23
Dinsdagochtend vroeg, 31 maart
Maggie opende de deur van haar hotelkamer voor Delaney. Zwijgend en zonder een uitnodigend gebaar te maken draaide ze zich om en liep terug de kamer in om verder te gaan met ijsberen. Vanuit haar ooghoek zag ze hem aarzelen. Zelfs toen hij kennelijk had besloten binnen te komen, bleef hij de deurklink vasthouden, alsof hij het liefst hard was weggerend. Hoe zouden Turner en hij hebben besloten wie van hen beiden met haar moest gaan praten? Kop of munt, en had Delaney verloren?
Zonder haar pad te kruisen, liep hij de kamer door. Nadat hij was gaan zitten bij een tafeltje, dat wankelde toen hij er met zijn ellebogen op leunde, pakte hij haar lege plastic beker en speelde wat met het miniatuurflesje whisky dat ernaast stond. Hij rook aan beide en zette ze toen neer.
Zijn hemdsmouwen waren opgerold, zijn boord stond open en hij had zijn das afgedaan. Hij zag er moe en verfomfaaid uit. Maggie zag hem zijn handen over zijn stoppelige kin en door zijn dunne haar halen. Hij moest als eerste iets zeggen, vond ze. Zij was niet in de stemming om te praten. En al helemaal niet om een preek aan te horen. Waarom lieten ze haar niet gewoon met rust?
'We maken ons zorgen om je, Maggie.'
Nu kwam het. Hij begon voorzichtig, met geklets over bezorgd zijn en zo. En hij gebruikte haar voornaam, dus het was menens. Ze had haast nog liever dat Turner was gekomen. Die zou er tenminste nog een beetje bij tekeergaan. 'Nergens voor nodig,' zei ze kalm.
'Kijk nou eens naar jezelf. Je bent zo gespannen, dat je niet eens stil kunt zitten.'
Ze stak haar handen in haar broekzakken. Tot haar schrik was die wel erg wijd. Was ze zo afgevallen? Met haar handen in haar zakken bleef ze heen en weer lopen. Delaney hoefde niet te zien dat haar handen vreselijk trilden, al sinds ze terug was in haar kamer.
'Ik had me gewoon vergist.' Ze verdedigde zichzelf voor hij met de voor de hand liggende beschuldiging kon komen.
'Natuurlijk.'
'Van achteren leek hij sprekend op Stucky. En waarom negeerde hij in vredesnaam tot drie keer toe mijn instructies?'
'Omdat hij geen Engels verstaat.'
Abrupt stopte ze. Daar had ze geen moment bij stilgestaan. Nee, natuurlijk niet, want ze was ervan overtuigd geweest dat het Stucky was. Daar had ze geen moment aan getwijfeld. 'Waarom ging hij dan voor Turner op de loop?'
'Wie zal het zeggen.' Delaney drukte zijn vingers tegen zijn ogen. 'Misschien is het een illegaal. Maar het punt is, Maggie, je hebt hem niet alleen zijn vitello capellini op het plaveisel laten kwakken, maar ook nog bijna zijn kop eraf geknald.'
'Ik heb zijn kop er helemaal niet bijna af geknald. Ik heb me keurig aan het protocol gehouden. Ik kon Turner niet zien, ik kon niet zien wat die idioot in zijn handen had, en hij luisterde niet. Wat zou jij hebben gedaan, verdorie?'
Voor het eerst keek hij haar aan, en ze hield zijn blik vast, hoe ongemakkelijk hij zich ook voelde.
'Waarschijnlijk zou ik hetzelfde hebben gedaan.'
Vlug wendde hij zijn blik af.
Ze meende iets van verlegenheid te bespeuren. Blijkbaar stak er toch meer achter zijn bezoekje dan bezorgdheid of een preek. Zich geestelijk schrap zettend, leunde ze tegen de ladekast - het enige degelijke meubelstuk in de kamer. 'Wat is er aan de hand, Delaney?'
'Ik heb Cunningham opgebeld.' Hoewel hij opkeek, meed hij haar blik. ik moest hem vertellen wat er was gebeurd.'
'Verdomme, Delaney,' zei ze binnensmonds. Opnieuw liep ze heen en weer, ditmaal om haar opkomende woede te bedwingen.
'We zijn ongerust over je, Maggie.'
'Ja, hoor.'
'Ik heb gezien hoe je keek, en je joeg me de stuipen op het lijf. Ik zag hoe graag je de trekker wilde overhalen.'
'Maar dat heb ik niet gedaan, of wel? Telt dat dan niet? Ik héb die verdraaide trekker niet overgehaald.'
'Nee, deze keer niet.'
Ze bleef staan bij het raam en tuurde omlaag naar de lichtjes op het plein, die al gauw wazig werden. Ze beet op haar onderlip en kneep haar ogen dicht. Ze wilde niet huilen.
Na een poosje zei Delaney zacht, haast verontschuldigend: 'Cunningham wil dat je naar Quantico teruggaat. Hij stuurt Stewart om je seminar af te maken. Die is er binnen een paar uur, dus je hoeft je zelfs niet druk te maken over de ochtendsessie.'
Met haar ogen volgde ze de auto's die beneden over de kruispunten reden. Vanaf deze hoogte leek het of ze deelnamen aan een heel traag computerspel. Straatlantarens knipperden, schijnbaar onzeker of ze aan moesten blijven of uit moesten gaan nu de lucht lichter werd en de zon bijna opkwam. Over nog geen uur zou Kansas City ontwaken, en zij was nog niet eens naar bed geweest.
'Heb je Cunningham dan ten minste over Rita verteld?' vroeg ze.
'Ja.'
Toen hij het daarbij liet, draaide ze zich hoopvol naar hem om. 'Denkt hij dat het Stucky was?'
'Dat weet ik niet. Hij zei er niks over, en ik heb er niet naar gevraagd.'
'Dus misschien wil hij dat ik terugkom om eindelijk aan de zaak te werken?'
Delaney staarde naar het tafelblad.
Ze wist dat ze het mis had. 'Dus ook Cunningham denkt dat ik gek word,' stelde ze vast. Ze draaide zich weer om naar het raam en liet haar voorhoofd tegen het koele glas rusten, in de hoop dat haar zenuwen wat tot bedaren zouden komen. Waarom kon ze niet gewoon niéts voelen, in plaats van al die woede en nu ook nog die verslagenheid? Achter zich hoorde ze Delaney opstaan en naar de deur lopen.
'Ik heb alles al voor je geregeld. Je vlucht gaat iets voor enen, vanmiddag. Ik heb vandaag geen sessies, dus ik kan je naar het vliegveld brengen.'
'Laat maar. Ik neem wel een taxi,' zei ze zonder zich naar hem om te draaiden. Ze weigerde hem aan te kijken. En ze was zeker niet van plan hem de absolutie te schenken die hij verlangde om van zijn schuldgevoel af te komen. In het computerspelletje onder haar vormden de auto's keurige rijtjes, rood en wit, die stopten en weer doorreden.
'We zijn alleen maar bezorgd om je, Maggie.'
Alsof dat alles goedmaakte. 'Ja, hoor.' Ze deed geen moeite meer haar pijn en woede te verbergen. Pas toen ze de deur zachtjes achter hem had horen dichtgaan, liep ze de kamer door om de grendel erop te doen. Met haar rug tegen de deur bleef ze wachten tot haar woede en teleurstelling zouden zakken. Waarom kon ze zich er niet bij neerleggen?
Ze moest terug naar huis, naar haar nieuwe, grote tudorwoning, met haar gloednieuwe hightechalarmsysteem, waar haar spullen nog in kartonnen dozen zaten. Ze moest het loslaten, voor ze zo ver zou afglijden, dat terugkeer niet langer mogelijk was. Ze wachtte, naar het plafond starend en luisterend tot haar hart ophield met bonzen, of in elk geval tot ze haar gezond verstand terugkreeg. Toen nam ze een besluit. Met grote passen liep ze naar het midden van de kamer. Ze ontdeed zich van de kleren die ze al sinds de ochtend daarvoor aan had. Even later was ze gekleed in een spijkerbroek, sweater en oude gympen. Ze gespte haar schouderholster om, stopte haar badge in haar broekzak en trok haar donkerblauwe FBI-jas aan. Hoewel ze haar forensische uitrusting al in geen maanden had gebruikt, ging ze nooit van huis zonder. Ze haalde er een stel rubberhandschoenen uit, zakjes voor bewijsmateriaal en een mondmasker en propte alles in haar jaszakken.
Het liep tegen zessen. Ze had nog maar zes uur, maar ze was niet van plan de stad te verlaten voor ze Albert Stucky met de moord op Rita in verband had getracht. Al moest ze daarvoor alle containers en alle weggegooide etensbakjes in heel Westport doorzoeken. Met hernieuwde energie pakte ze haar kamersleutel en vertrok.