opgelucht dat hij haar niet had aangeraakt. Opeens greep ze zijn hand vast.

“Jullie moeten niet opgeven”, zei ze. “Jullie moeten Kathrine vinden.” Haar stem haperde. Het was duidelijk dat het haar veel moeite had gekost om zijn hand te pakken.

Cato Isaksen maakte zich van haar los en maakte een machteloos gebaar.

“Er is iets nieuws”, zei hij. “Wist jij dat Kathrine iets in haar kamer verstopte, in een doos met oude barbiepoppen?”

Maiken Stenberg keek hem niet-begrijpend aan. “Nee”, zei ze achterdochtig, “wat dan?”

“Een wapen.”

Ze keek hem wantrouwend aan. “Een wapen?”

“Ja.”

“Nee, daar heb ik niets van gehoord. Was dat het pistool waarmee haar grootmoeder is doodgeschoten?”

“Dat weten we niet. Maar we weten wel dat ze een wapen bewaarde voor de broer van Kenneth. En dat is van hetzelfde type als waar Brenda Moen mee neergeschoten is.”

Maiken Stenberg huiverde. “Voor André of Stein Ove?”

“Stein Ove. Hij had het in de kazerne gestolen.”

Ze fronste haar wenkbrauwen. “Ik begrijp het niet”, zei ze, “bedoelt u dat Kenneth het heeft gedaan?”

“Ik bedoel niets”, zei Cato Isaksen beslist. “Maar ik dacht dat jullie elkaar alles vertelden, Kathrine en jij. Je hebt zelf gezegd dat jullie geen geheimen voor elkaar hadden.”

“U denkt toch niet dat Kathrine haar heeft vermoord?” Maiken Stenberg begon te huilen. “Ik zou het hebben gezegd als ik had geweten dat ze een pistool had.”

Cato Isaksen keek haar aan. Toen glimlachte hij. “Hoe kom je aan dat mooie haar?” vroeg hij ontwapenend.

“Van mama. Ik lijk op mama.” Ze huilde nog steeds. De tranen liepen haar over de wangen.

“De eerste dagen na Kathrines verdwijning was je vaak bij Helena Bjerke op bezoek, hè?”

“Ja.”

“Weet je nog wie daar nog meer waren?”

“Iedereen, geloof ik. Ik bedoel Kenneth en Lars en haar vader en grootmoeder en oom. En de buren en beide vrouwen uit de wasserij. Er waren steeds veel mensen.”

Cato Isaksen knikte. “Wat je vertelde over haar stiefvader, ik weet het niet zeker, maar ik vraag me soms af of hij iets probeert te verbergen. Of hij iets met Kathrine deed. Begrijp je wat ik bedoel?”

“Ja”, zei Maiken luid. “Ik begrijp wat u bedoelt. Ik heb het in de krant gelezen.”

“Wat denk jij?”

“Nee. Daar wil ik niet aan denken.”

“Je moet wel”, zei hij hard.

“Nee”, zei ze en ze begon opnieuw te huilen. “Ik wil er niet aan denken.”

Cato Isaksen vervloekte zijn onvermogen om met jonge meisjes te praten. “Het spijt me”, zei hij en hij legde zijn hand op haar schouder. Hij kreeg het warm en koud tegelijk. Ze mocht niet merken hoe onzeker hij zich voelde. Hij trok zijn hand snel terug.

“Neem me niet kwalijk”, zei ze.

“Het is tijd om terug te gaan”, zei hij.