41

Maggie deed een stap opzij om Keith de ruimte te geven. Het was nog erger dan ze had verwacht. De vegen waren lang en uitgerekt, klauwend en grijpend in de onmiskenbare beweging van iemand die wanhopig en doodsbang was. De handafdrukken waren klein, bijna de maat van een kinderhand. Ze zag de fijne handen voor zich waarmee Jessica Beckwith haar haar pizza had aangereikt.

'Allemachtig! Dit is niet te geloven.'

Opnieuw klonk Tuily's stem vanuit het donker. Ze wist dat hij had verwacht dat ze niets zouden vinden, dat hier niets was gebeurd. Te bewijzen dat hij het mis had, voelde echter niet als een overwinning. Ze was eerder licht in haar hoofd, misselijk. Het was ook veel te heet in de kamer. Wat was er verdorie met haar aan de hand? Dit was al de tweede keer in één week dat haar maag in opstand kwam op de plek van een misdrijf.

'Hoe groot is de kans dat dit een schoonmaakmiddel is, Keith?' vroeg ze. 'Het huis staat te koop. Het ruikt alsof iemand pas nog aan het boenen is geweest.'

'O, er is zeker geboend. Iemand heeft geprobeerd dit te verwijderen.'

'Maar luminol kan reageren op bleekmiddel. Misschien heeft een schoonmaakbedrijf alles gereinigd, inclusief de muren.' Waarom wilde ze het niet geloven, na die onrustige, slapeloze nacht van vooruitdenken, van weten wat ze zouden vinden? Waarom wilde ze liever geloven dat die vegen en strepen het werk waren van een overijverige schoonmaakster?

'In de linnenkast staat een voorraad schoonmaakartikelen. Dweil, emmer, sponzen, vloeibare zeep en zo. Ruikt als hetzelfde spul dat hier is gebruikt. Niets dat bleekmiddel bevat. Dat heb ik gecontroleerd. Trouwens, niemand die schoonmaakt laat zulke handafdrukken achter,' wierp Keith tegen. Ze dwong zichzelf naar de afdrukken te kijken voor ze zouden vervagen. De kleine vingers waren uitgerekt op de plaatsen waar ze hadden gegrepen en geklauwd zonder houvast te vinden. Om de beelden niet te zien die haar brein geleerd had op te roepen, sloot ze haar ogen. Ze kon het zonder moeite allemaal in slowmotion voor zich zien, alsof ze een scène uit een horrorfilm zag.

'Ben je zover, Maggie?'

Keiths stem deed haar opschrikken.

'Laten we de vloer doen, van hier naar de badkamer,' stelde hij voor.

Langzaam werd de kamer weer donker.

Haar handen beefden toen ze haar wijsvingers weer om de trekkers van de verstuivers boog. Gelukkig kon Keith noch Tully dat zien. Ze vermande zich en probeerde zich te herinneren welke kant op en hoe ver weg de badkamer was. Zodra ze zichzelf had hervonden, begon ze te spuiten, de mist met haar voeten ontwijkend terwijl ze behoedzaam zijwaarts liep. Nog voor ze de badkamerdeur bereikte, lichtte de vloer op als een landingsbaan, met lange slipsporen.

'Goede hemel,' hoorde ze Tully mompelen. Kon hij zijn mond niet houden? Zijn afgrijzen maakte haar van streek en, wat erger was, wakkerde haar eigen ontzetting aan. Keith richtte het rode puntje op de vloer en volgde, het spoor van bloederige voeten die over het parket waren gesleept. Maggie duwde een lok naar achteren en wiste het zweet van haar voorhoofd. Was Jessica bewusteloos geweest toen hij haar naar de badkamer had gesleurd?

Ze moest veel bloed hebben verloren tijdens de worsteling, gezien de sporen op de wand. Zou ze bij bewustzijn zijn geweest toen Stucky haar in het bubbelbad had getild? Toen hij haar had verteld welke afgrijselijke dingen hij met haar ging doen? Had ze nog geleefd toen hij was begonnen met snijden?

'Laten we even pauzeren,' opperde Keith. 'Doe het licht maar aan, Tully.'

Maggie knipperde met haar ogen tegen het felle licht, opgelucht dat haar fantasieën over de hel naar de achtergrond werden gedreven. Als ze zichzelf de kans gaf, zou ze in staat zijn Jessica's gegil en smeekbeden te horen. Haar geheugen leek gevuld met bandjes waarop het geluid van doodsangst te horen was. Het was iets wat ze nooit zou vergeten, hoeveel jaren er ook voorbijgingen zonder dat ze het opnieuw hoorde.

'O'Dell?'

Opeens stond Tully voor haar. Toen ze omkeek, zag ze dat Keith in de hoek bezig was. Nu pas merkte ze dat hij de verstuivers van haar had overgenomen en ze aan het bijvullen was.

'Ik moet je mijn excuses aanbieden, O'Dell,' zei Tully. Hij zag bleek. Al eerder had hij zijn jasje uitgetrokken en de mouwen van zijn overhemd slordig opgerold. Op dit moment knoopte hij zijn boord open en trok de knoop van zijn das los. ik dacht heus dat hier niets te vinden was. Ik voel me echt een sukkel.'

Verbaasd keek ze hem aan. Ze kon zich niet herinneren dat iemand van de politie zich ooit tegenover haar had verontschuldigd, laat staan een fout had toegegeven. Hallucineerde ze soms? In plaats van beschaamd zag hij eruit alsof hij oprecht spijt had.

'Laat ik dan toegeven dat ik alleen maar op mijn instinct afging, Tully.'

'We moeten eraan denken de afvoer van het bubbelbad te controleren, Maggie,' onderbrak Keith hen. ik wed dat hij haar in dat bad heeft opengesneden. Misschien vinden we nog wat restanten.'

Tully kromp ineen, en zijn gezicht werd nog bleker.

'Gisteravond hebben we niet in de afvalemmers buiten gekeken,' zei ze om hem te redden. 'Aangezien het huis te koop staat en er niemand woont, hebben de vuilnismannen ze misschien overgeslagen.'

Deze ontsnappingsmogelijkheid greep hij met beide handen aan. ik zal even gaan kijken.'

Pas toen hij wegliep, bedacht Maggie dat hij tussen het afval best iets zou kunnen vinden wat net zo schokkend was. Dus misschien had ze hem niets bespaard. Ze pakte een nieuw paar rubberhandschoenen en gooide de gebruikte, die vol luminol zaten, weg. Terwijl Keith een moersleutel, een schroevendraaier en zakjes voor bewijsmateriaal pakte, merkte hij op:

'Wat ben je aardig voor die nieuwe.'

Hoewel hij zijn blik gericht hield op de voorwerpen die hij uit zijn tas haalde, zag ze hem glimlachen. 'Ik kan best aardig zijn, hoor.'

'Ik zeg ook niet dat je dat niet kunt.' Hij diepte wattenstaafjes, kwastjes, een tangetje en een paar bruine flesjes op en legde alles keurig naast elkaar alsof hij de inventaris opmaakte. 'Maak je maar niet druk, Maggie, ik zal het niet doorvertellen. Tenslotte heb je een naam op te houden.'

Hij keek haar aan met die lichtblauwe ogen die, zoals Maggie wist, de afgelopen dertig jaar meer kwaad en verschrikking hadden gezien dan één mens ooit zou mogen aanschouwen. Maar nu zag ze er pretlichtjes in. 'Wat weet je van agent Tully af, Keith?'

'Ik heb niets dan goeds over hem gehoord.'

'Nee, natuurlijk is er niets dan goeds. Hij lijkt wel een kruising tussen Barney Rubbles en Fox Mulder.'

'Fox Mulder?' Verwonderd trok hij zijn wenkbrauwen op.

'Je weet wel, van The X-Files.'

'Ja, ik weet wel wie dat is. Het verbaast me alleen dat jij hem kent.'

'Ach, ik heb een paar afleveringen gezien,' zei ze blozend. Snel veranderde ze van onderwerp. 'Maar wat heb je dan gehoord? Over Tully?'

'Cunningham heeft hem hiernaartoe gehaald, uit Cleveland. Dan moet hij wel goed zijn, toch? Ik heb horen zeggen dat hij alleen al op basis van foto's van een misdrijf een profiel kan opstellen. Negen van de tien keer is het in de roos.'

'Foto's. Dat verklaart waarom hij er in het echt zo slecht tegen kan.'

'Volgens mij is hij nog niet zo heel lang bij de FBI. Vijf of zes jaar. Waarschijnlijk net op het nippertje, voor hij te oud was.'

'Wat heeft hij hiervoor gedaan? Zeg alsjeblieft niet dat hij jurist was.'

'Wat mankeert er aan juristen?' vroeg Tully vanuit de deuropening.

Uit zijn blik probeerde ze op te maken of hij kwaad was. Ze had hoe dan ook het gevoel hem een verklaring verschuldigd te zijn. 'Ik was gewoon nieuwsgierig-'

'Je had het ook gewoon aan mij kunnen vragen.'

Hij was inderdaad kwaad, al probeerde hij dat te verbergen. Deed hij altijd zo zijn best zich in te houden?

'Goed dan. Wat voor werk deed je voor je bij de FBI kwam?'

Met één hand hield hij een zwarte vuilniszak omhoog. 'Ik deed onderzoek naar verzekeringsfraude.' In zijn andere hand had hij iets wat wikkels van snoepgoed leken. 'Zo te zien is die kerel een enorme zoetekauw.'