5
Maggie staarde naar de bebloede ruches en liep langzaam naar het bed.
'Of liever gezegd, ze wandelde,' zei ze, trachtend de opwinding uit haar stem te houden. 'Ze had een hond bij zich, een witte labrador.'
'Er is hier helemaal geen hond,' zei Manx. 'Of hij moet buiten of in de garage zijn.'
Voorzichtig liet ze zich op één knie zakken. Er zat ook bloed in de groeven van de hardhouten vloer, maar de indringer had zich de tijd gegund dat weg te vegen. Waarom zou hij dat hebben gedaan, tenzij het zijn eigen bloed was?
Toen de mannen eindelijk ook het bloed op de ruches zagen, werd het stil in de kamer. Ze voelde hen om zich heen staan, wachtend. Zelfs Manx hield zich rustig, hoewel ze vanuit haar ooghoek de neus van zijn schoen ongeduldig op en neer zag gaan.
Langzaam tilde ze de stof op, het bebloede gedeelte vermijdend. Voor ze onder het bed kon kijken, klonk er een diep gegrom, waardoor ze automatisch haar hand wegtrok.
'Shit!' riep Manx. Hij sprong zo onbeheerst naar achteren, dat hij een nachtkastje tegen de muur smeet.
Toen Maggie het metaal in zijn hand zag glanzen, drong het tot haar door dat hij zijn pistool had getrokken.
'Opzij.' Hij was al naast haar en gaf een zet tegen haar schouder, waardoor ze bijna omviel.
Ze greep hem bij zijn arm toen hij zomaar richtte, klaar om te schieten zodra er iets onder het bed bewoog, of hij het nu zien kon of niet.
'Wat doet u nou?' schreeuwde ze tegen hem.
'Wat denk je verdomme dat ik doe?'
'Kalm aan, man.' De politiearts greep Manx' andere arm en trok hem zacht achteruit.
'Die hond zou wel eens uw enige getuige kunnen zijn,' zei Maggie. Ze liet zich weer op haar knieën zakken, deze keer op veilige afstand.
'Ja, hoor. Alsof een hond ons zal vertellen wat er is gebeurd.'
'Ze heeft gelijk.' De stem van de politiearts klonk verrassend rustig. 'Honden kunnen ons een heleboel vertellen. Laten we maar eens kijken of we deze te pakken kunnen krijgen.' Hij keek naar Maggie alsof hij op haar instructies wachtte.
'Hoogstwaarschijnlijk is hij gewond,' zei ze.
'En in shock,' voegde de arts eraan toe.
Ze kwam overeind en keek de kamer rond. Ze wist helemaal niets van honden, laat staan hoe je er eentje rustig moest krijgen. 'Zoek eens in de kast naar een paar jasjes. Het liefst dikke, van wol of zo, en iets wat gedragen is en niet gewassen.'
Tegen de muur stond een tennisracket. Aan de binnenkant van een kastdeur ontdekte ze een stropdassenrekje, waar ze een zijden exemplaar vanaf haalde. Het ene uiteinde knoopte ze aan het handvat van het zeggen dat het kan, trek je de sprei weg.'
Maggie zag dat Manx' ongeduld zich niet tot de dokter uitstrekte. Hij scheen zelfs ontzag voor de oudere man te hebben en ging gewillig op zijn plek bij he't voeteneinde staan.
De arts gaf Maggie een van de jasjes aan, een exemplaar van duur tweed. Ze rook aan de mouw. Prima; het rook nog vaag naar parfum. Ze trok het achterstevoren aan, met de mouwen zo ver over haar blote armen, dat ze nog genoeg stof overhield om in haar vuisten te klemmen. Vervolgens pakte ze het tennisracket en knielde op een halve meter afstand van het bed.
De dokter knielde naast haar neer, en agent Hillguard legde een paar dikke dekens naast hen op de vloer.
'Iedereen klaar?' Vragend keek de politiearts iedereen aan. 'Oké, Manx. Trek die sprei maar weg, maar langzaam.'
Deze keer was de hond echter voorbereid. Hij ontblootte zijn tanden en gromde van diep uit zijn keel. Maar hij viel hen niet aan. Dat kon hij niet. Onder de bloederige vacht, die ooit wit was geweest, zag Maggie een grote wond, een snee vlak boven de schouder, die zijn keel maar net had gemist. De samengeklitte vacht moest het bloeden tijdelijk hebben gestopt.
'Het is goed, jongen,' zei ze met kalme stem. 'We gaan je helpen. Rustig maar.' Ze schoof wat dichterbij en stak hem een stuk mouw toe, dat ze van haar hand afliet hangen.
Toen hij ernaar beet, deinsde ze achteruit, waardoor ze bijna haar evenwicht verloor.
'Allemachtig,' mompelde ze. Waar was ze mee bezig? Ze haatte naalden en vroeg zich onwillekeurig af of de behandeling van hondsdolheid nog altijd bestond uit veertien injecties in de buik. Ze vermande zich. Concentratie. Opnieuw deed ze een poging, iets langzamer nu.
De hond snuffelde aan de bungelende mouw, waaraan hij mogelijk de geur van zijn eigenaar herkende. Zijn grommen ging over in janken en toen in piepen.
'Het komt allemaal goed,' fluisterde Maggie, er helemaal niet zeker van of ze de hond wilde geruststellen of zichzelf. Ze schoof iets dichterbij, met het tennisracket in haar andere hand, terwijl de hond haar gadesloeg en bleef piepen. Ze liet hem aan de das ruiken. Hij verzette zich niet toen ze die om zijn bek liet glijden. Behoedzaam trok ze de knoop aan.
'Hoe krijgen we hem daar ooit vandaan?' Agent Hillguard zat op zijn knieën aan haar andere kant.
'Laten we een van die dekens openvouwen en naast hem neerleggen.'
Maar zodra de agent met zijn handen in de buurt kwam, beet de hond naar hem, grommend en aan de geïmproviseerde muilkorf trekkend.
Toen hij op de agent afsprong, maakte Maggie van de gelegenheid gebruik om hem van achteren bij zijn halsband te grijpen. Ze rukte hem naar voren, de deken op, intussen het tennisracket goed vasthoudend, met de muilkorf aangetrokken. De hond jankte, en ze was bang dat ze een van zijn wonden had opengetrokken.
'Goede genade,' hoorde ze Manx zeggen, maar deze keer hield hij zijn pistool in de holster.
'We hebben hem.' De arts kwam overeind en wenkte agent Hillguard naast hem te komen staan. Met zijn tweeën trokken ze voorzichtig aan de hoeken van de deken om de hond onder het bed vandaan te krijgen.
'We kunnen hem in mijn busje naar de dierenarts brengen.'
Maggie ging op haar hurken zitten. Nu pas merkte ze dat ze doornat was van het zweet.
'Shit.' Manx had zijn uitdagende bui terug. 'Dat betekent dat al dat bloed bij de deur en in de badkuip waarschijnlijk van die stomme hond is en dat we hele; maal niks hebben.'
'Daar zou ik maar niet van uitgaan,' zei Maggie. 'Er is hier iets gewelddadigs gebeurd, en daar zou de eigenaar van de hond wel eens het meest van te lijden kunnen hebben gehad.' Ze keek toe terwijl de dokter en de agent de rillende hond toedekten en de deken als brancard gebruikten, dankbaar dat ze het te druk hadden om te zien hoeveel moeite het haar kostte op te staan. 'Ik vermoed dat deze jongen...' Ze gebaarde naar de labrador, '...heeft geprobeerd in te grijpen. Misschien heeft hij zijn tanden een paar keer goed kunnen gebruiken. Er is kans dat een deel van het bloed, vooral hier bij het bed, van de indringer is. Uw forensische mensen kunnen er vast wel iets mee, al is het weggeveegd.'
'Denk je dat je me misschien zelf mijn onderzoek kunt laten doen?' Manx wierp haar een blik vol verachting toe. Ze streek de haren van haar voorhoofd. Hield die vent nou verdorie nooit op? Toen zag ze dat ze bloed aan haar handen had, dat nu ook wel op haar voorhoofd en in haar haren zou zitten. De dokter schudde zijn hoofd en wierp Manx een waarschuwende blik toe, alsof ook hij genoeg had van de arrogantie van de man.
'Natuurlijk, het is helemaal uw onderzoek,' antwoordde ze ten slotte. Ze greep een punt van de deken om de mannen te helpen de ingepakte hond te dragen.
'Ik weet zeker dat iedereen in de buurt vannacht prima slaapt, in de wetenschap dat u aan de zaak werkt.'
Haar sarcasme leek Manx te verbazen. Hij werd rood toen hij besefte dat de andere twee hem niet te hulp schoten. De dokter glimlachte zelfs even, zag Maggie. Ze keek maar niet of Manx dat ook had gezien.
'Hou jij je grote FBI-badge en je mooie neusje nou maar uit mijn onderzoek,' zei hij, kennelijk vastbesloten het laatste woord te hebben. 'Begrepen, O'Donnell?'
Ze nam niet de moeite hem aan te kijken ofte reageren. De ondankbare schoft. Als zij er niet was geweest, had hij de hond niet eens gevonden. Ze vroeg zich af of hij zou nalaten die bloedmonsters te nemen simpelweg omdat zij het had voorgesteld.
Met de punt van de deken stevig in haar handen liep ze met agent Hillguard en de politiearts mee. Toen ze op de overloop kwam, keek ze nog even om naar Manx, die in de deuropening van de slaapkamer was blijven staan.
'O, Mr. Manx,' zei ze, 'nog één ding. Als ik u was, zou ik die kluit modder hier op de trap laten onderzoeken. Tenzij u die zelf mee naar binnen hebt gebracht natuurlijk, en zo de plaats delict hebt besmet.'
Automatisch tilde hij zijn rechtervoet op om de zool te inspecteren, voor het tot hem doordrong hoe defensief hij reageerde. De politiearts schoot in de lach, maar agent Hillguard was wel wijzer en beperkte zich tot een glimlachje. Weer werd Manx' gezicht rood.
Maggie draaide zich om en deed haar best hun patiënt recht te houden terwijl ze hem de trap af droegen.