2

Tess McGowan wenste dat ze andere schoenen had aangetrokken. Deze knelden en hadden te hoge hakken. Haar hele lichaam was erop gericht te voorkomen dat ze zou struikelen terwijl ze over het slingerende pad liep en deed of ze niets merkte van die blikken die haar volgden.

Zodra haar zwarte sportwagen de oprit op was gereden, waren ze gestopt met het uitladen van de verhuiswagen. De leuning van een bank was halverwege in de lucht blijven hangen. Steekkarren waren schuin blijven staan. Dozen hadden moeten wachten terwijl de mannen in hun bezwete blauwe overalls waren blijven staan om te kijken.

Ze haatte zulke aandacht en was als de dood dat iemand zou fluiten. Vooral in deze keurige buurt, waar de bijna gewijde stilte het gefluit nog obscener zou doen klinken.

Dit sloeg nergens op. Haar zijden blouse plakte aan haar huid, en de rillingen liepen over haar rug. Ze was bij lange na geen schoonheid. Je kon hooguit zeggen dat ze een goed figuur had, een figuur waarvoor ze uren in de sportschool zwoegde en ook nog haar voorliefde voor cheeseburgers in toom moest houden. Ze kwam beslist niet in aanmerking voor een miniposter in de Playboy. Waarom voelde ze zich dan opeens zo naakt, ondanks het keurige pakje dat ze droeg?

Die mannen konden er ook niets aan doen. Het was, niet eens hun oerinstinct om naar haar te kijken dat haar stoorde, maar haar eigen onwillekeurige neiging een show voor hen op te voeren. Die irritante gewoonte uit haar verleden was aan haar blijven hangen als de geur van sigarettenrook en whisky. Er was maar weinig voor nodig om haar weer aan Elvisdeuntjes uit de jukebox te herinneren, altijd gevolgd door goedkope hotelkamers.

Maar dat was een mensenleven geleden - in elk geval te veel jaren om haar nu uit haar evenwicht te brengen. Tenslotte was ze hard op weg een succesvolle zakenvrouw te worden. Waarom hield het verleden haar dan nog zo stevig in zijn greep? En hoe kon zoiets onschuldigs als een paar onbeschaamde blikken van mannen die ze niet eens kende, haar zo van haar stuk brengen, haar zo aan haar zuurverdiende waardigheid doen twijfelen?

Ze gaven haar het gevoel een bedriegster te zijn. Zich - opnieuw - voor te geven als iemand anders. Tegen de tijd dat ze de voordeur van de woning had bereikt, had ze het liefst rechtsomkeert gemaakt om op de loop te gaan. In plaats daarvan haalde ze diep adem en klopte op de zware eiken deur, die halfopen stond.

'Kom maar binnen!' riep een vrouwenstem vanachter de deur. Tess trof Maggie O'Dell aan bij het paneel vol knopjes en knipperende lichtjes dat deel uitmaakte van het pas geïnstalleerde alarmsysteem van het huis.

'O, hallo, Miss McGowan. Moet ik nog formulieren ondertekenen?' Na een korte blik op Tess drukte ze op wat toetsen om het systeem te programmeren.

'Toe, zegt u toch Tess.' Ze wachtte even tot Maggie eenzelfde voorstel zou doen, maar was niet verbaasd toen dat niet gebeurde. Ze wist dat Maggie niet opzettelijk onvriendelijk was, maar afstand wilde bewaren. Daar kon Tess zich wel iets bij voorstellen, en ze respecteerde Maggies onuitgesproken wens. 'Nee, geen formulieren meer, beloofd. Ik wist dat u vandaag zou verhuizen en ik wilde alleen even zien hoe het ging.'

'Komt u verder. Ik ben hier zo mee klaar.'

Vanuit de hal liep Tess de woonkamer in. De middagzon scheen naar binnen, maar gelukkig stonden alle ramen open. Een koel briesje verdreef de bedompte warme lucht, zodat je binnen makkelijker adem kon halen dan buiten. Toen Tess over haar voorhoofd streek, merkte ze tot haar teleurstelling dat het vochtig was.

Vanuit haar ooghoeken sloeg ze haar cliënte gade. Dat was pas een vrouw die de wellustige blikken van mannen waard was! Tess wist dat Maggie bijna even oud was als zij, ergens voor in de dertig. Nu Maggie haar gebruikelijke keurige pakje niet droeg, kon ze echter zo voor een studente doorgaan. Haar afgedragen T-shirt en versleten jeans verborgen haar fraaie, atletische figuur nauwelijks. Maggie bezat een natuurlijks schoonheid, die niet met kunstgrepen verworven kon worden. Haar huid was glad en zacht, en haar korte donkere haar glansde, zelfs nu het door de war zat. Ze had diepbruine ogen en hoge jukbeenderen, waar ïess een moord voor zou doen. Toch wist Tess dat de mannen die zojuist hun werk hadden gestaakt om naar haar te staren, het niet zouden wagen hetzelfde bij Maggie O'Dell te doen, hoe graag ze dat ook zouden willen en hoeveel moeite het hun ook zou kosten zich te beheersen.

Maggie had iets speciaals. Iets wat Tess vanaf het allereerste moment had opgemerkt. Ze kon het niet goed onder woorden brengen. Het zat hem in hoe Maggie zich gedroeg. Soms leek ze zich volkomen onbewust van de wereld om haar heen en van het effect dat ze had op anderen. Iets aan haar riep respect op dwong het zelfs af. Hoe chic Tess zich ook zou kleden, hoe duur haar auto ook was, ze zou nooit zo veel autoriteit, zo veel kracht uitstralen. Maar ondanks hun verschillen had Tess zich onmiddellijk verbonden gevoeld met Maggie O'Dell. Beiden leken ze helemaal alleen in de wereld te staan.

'Sorry,' zei Maggie toen ze eindelijk naar Tess toe kwam, die intussen naar de ramen met uitzicht op de achtertuin was gelopen. 'Ik slaap hier vannacht en ik wil er zeker van zijn dat het alarmsysteem werkt.'

'Natuurlijk.' Glimlachend knikte Tess.

Maggie had zich drukker gemaakt over het alarmsysteem dan om het aantal vierkante meters of de vraagprijs van de huizen die Tess haar had laten zien. Aanvankelijk had Tess dat toegeschreven aan de aard van het beroep van haar cliënte. Natuurlijk hadden FBI-agenten meer oog voor veiligheidsaspecten dan de gemiddelde huizenkoper. Ze had echter ook iets in Maggies ogen gezien. Kwetsbaarheid. Wat hoopte deze zelfverzekerde, onafhankelijke FBI-agent buiten te sluiten? Zelfs nu ze hier zo naast elkaar stonden, leek Maggie O'Dell ver weg. Ze liet haar blik over haar achtertuin gaan als iemand die een indringer verwacht en niet als een nieuwe bewoner die de beplanting bewondert. Tess keek de kamer rond. Er stonden stapels dozen, maar slechts heel weinig meubelen. Misschien moesten de verhuizers nog aan het grotere werk beginnen. Ze vroeg zich af hoeveel Maggie had kunnen meenemen uit de flat die ze met haar echtgenoot had gedeeld. Tess wist dat de echtscheiding moeizaam verliep, al had ze dat niet van haar cliënte zelf. Alles wat Tess van Maggie O'Dell af wist, had ze gehoord van een gemeenschappelijke vriendin: Maggies advocaat, die haar Tess had aanbevolen. Die gemeenschappelijke vriendin, Teresa Ramairez, had Tess verteld van Maggies verbitterde echtgenoot, een jurist. Ook had ze haar verteld dat Maggie fors in onroerend goed moest investeren, omdat ze anders het risico liep een grote som geld die op haar naam stond deels of geheel te verliezen. Maggie zelf had Tess helemaal geen informatie gegeven, behalve het hoogstnoodzakelijke voor een zakelijke overeenkomst. Misschien waren Maggies geslotenheid en haar afstandelijke manier van doen vormen van beroepsdeformatie die tot in haar privé-leven waren doorgedrongen.

Het maakte niet uit. Het tegenovergestelde maakte Tess vaak genoeg mee. Gewoonlijk namen haar cliënten haar in vertrouwen alsof ze hun psychiater was. Het werk van een makelaar bleek grote overeenkomsten te vertonen met dat van een barkeeper. Dan was haar kleurrijke verleden toch nog een goede voorbereiding geweest. Dat Maggie O'Dell haar ziel niet wilde blootleggen, vond Tess prima. Ze trok het zich niet aan. Sterker nog: ze kon er wel inkomen. Zo ging zij ook met haar leven, haar geheimen om. Ja, hoe minder de mensen wisten, hoe beter.

'En, hebt u al kennisgemaakt met uw nieuwe buren?'

'Nog niet.' Maggie tuurde naar de hoge pijnbomen clie als een verdedigingslinie langs haar tuin stonden.

'Alleen die ene die we vorige week hebben ontmoet.'

'O ja, Rachel, eh... Ik weet haar achternaam niet meer. Meestal ben ik erg goed met namen.'

'Endicott,' vulde Maggie achteloos aan.

'Ze leek me erg aardig.'

Na die korte kennismaking had Tess zich afgevraagd of FBI-agent O'Dell wel zou passen in deze buurt van artsen, congresleden, hoogleraren en hun op uiterlijk vertoon gerichte, thuiszittende echtgenotes. Ze zag Rachel Endicott weer voor zich, joggend met haar spierwitte labrador, gekleed in een elegant trainingspak en met dure gympen, geen enkele van haar blonde haren van zijn plaats en geen druppel zweet op haar huid. En dan agent O'Dell, in haar uitgerekte T-shirt, versleten spijkerbroek en met een paar gympen die ze eeuwen geleden al had moeten weggooien. Door de voordeur kwamen twee mannen kreunend binnen met een enorm cilinderbureau.

Onmiddellijk richtte Maggie haar aandacht op het bureau, dat er ongelooflijk zwaar uitzag en waarschijnlijk antiek was.

'Waar wilt u dit hebben, ma'am?'

'Daar, tegen de muur.'

'Zo'n beetje in het midden?'

'Ja, graag.' Maggies blik liet hen geen seconde los tot het meubelstuk voorzichtig was neergezet.

'Zo goed?'

'Perfect.'

Dat leek beide mannen plezier te doen. De oudste glimlachte. De lange magere, die het vermeed hen aan te kijken, stond in elkaar gedoken, niet van pijn maar alsof hij het duidelijk niet prettig vond dat hij zo lang was. Ze trokken de tape los en verwijderden de plastic klemmen van de vele vakjes en laatjes van het bureau. De lange man testte de laden, maar stopte abrupt en trok zijn hand terug alsof hij gestoken was.

'Eh, ma'am, wist u dat dit hier lag?'

Maggie liep door de kamer om in de lade te kijken. Ze stak haar hand erin en haalde er een zwart pistool uit in een soort holster. 'Sorry. Dit was ik vergeten.'

Dit? Hoeveel hield deze paranoïde agent er verstopt, vroeg Tess zich af. Misschien was die obsessie voor beveiliging een beetje te, zelfs voor een FBI-agent.

'We zullen zo wel klaar zijn,' zei de oudste van de twee mannen, waarna hij zijn partner naar buiten volgde alsof het vervoer van geladen wapens niets bijzonders was.

'Hebt u iemand die u komt helpen uitpakken?' Tess probeerde haar afkeer van wapens te verbergen. Nee, het was geen afkeer, ze was er doodsbang voor.

'Zoveel is het niet.'

Opnieuw keek Tess de kamer rond. Toen haar blik bij Maggie kwam, zag ze dat die haar stond aan te kijken. Het schaamrood steeg naar Tess' wangen. Ze voelde zich betrapt, want dat was precies geweest wat ze net had gedacht: dat Maggie O'Dell echt niet veel bezat. Dit huis in tudorstijl had twee woonlagen met enorme kamers. Hoe kon Maggie die hiermee ooit vullen?

'Ik bedoel alleen... Nou, ik herinner me dat u zei dat uw moeder in Richmond woont.'

'Klopt.'

Het werd gezegd op een toon die Tess duidelijk maakte dat het onderwerp afgesloten was. 'Goed, ik houd u niet langer op.' Plotseling voelde Tess zich niet meer op haar gemak en wilde ze liever weg. 'Ik moet het papierwerk maar eens gaan afronden.'

Toen ze haar hand uitstak, schudde Maggie die beleefd, met een stevige, ferme greep die Tess verraste. Pe vrouw straalde kracht en zelfvertrouwen uit, maar Tess moest zich wel heel erg vergissen als Maggies obsessie omtrent haar veiligheid niet voortkwam uit kwetsbaarheid, uit diepgewortelde angst. Na zo veel jaren met haar eigen kwetsbaarheid en angst te hebben geleefd, kon Tess die aanvoelen in anderen. 'Belt u me als ik iets voor u kan doen? Wat dan ook?'

'Bedankt, Tess, dat zal ik doen.'

Tess wist echter dat dat niet waar was. Terwijl ze de oprit af reed, vroeg ze zich af of FBI-agent Maggie O'Dell alleen maar voorzichtig was of misschien paranoïde - nauwgezet of geobsedeerd. Bij het kruispunt merkte ze een busje op dat langs, de stoep geparkeerd stond, een zeldzaamheid in deze buurt waar de huizen ver van de straat lagen en de lange opritten ruimte genoeg boden voor meerdere auto's of bestelwagens. Achter het stuur zat een man met een zonnebril op en een uniform aan, verdiept in een krant. Tess' eerste gedachte was hoe vreemd het was een krant te lezen met een zonnebril op, vooral omdat de zon achter hem onderging. Toen ze langs hem reed, herkende ze het logo op de zijkant van het busje: Northeastern Bell Telephone. Dat wekte onmiddellijk haar achterdocht. Waarom was die vent zo ver buiten zijn werkgebied?

Toen haalde ze haar schouders op en lachte hardop. De paranoia van haar cliënte was zeker besmettelijk!

Ze schudde haar hoofd, reed de hoofdweg op en verliet de besloten buurt om naar haar kantoor terug te keren. Nog één keer keek ze om naar de statige huizen die verscholen lagen tussen hoge eiken, kornoeljes en pijnbomen, hopend dat Maggie O'Dell zich eindelijk veilig zou voelen.