29
R.J. scheurde de laatste fax af die net van de politie uit Kansas City was binnengekomen. Snel keek hij de inhoud door, ondertussen mappen, aantekeningen en foto's verzamelend.
Over tien minuten had hij een afspraak met Cunningham, maar in gedachten was hij nog bezig met de ruzie die hij nog geen uur geleden met zijn dochter had gehad. Emma had gewacht tot hij haar bij school had afgezet voor ze hem had overvallen. Ja, daar was ze goed in. Wat had hij ook anders verwacht? De kunst van de verrassingsaanval had ze geleerd van een ware expert: haar eigen moeder.
'Dat is waar ook,' had ze nonchalant gezegd. 'Josh Reynolds heeft me meegevraagd naar het bal van de bovenbouw. Het is vrijdag over een week, dus ik moet een nieuwe jurk hebben. En ook nieuwe schoenen, denk ik.'
Hij was meteen kwaad geworden. Ze was pas veertien, dus hoe kwam ze erbij dat ze uit mocht? 'Heb ik iets gemist?' had hij gevraagd, zo sarcastisch, dat hij zich er achteraf voor schaamde.
Ze had hem haar beste beledigde, gekwetste blik geschonken. Hoe was het mogelijk dat hij haar niet vertrouwde, had ze gevraagd. Ze was 'bijna vijftien'!
Praktisch een oude vrijster, vooral vergeleken bij haar vriendinnen. En die mochten allemaal al twee of drie jaar uit.
Hij was maar niet gekomen met dat oude argument van als je vriendin van de brug springt... Bovendien was het punt niet dat hij haar niet vertrouwde. Het waren die jongens van vijftien of zestien die hij niet vertrouwde. Op zijn drieënveertigste wist hij nog heel goed hoe hitsig die konden zijn. Het liefst zou hij met Caroline hebben overlegd, maar hij wist dat zij Emma's kant zou kiezen. Was hij gewoon overbezorgd?
Hij stopte de fax in een dossiermap, legde die op de stapel die hij al in zijn handen had en liep de gang door.
Na zijn gesprek met rechercheur John Ford uit Kansas City, de avond daarvoor, verwachtte hij dat Cunningham een pesthumeur zou hebben. Het zag er steeds meer naar uit dat de moord op die serveerster het werk van Stucky was. Niemand anders zou de nier van die vrouw bij de hotelkamer van agent O'Dell bezorgen. Eigenlijk wist R.J. niet waarom hij niet in een vliegtuig naar Kansas City zat, om zich bij O'Dell te voegen.
'Goedemorgen, Anita,' begroette hij de secretaresse. Die zag er op ieder uur van de dag wakker en onberispelijk uit.
'Koffie, agent Tully?'
'Ja, graag. Melk, maar -'
'-geen suiker. Ik weet het. Ik kom het zo brengen.'
Ze gebaarde dat hij door mocht lopen. Iedereen wist dat je geen voet in het kantoor van de directeur mocht zetten voordat zij daarvoor toestemming had gegeven. Cunningham zat te telefoneren. Hij knikte naar R.J. en wees naar een van de stoelen bij zijn bureau. 'Ja, dat begrijp ik,' zei hij in de hoorn. 'Natuurlijk, dat doe ik.'
Zoals gewoonlijk beëindigde hij het gesprek zonder te groeten. Hij duwde zijn bril omhoog, nam een slok koffie en keek R.J. aan.
Hij droeg een keurig gestreken overhemd, en zijn das was perfect geknoopt. Zijn ogen verraadden hem echter; die waren opgezwollen door slaapgebrek, en de rode adertjes werden vergroot door zijn brillenglazen.
'Voor we beginnen,' zei hij met een blik op zijn horloge, 'weet je iets over Walker Harding?'
'Harding?' R.J. moest de hitsige schooljongens en roze baljurken nog uit zijn hoofd zetten. 'Sorry, maar de naam Walker Harding zegt me niks.'
'Hij was de zakenpartner van Albert Stucky,' klonk een vrouwenstem vanuit de deuropening.
R.J. draaide zich om in zijn stoel en zag een jonge, aantrekkelijke, donkerharige vrouw staan. Ze was gekleed in een donkerblauw jasje met bijpassende pantalon.
'Kom binnen, agent O'Dell.' Cunningham kwam overeind en gebaarde naar de stoel naast die van R.J. Onhandig rommelend met zijn dossiers, staarde R.J. haar aan.
'Agent Margaret O'Dell, dit is agent R.J. Tully.'
R.J.'s stoel piepte toen hij overeind kwam en de uitgestrekte hand van agent O'Dell schudde. Onmiddellijk was hij onder de indruk van haar stevige greep en haar directe blik.
'Aangenaam kennis te maken, agent Tully.'
Ze meende het. En ze was een echte professional. Geen spoor van wat ze de avond daarvoor moest hebben doorgemaakt. Beslist geen agent die op het randje van een zenuwinzinking stond. 'Het is me een genoegen, agent O'Dell. Ik heb veel over u gehoord.' Hij zag Cunningham ongeduldig worden door al die beleefdheden.
'Waarom vroeg u naar Walker Harding?' vroeg O'Dell terwijl ze ging zitten.
R.J. pakte zijn dossiers weer op. Oké, ze was dus gewend aan Cunninghams gewoonte meteen ter zake te komen. R.J. wenste dat hij zich wat beter had voorbereid, in plaats van over Emma's maagdelijkheid te piekeren. Hij had werkelijk niet verwacht dat O'Dell zou komen opdagen.
'Even voor agent Tully,' zei Cunningham. 'Harding en Stucky zijn ooit samen een internetbedrijf voor de aandelenhandel begonnen, een van de eerste, begin jaren negentig. Daar hebben ze miljoenen aan verdiend.'
'Het spijt me, maar ik geloof niet dat ik iets over hem heb,' zei R.J. Voor de zekerheid bladerde hij zijn dossiers nog eens door.
'Dat zal wel niet.' Cunningham klonk verontschuldigend. 'Harding was al lang voor Stucky met zijn nieuwe liefhebberij begon uit beeld verdwenen. Stucky en hij hebben hun bedrijf verkocht, hun miljoenen verdeeld en zijn uit elkaar gegaan. Logisch dat niemand van ons iets van Harding wist.'
'Ik geloof niet dat ik u kan volgen.' R.J. wierp een snelle blik op O'Dell om te zien of hij de enige was die het niet begreep. 'Is er een reden waarom we dat nu wel zouden moeten doen?'
Voor zijn baas kon reageren, kwam Anita binnen met een mok dampende koffie voor R.J. 'Jij ook iets, Maggie? Koffie? Of misschien cola light, zoals altijd?'
Uit O'Dells glimlach maakte R.J. op dat de vrouwen elkaar goed kenden.
'Nee, dank je, Anita, ik hoef niks.'
Voor ze de kamer verliet, kneep de secretaresse O'Dell even in haar schouder, eerder moederlijk dan beroepsmatig. Ze sloot de deur achter zich. Cunningham leunde achterover, plaatste zijn vingertoppen tegen elkaar en pakte de draad weer op, alsof ze niet waren gestoord. 'Nadat Stucky en hij hun zaak hadden verkocht, werd Walker Harding min of meer een kluizenaar. Hij lijkt zo'n beetje van de aardbodem te zijn verdwenen. Zijn naam is nergens terug te vinden. Geen enkel spoor van de man.'
'Wat heeft dit allemaal met Stucky te maken?' R.J. tastte volledig in het duister.
'Ik heb bij de luchtvaartmaatschappijen navraag gedaan over vluchten van Dulles of Reagan National naar Kansas City. Niet dat ik verwachtte Stucky's naam op een van de passagierslijsten aan te treffen.' Hij keek van R.J. naar O'Dell. ik zocht naar een van de schuilnamen die Stucky in het verleden heeft gebruikt. Zo ontdekte ik dat er een ticket was verkocht voor een vlucht naar Kansas City, zondagmiddag vanaf Dulles, aan ene Walker Harding.' Hij zweeg, in afwachting van een reactie.
Nerveus tikte R.J. met zijn voet op de grond, al was hij niet onder de indruk van deze informatie. 'Neem me niet kwalijk dat ik het zeg, sir, maar dat hoeft niks te betekenen. Misschien is het niet eens dezelfde man.'
'Misschien niet. Toch stel ik voor dat je probeert zo veel mogelijk over Walker Harding te achterhalen, agent Tully.'
'Waarom ben ik hier eigenlijk?' Agent O'Dell klonk beleefd, maar liet duidelijk merken dat ze een antwoord op haar vraag verwachtte. R.J. moest een glimlach onderdrukken. Het was moeilijk agent O'Dell niet aardig te vinden. Vanuit zijn ooghoek zag hij haar heen en weer schuiven op haar stoel, rusteloos en niet op haar gemak, maar ze hield haar mond. Van het begin af aan was ze buiten dit onderzoek gehouden. Zou ze kwaad zijn omdat ze naar al deze details moest zitten luisteren terwijl ze niet mocht meedoen? Of was Cunningham misschien van gedachten veranderd? R.J. bestudeerde zijn gezicht, maar kon uit niets aflezen wat zijn baas dacht. ik wil niet onbeleefd zijn,' vervolgde O'Dell, 'maar we zitten hier met zijn drieën over een ticket te praten dat wel of niet kan zijn verkocht aan een man die Albert Stucky wel of niet in geen jaren heeft gesproken. Terwijl we van één ding wél zeker zijn: Stucky heeft in Kansas City een vrouw vermoord, en hoogstwaarschijnlijk zit hij daar nog steeds.'
R.J. sloeg zijn armen over elkaar en wachtte af. Het liefst had hij geapplaudisseerd voor deze dame, die volgens de geruchten een burn-out had en op instorten stond. Vandaag leek ze in elk geval precies te weten wat ze deed.
Cunningham liet het tentje dat zijn vingers vormden, inzakken en leunde naar voren. Hij zette zijn ellebogen op zijn bureau en zag eruit alsof hij in een schaakspel in het nauw gedreven was. Nu was hij aan zet. 'Zaterdagavond is een kilometer of dertig hiervandaan een jonge vrouw gevonden. Ze was vermoord, en haar lichaam was in een container gegooid. Haar milt was verwijderd en in een pizzadoos gestopt.'
'Zaterdag?' Onrustig bewoog agent O'Dell terwijl ze de ongewoon korte tijdsspanne berekende. 'De moordenaar in Kansas City is geen imitator. Hij heeft die nier verdomme bij mij op de drempel gelegd!'
R.J. kromp ineen. Niks geen schaakspel; dit leek meer op het kruisen van degens.
Cunningham knipperde niet eens met zijn ogen.
'Die jonge vrouw was pizzabezorgster. Ze werd ontvoerd tijdens haar werk.'
Agent O'Dell sloeg haar benen over elkaar, maar zette ze toen weer recht. Het leek haar moeite te kosten haar mond te houden. R.J. wist dat ze doodop moest zijn.
'Ze moet naar een plek daar in de buurt zijn meegenomen,' vervolgde zijn baas. 'Misschien in diezelfde wijk. Hij heeft haar verkracht, sodomie gepleegd, haar keel doorgesneden en haar milt verwijderd.'
'Bedoelt u met sodomie dat hij haar zelf anaal heeft verkracht of dat hij daar iets anders voor heeft gebruikt?'
R.J. zag geen verschil. Was het niet even afschuwelijk?
Afwachtend keek Cunningham hem aan. Deze vraag kon R.J. helaas beantwoorden zonder het dossier in te kijken. Het jonge meisje had zo veel op Emma geleken, dat alle details hem waren bijgebleven. Of hij wilde of niet, ze stonden in zijn geheugen gegrift. 'Hoewel er geen sperma was achtergebleven, leek de lijkschouwer ervan overtuigd dat het een penis was geweest. Er zijn geen sporen gevonden die door een vreemd voorwerp konden zijn achtergelaten.'
'Dat heeft Stucky nog nooit gedaan.' O'Dell zat op het randje van haar stoel, plotseling vol energie. 'Dat zou hij nooit doen. Dat heeft geen zin. Hij wil naar ze kijken, hun gezicht zien. Hij geniet van hun angst. Vanuit die positie zou hij die nooit kunnen zien.'
Cunningham roffelde met zijn vingers op zijn bureaublad, alsof hij ongeduldig wachtte tot O'Dell was uitgesproken. 'Die vrouw heeft op de avond dat ze is vermoord bij jou thuis een pizza bezorgd.'
Een doodse stilte daalde neer in de kamer. Samen met Cunningham sloeg R.J. agent O'Dell gade.
Ze leunde naar achteren en keek van de een naar de ander. R.J. zag aan haar blik dat Cunninghams woorden tot haar doordrongen. Als hij verwachtte angst te zien, woede misschien, kwam hij echter bedrogen uit. Gelaten wreef ze met haar hand over haar gezicht en duwde een paar verdwaalde lokken achter haar oren. Verder leek ze kalm.
'Daarom, agent O'Dell, denk ik dat het niet uitmaakt of je in Kansas City zat. Hij achtervolgt je.' Cunningham trok zijn das wat losser en stroopte zijn mouwen op, alsof hij het opeens warm had. Beide gebaren waren niets voor hem. 'Wat ik ook doe om je hierbuiten te houden, Stucky betrekt je er toch wel in.'
'En door me erbuiten te houden, ontneem je me de enige verdediging die ik heb.'
De trilling in haar stem was onmiskenbaar, en R.J. zag haar op haar onderlip bijten. Deed ze dat om niet te veel te zeggen of om de oorzaak van die trilling te onderdrukken?
Na een korte blik op R.J. zei Cunningham: 'Agent Tully heeft om jouw assistentie bij deze zaak verzocht.'
Verbaasd keek O'Dell R.J. aan. Hij wist zelf niet waarom hij zich een beetje opgelaten voelde. Als hij dat verzoek nou had gedaan om haar een gunst te bewijzen. Het kon eerder betekenen dat ze nog meer gevaar zou lopen. Maar hij had haar gewoon nodig.
'Ik heb besloten aan agent Tully' s verzoek te voldoen op twee voorwaarden, en daar valt niet aan te tornen.'
Opnieuw leunde Cunningham naar voren, ellebogen op het bureau, handen samengebald. 'Nummer één: agent Tully houdt de leiding over het onderzoek. Ik verwacht dat je alle informatie en alle kennis met hem deelt zodra je erover beschikt. Je gaat niet - en ik herhaal, agent O'Dell - je gaat niet op onderzoek uit of achter een spoor aan zonder agent Tully. Begrepen?'
'Natuurlijk.' Haar stem klonk weer sterk en gedecideerd.
'Nummer twee: ik wil dat je naar onze psycholoog gaat.'
'Nou, ik denk echt niet dat -'
'Ik zei dat er niet aan te tornen viel, agent O'Dell. Dokter Kernan mag bepalen hoeveel keer per week hij je wil zien.'
'James Kernan?' O'Dell leek ontzet,
'Inderdaad. Ik heb Anita een eerste afspraak voor je laten maken. Als je zo weggaat, vraag je maar aan haar wanneer die is. Ze zal ook een kantoor voor je regelen. Agent Tully gebruikt je oude. Ik zie geen reden jullie allebei te laten verhuizen. En als jullie me nu wilt excuseren, ik heb zo meteen nog een afspraak.'
R.J. pakte zijn spullen bij elkaar en wachtte bij de deur op
O'Dell. Hoewel ze zojuist dat had gekregen waarnaar ze de afgelopen vijf maanden had verlangd, leek ze eerder geagiteerd dan opgelucht.