Hoofdstuk 69

 

 

 

Gwen trof Maggie in haar kamer aan, opgerold in de goed gestoffeerde leunstoel, met haar benen over een armleuning, een stapel dossiers op haar borst en haar ogen dicht.

Zonder een woord te zeggen liet ze Harveys riem los en gaf ze hem een tikje tegen zijn achterste, om hem duidelijk te maken dat hij naar zijn vrouwtje toe mocht.

Hij aarzelde niet en vroeg niet om toestemming om zijn grote poten op de stoel te zetten, zodat hij Maggies gezicht kon likken.

‘Hé, hallo!’ Maggie nam zijn kop tussen haar handen en knuffelde hem.

Toen de dossiermappen openvielen en de inhoud boven op hem gleed, sprong hij achteruit. ‘Niks aan de hand, grote jongen,’ zei Maggie sussend.

Tegen de tijd dat Gwen bij haar was om te helpen de foto’s van de plaats delict en laboratoriumverslagen op te rapen, was Maggie al overeind gekomen

‘Bedankt dat je hem hebt gebracht,’ zei Maggie. Ze wachtte tot Gwen haar aankeek. ‘En bedankt dat je er bent.’

‘Eerlijk gezegd was ik blij dat je belde.’

Feitelijk was Gwen nogal verbaasd geweest – niet zozeer door het telefoontje als wel door het verzoek. Eerst had het geleken alsof het Maggie alleen om Harvey was gegaan, maar Gwen had meteen gehoord hoe emotioneel Maggie was geweest, lang voor haar vriendin zacht had gevraagd: ‘Ik heb je nodig, Gwen. Kun je alsjeblieft komen?’

Gwen had geen seconde geaarzeld. Ze had de linguine in een zeef in de gootsteen laten staan, en de Alfredosaus stond inmiddels vermoedelijk te stollen in de pan op het fornuis. Ze was de deur al uit geweest en had al in haar auto gezeten om naar Quantico te rijden voor Maggie haar de schaarse details die beschikbaar waren had kunnen vertellen.

‘Wat zijn ze van plan?’ vroeg ze nu. ‘Of weet je dat niet?’

‘Omdat ik niet mee mag doen, bedoel je?’

Onderzoekend keek Gwen haar aan. Er was geen woede in haar ogen te zien. Mooi. ‘Je weet dat het beter is om niet mee te doen. Dat weet je toch, hè?’

‘Natuurlijk.’ Maar Maggie keek naar Harvey, die alle hoeken van haar kamer onderzocht, en deed alsof ze werd afgeleid door zijn nieuwsgierigheid. ‘Cunningham zegt dat de regering een informant heeft. Iemand die zich pas kortgeleden heeft gemeld. Hij werkt op het kantoor van senator Brier en is ook lid van Everetts kerk. Hij heet Stephen Caldwell.’

Gwen pakte een cola light uit het minikoelkastje in de hoek van Maggies kamer. Vragend keek ze naar Maggie op. ‘Geen whisky?’

Maggie glimlachte en stak haar hand uit, waarop Gwen nog een cola pakte.

‘Die informant, hoe weten we dat die ons niet ook bedriegt? Hoe weten we dat hij te vertrouwen is?’

‘Ik weet niet of hij te vertrouwen is. Het zou best Caldwell geweest kunnen zijn die zijn hoge functie heeft misbruikt om bij die afgeschreven wapens te komen die in de hut zijn gevonden. Cunningham beweert echter dat het Caldwell was die mijn geheime ontmoeting met Eve heeft geregeld.’ Bij het zien van Gwens niet-begrijpende blik legde ze uit: ‘Eve is een ex-lid. Ik heb haar gesproken toen Tully en jij naar Boston waren.’

‘O ja, Boston.’ Gwen voelde zich al ongemakkelijk wanneer die naam genoemd werd, maar Maggie scheen het niet te merken. Voorzover Gwen wist, had haar vriendin zelfs nog niets van Eric Pratts aanslag op haar leven gehoord. Ze besloot dat het geen zin had dat nu te vertellen. In plaats daarvan vroeg ze: ‘Als Caldwell wapens heeft gestolen en geheime informatie naar Everett doorsluist, waarom wil hij dan nu ineens de regering helpen?’

‘Hij schijnt nogal aan senator Brier en zijn gezin gehecht te zijn geraakt.’ Maggie probeerde Harvey een gymp af te pakken. ‘De moord op Ginny heeft Caldwell aan het denken gezet over zijn loyaliteit. Hij beweert Everett ervan te hebben overtuigd dat ze naar Cleveland moeten gaan en hij zegt dat Everett niets van de aanhoudingsbevelen weet, maar alleen van de negatieve berichten in de media. Caldwell zegt ook dat we Everett en Brandon tijdens de gebedsbijeenkomst in Cleveland veilig kunnen aanhouden, in het openbaar, zodat ze zich niet te veel verzetten. En zonder het risico te lopen dat Everett er een echte confrontatie van maakt. Volgens hem verwacht Everett geen publieke aanhouding en zal hij er volledig door overvallen worden.’

‘Wacht eens even. Als Everett niets van die aanhoudingsbevelen weet, hoe zit het dan met die doden die het HRT heeft gevonden?’

‘Cunningham zegt dat de eenheid haar komst heeft aangekondigd. Er lagen te veel boobytraps rond het buitenverblijf om stiekem naar binnen te kunnen sluipen. Ze denken dat de achterblijvers bang zijn geworden en het enige hebben gedaan waarop ze getraind waren voor als de FBI op de stoep zou staan.’

‘Allemachtig! Maar hoe weten we zeker dat ze geen contact hadden met Everett?’

‘Dat weten we niet honderd procent zeker, maar er was niet veel tijd. Het ging allemaal heel snel.’

‘En Caldwell?’

‘Die wist van de aanhoudingsbevelen, maar niet van de inval. Die was ook als verrassing bedoeld, zodat er geen gewonden zouden vallen.’ Bij die laatste woorden meed Maggie Gwens blik weer. Ze bukte om de andere gymp uit Harveys bek te redden, stond op en zette het paar op de boekenkast, buiten zijn bereik.

De grote hond ging zitten en keek haar aan alsof hij compensatie verwachtte.

Ook Gwen keek haar aan, rustig wachtend tot Maggie verderging. Ze wist dat de onderbreking opzettelijk was. Maggie leverde een uitstekende prestatie: ze vertelde Gwen alle moeilijke details maar vermeed het tegelijkertijd iets over haar moeder te zeggen. Gwen herinnerde zich echter de talloze keren dat Maggie het over haar moeders nieuwe vrienden had gehad: Emily en Stephen. Die Stephen Caldwell moest dezelfde Stephen zijn, dat kon niet anders.

‘En Caldwells loyaliteitsconflict?’ vroeg Gwen ten slotte. ‘Welke invloed zal dat hebben op jouw moeder en haar veiligheid?’

‘Dat weet ik niet. Voorzover we weten is Caldwell nog bij Everett. En mijn moeder ook.’ Ze nam weer plaats in haar stoel, waarop Harvey naar haar toe liep en zijn kop op haar schoot legde alsof ze niet anders verwachtte. Afwezig aaide Maggie hem, met haar hoofd leunend tegen het zachte kussen van de stoel. ‘Ik heb geprobeerd met haar over Everett te praten. Dat verliep… Dat verliep hoogst onaangenaam.’

Gwen wist wanneer ze haar mond moest houden. Maggie had maar weinig over haar kindertijd losgelaten, en wat Gwen over Maggies relatie met haar moeder wist, had ze afgeleid uit hints, persoonlijke observaties in de loop der jaren en dingen die Maggie een doodenkele keer per ongeluk had laten vallen. Ze wist van het alcoholmisbruik en had pas later gehoord van de zelfmoordpogingen, al hadden er daar verschillende van plaatsgevonden sinds Maggie en Gwen vriendinnen waren geworden. Maggie had haar moeder en hun relatie tot verboden terrein gemaakt, en of dat nu goed was of niet, Gwen had zich erbij neergelegd, in de hoop dat Maggie ooit zou besluiten de moeilijke situatie met haar te bespreken. Ook deze avond en onder de huidige omstandigheden verwachtte Gwen weinig te horen te krijgen. Maar ze wachtte af, voor het geval dat.

‘Ze doet en zegt altijd zulke pijnlijke dingen,’ zei Maggie zacht, zonder Gwen aan te kijken. ‘Niet alleen pijnlijk voor mij, maar ook voor zichzelf. Het is net of ze haar hele leven probeert me te straffen.’

‘Waarom zou ze jou in ’s hemelsnaam willen straffen?’

‘Omdat ik meer van mijn vader hou dan van haar.’

‘Misschien ben jij dan niet degene die ze probeert te straffen.’

Met vochtige ogen keek Maggie naar haar op. ‘Hoe bedoel je?’

‘Het kan best dat ze helemaal niet probeert jou te straffen. Is het in al die jaren ooit bij je opgekomen dat ze misschien probeert zichzelf te straffen?’

Verloren Zielen
CoverPage.html
section-0001.html
section-0002.html
section-0003.html
section-0004.html
section-0005.html
section-0006.html
section-0007.html
section-0008.html
section-0009.html
section-0010.html
section-0011.html
section-0012.html
section-0013.html
section-0014.html
section-0015.html
section-0016.html
section-0017.html
section-0018.html
section-0019.html
section-0020.html
section-0021.html
section-0022.html
section-0023.html
section-0024.html
section-0025.html
section-0026.html
section-0027.html
section-0028.html
section-0029.html
section-0030.html
section-0031.html
section-0032.html
section-0033.html
section-0034.html
section-0035.html
section-0036.html
section-0037.html
section-0038.html
section-0039.html
section-0040.html
section-0041.html
section-0042.html
section-0043.html
section-0044.html
section-0045.html
section-0046.html
section-0047.html
section-0048.html
section-0049.html
section-0050.html
section-0051.html
section-0052.html
section-0053.html
section-0054.html
section-0055.html
section-0056.html
section-0057.html
section-0058.html
section-0059.html
section-0060.html
section-0061.html
section-0062.html
section-0063.html
section-0064.html
section-0065.html
section-0066.html
section-0067.html
section-0068.html
section-0069.html
section-0070.html
section-0071.html
section-0072.html
section-0073.html
section-0074.html
section-0075.html
section-0076.html
section-0077.html
section-0078.html
section-0079.html
section-0080.html
section-0081.html
section-0082.html
section-0083.html
section-0084.html