Hoofdstuk 23

 

 

 

‘Als je het mij vraagt, gaat het om een uit de hand gelopen verkrachting.’

R.J. kromp in elkaar toen hij Racines mening hoorde, maar wist dat hij niet tegen haar in hoefde te gaan. Hij hoefde alleen maar te wachten tot O’Dell dat deed.

‘Als je dat denkt, waarom zijn agent Tully en ik er dan bij gehaald?’

‘Al sla je me dood.’ Racine haalde haar schouders op en zette de kraag van haar jasje omhoog toen er weer gerommel klonk. ‘Het is federaal terrein.’

‘Dan zou er iemand van het hoofdkantoor zijn gebeld. Dat verklaart nog steeds niet waarom Gedragswetenschappen geraadpleegd is.’

R.J. keek omhoog naar de grijze onweerswolken. O’Dell had gelijk; ze waren allebei gespecialiseerd in gedragswetenschappen, in het opstellen van profielen – vooral van misdadigers die keer op keer hetzelfde misdrijf pleegden, en dan met name moord. Iemand moest het nodig hebben gevonden Cunningham te bellen. En wie dat ook geweest mocht zijn, hij had het buiten Racine om gedaan. Er viel geen touw aan vast te knopen.

‘Hier hebben ze gevochten.’ Racine, eropuit haar theorie te bewijzen, wees naar een plek waar de bladeren platgedrukt waren. De mensen van het mobiele misdaadlab waren een hele poos bezig geweest dat stukje te doorzoeken en er dingen te verzamelen.

‘Dat gevecht heeft niet veel voorgesteld, zo te zien.’ O’Dell hurkte aan de rand van het stukje grond en onderzocht het zonder iets aan te raken. ‘Er heeft wel duidelijk iemand gelegen. Misschien heeft hij of zij er zelfs heen en weer gerold, want de bladeren en het gras zijn platgedrukt. Maar ik zie geen afgerukt gras, geen sporen in de aarde of hakafdrukken. En die horen bij het soort handgemeen waar jij het over hebt.’

Rechercheur Racine snoof; een geluid dat volgens R.J. weinig ladylike klonk. Die twee draaiden als een stelletje kemphanen om elkaar heen. Net zoiets als twee mannen die deden wie het verst kon plassen.

‘Hoor eens, O’Dell, je hoeft mij heus niet te vertellen hoe de plaats delict bij een verkrachting eruitziet,’ zei Racine geïrriteerd. ‘Dat hij het lijk zo heeft neergezet, is gewoon een manier om zijn slachtoffer extra te vernederen.’

‘O?’

R.J. wendde zich af. Nu had je de poppen aan het dansen. Hij herkende die sarcastische toon, was er zelfs een keer of twee mee om de oren geslagen.

‘Is het al bij je opgekomen dat de dader het slachtoffer misschien zo heeft neergezet om de plaats delict te veranderen?’ vroeg O’Dell.

‘Veranderen? Met opzet, bedoel je, om ons te misleiden?’

R.J. sloeg zijn ogen ten hemel. Hopelijk zou O’Dell niet iets als ‘jee, wat slim’ zeggen. Rechercheur Racine had hier de leiding. Kon O’Dell daar niet voor één keer rekening mee houden?

‘Misschien heeft hij het lichaam zo neergezet,’ zei O’Dell langzaam, alsof ze het tegen een klein kind had, ‘om de aandacht van de politie van zichzelf af te leiden.’

Weer gesnuif van Racine. ‘Weet je wat het met jou is, O’Dell? Jij schat misdadigers veel te hoog in. De meesten zijn gewoon stommeriken. Daar ga ik tenminste altijd van uit.’

R.J. liep weg; hij had er genoeg van. Eerst was het nog wel grappig geweest, maar nu kon het hem niet meer schelen wie de plaswedstrijd won, al zou hij zijn geld op O’Dell zetten. Hij slenterde naar Wenhoff, die bijna klaar was met het onderzoeken van het lichaam. ‘Al enig idee op welk tijdstip ze is gestorven?’

‘Uitgaande van het stadium van de rigor mortis, de rectale temperatuur en het feit dat alleen nog de eerste vleeseters zijn binnengedrongen, gok ik…’ Hij mepte een paar hardnekkige vliegen weg. ‘…op minder dan vierentwintig uur geleden. Circa twaalf uur geleden misschien. Maar ik moet nog een paar andere onderzoekjes doen. Bovendien wil ik van de weerdienst weten hoe koud het vannacht was.’

‘Twaalf uur geleden?’ Op basis van zijn eigen kennis van de dood had R.J. zelf al uitgepuzzeld dat de moord recentelijk was gepleegd, maar hij had niet verwacht dat het zó kort geleden was. Zijn maag draaide zich om. ‘Dan moet het gisteravond zijn gebeurd, ergens tussen, eh… acht uur en middernacht?’

‘Dat lijkt heel waarschijnlijk.’ Met veel moeite kwam Wenhoff overeind. Hij wenkte een paar agenten. ‘Ze is klaar om ingepakt te worden, jongens, maar ze is zo stijf als een plank. Kijk uit dat jullie niets breken.’

R.J. ging opzij. Omdat hij er weinig voor voelde toe te kijken hoe het lichaam vanuit haar zittende houding in de zwarte lijkzak werd gestopt, keek hij uit over een open plek tussen de bomen. In de verte zag hij toeristen langs de Vietnam Wall slenteren. Bussen draaiden om de wegversperring heen, sloegen het FDR Memorial over en reden meteen door naar het Lincoln Memorial.

De avond daarvoor waren Emma en haar vriendinnen hier geweest, hadden ze over dezelfde trottoirs gelopen. Had de moordenaar hen gadegeslagen, in zijn zoektocht naar een geschikt doelwit? Lieve hemel, dit meisje leek nauwelijks ouder dan Emma!

‘Tully.’

O’Dells stem deed hem opschrikken.

‘Ik ga naar het mortuarium. Stan doet de autopsie vandaag. Spreken we daar af of zal ik je morgen bijpraten?’

Haar woorden gingen zijn ene oor in en zijn andere uit.

‘Tully? Gaat het?’

‘Ja hoor, best.’ Hij haalde zijn hand over zijn gezicht om zijn paniek te verbergen. ‘Ik zie je daar wel.’

Toen ze zich niet verroerde en hem bleef aanstaren, kwam hij tot de conclusie dat hij haar ervan zou moeten overtuigen dat er niks met hem aan de hand was. Geen betere manier dan van onderwerp veranderen. ‘Wat is er aan de hand tussen Racine en jou? Ik kreeg het idee dat jullie samen het een en ander hebben meegemaakt.’

Ze wendde haar blik af, waardoor hij meteen wist dat hij het bij het rechte eind had.

‘Ik mag haar gewoon niet,’ antwoordde ze.

‘Hoe dat zo?’

‘Moet ik daar een reden voor hebben?’

‘Ik weet best dat ik je niet zo heel goed ken, maar je lijkt me niet het type dat zomaar een hekel aan iemand heeft.’

‘Je hebt gelijk,’ zei ze. ‘Je kent me niet zo goed.’ Terwijl ze wegliep, zei ze over haar schouder: ‘Dan zie ik je wel in het mortuarium, oké?’ Ze keek niet om, maar stak slechts haar hand op – een teken dat ze het niet meer over Racine en haar zouden hebben. Wat R.J. er alleen maar van overtuigde dat er iets tussen die twee speelde.

Inmiddels was iedereen bezig op te breken, inclusief de agenten met de lijkzak. Eindelijk kon R.J. zich aan zijn misselijkheid overgeven. Hij liep naar de rand van het monument en keek uit over het Potomac Park.

Toen liet de rommelende donder de hemel openbreken – alsof hij uit respect had gewacht – en kwam de regen bij bakken uit de lucht.

R.J. bleef staan kijken naar de toeristen onder hem, die paraplu’s openklapten of snel een schuilplaats zochten. De regen voelde goed, en hij hief zijn gezicht omhoog om het klamme gevoel weg te laten spoelen.

Toch kon hij aan niets anders denken dan… Allemachtig, hoe weinig had het gescheeld, of zijn eigen dochter was het slachtoffer van die kerel geworden?

Verloren Zielen
CoverPage.html
section-0001.html
section-0002.html
section-0003.html
section-0004.html
section-0005.html
section-0006.html
section-0007.html
section-0008.html
section-0009.html
section-0010.html
section-0011.html
section-0012.html
section-0013.html
section-0014.html
section-0015.html
section-0016.html
section-0017.html
section-0018.html
section-0019.html
section-0020.html
section-0021.html
section-0022.html
section-0023.html
section-0024.html
section-0025.html
section-0026.html
section-0027.html
section-0028.html
section-0029.html
section-0030.html
section-0031.html
section-0032.html
section-0033.html
section-0034.html
section-0035.html
section-0036.html
section-0037.html
section-0038.html
section-0039.html
section-0040.html
section-0041.html
section-0042.html
section-0043.html
section-0044.html
section-0045.html
section-0046.html
section-0047.html
section-0048.html
section-0049.html
section-0050.html
section-0051.html
section-0052.html
section-0053.html
section-0054.html
section-0055.html
section-0056.html
section-0057.html
section-0058.html
section-0059.html
section-0060.html
section-0061.html
section-0062.html
section-0063.html
section-0064.html
section-0065.html
section-0066.html
section-0067.html
section-0068.html
section-0069.html
section-0070.html
section-0071.html
section-0072.html
section-0073.html
section-0074.html
section-0075.html
section-0076.html
section-0077.html
section-0078.html
section-0079.html
section-0080.html
section-0081.html
section-0082.html
section-0083.html
section-0084.html