Hoofdstuk 36

 

 

 

Justin kon zijn ogen niet geloven. Vergeleken bij de rest van het buitenverblijf leek Fathers kleine cottage verdorie wel een paleis! Er was een open haard, en er stonden dure leren fauteuils. De boekenkasten stonden vol boeken, terwijl de leden geen enkel boek mochten bezitten, afgezien van de bijbel. Aan de wanden hingen ingelijste schilderijen, en voor de ramen lange gordijnen. Een schaal vers fruit – ook al zo’n zeldzaam verschijnsel – stond op een handgemaakt bijzettafeltje. Naast de schaal stond een blikje cola. Shit! En Alice had hem nog wel voorgehouden dat junkfood haast nog erger was dan de duivel zelf!

Hij ging in een van de leren stoelen zitten en wachtte, zoals Cassy, Fathers assistente, hem had opgedragen. Eigenlijk zou hij zenuwachtig moeten zijn omdat hij hier was gevraagd – nee, gesommeerd. Dat was het woord dat Darren had gebruikt toen hij hem was komen halen. Die term moest wel van Father afkomstig zijn; weinig kans dat een sukkel als Darren helemaal uit zichzelf op zo’n woord zou komen.

Hij hoorde Fathers stem in de kamer ernaast, zijn kantoor. Een andere stem hoorde hij niet, hoewel duidelijk was dat Father met iemand in gesprek was. Zeker aan de telefoon. Nog een verrassing. Een mobiele telefoon zeker, want er liepen geen telefoonlijnen naar het buitenverblijf. ‘Het bevalt me niets, Stephen,’ hoorde hij Father zeggen. Ja, Father moest wel met iemand bellen, want Justin hoorde Stephen niet antwoorden.

‘Hoe kan dit nu gebeurd zijn?’ Father klonk ongeduldig en wachtte niet op antwoord. ‘Deze keer heeft hij een grote fout gemaakt.’

Justin vroeg zich af wie er iets verknald had. Toen hoorde hij Father zeggen: ‘Nee, nee. Voor Brandon wordt gezorgd. Maak je over hem maar geen zorgen. Die maakt die fout geen tweede keer.’

Brandon? Dus het wonderkind had iets verpest? Justin glimlachte, maar bedwong zich meteen. Voor hetzelfde geld waren er verborgen camera’s.

Hij probeerde stil te blijven zitten, maar kon niet nalaten om zich heen te kijken in deze verbijsterende woning. Kantoor, slaapkamer, enorme woonkamer. Hij wist dat Father zelfs een eigen badkamer had. Zou de man misschien ook een bubbelbad hebben en… Daar had hij nog niet eens aan gedacht: wc-papier zou hij vast ook wel hebben. Geen gewoon wc-papier natuurlijk, maar van dat zachte witte, veerkrachtige spul. En reken maar dat hij zich niet tot douches van twee minuten hoefde te beperken. Justin haalde zijn vingers door zijn haar. Deze ochtend was het hem tenminste gelukt alle shampoo eruit te spoelen voor het water was afgesloten. Zou hij er dan eindelijk handigheid in krijgen? Aan tandenpoetsen zonder water zou hij echter nooit wennen; de smaak van die merkloze antiseptische tandpasta bleef de hele dag in zijn mond zitten.

‘Justin.’ Het geluid van Fathers stem deed Justin opschrikken en automatisch opstaan.

Father was geruisloos de kamer in gekomen; geen voetstap of andere waarschuwing. Hij droeg een zwarte coltrui en een donkere broek, die zo te zien pas gestreken was.

Justin vroeg zich af of hij nu op de vloer moest gaan zitten. Had Alice hem niet verteld dat Fathers hoofd boven dat van alle anderen uit moest steken? Of gold dat niet als er niemand in de buurt was die het kon zien? Shit! Hij wenste dat hij dat aan Alice had gevraagd voordat hij hierheen was gegaan.

‘Ga zitten,’ zei Father, met een gebaar naar Justins stoel. ‘Ik wil al sinds zaterdagavond met je praten.’ Zelf ging hij in de leren fauteuil tegenover Justin zitten.

Op Fathers gezicht zocht Justin naar enig teken van woede of van die dreigende blik waar de man een meester in was, de blik die mannen deed verstenen en vrouwen ongetwijfeld onvruchtbaar maakte. Wie wist wat voor krachten die vent bezat. Fathers gezichtsuitdrukking was kalm en ernstig, maar vriendelijk.

‘Ik weet dat je verward bent door wat je tijdens de terugrit op zaterdagavond meende te zien.’

O, shit! Dus daar wilde hij het over hebben. Onrustig schoof Justin heen en weer, waardoor het leer van zijn stoel kraakte. ‘Ik zat eigenlijk half te slapen,’ probeerde hij.

‘Ja, dat vermoedde ik al. Daarom denk ik ook dat je wat je zag misschien verkeerd begrepen hebt.’ Father leunde naar achteren en sloeg zijn benen over elkaar, met zijn rechterenkel op zijn linkerknie; ontspannen maar tegelijkertijd de situatie volkomen meester. ‘Weet je, Justin, ik moet al mijn volgelingen voortdurend op de proef stellen. Als er maar één tussen zit die een zwakke plek vertoont, kan dat voor ons allemaal de ondergang betekenen.’

Justin knikte en deed of hij deze kletskoek begreep.

‘Het is niet iets waar ik genoegen in schep, en soms zien mijn tests er wellicht vreemd uit in de ogen van mensen die ze niet goed begrijpen. Maar er mag voor niemand een uitzondering worden gemaakt. Voor niemand, zelfs niet voor die lieve, aardige Alice.’ Hij vouwde zijn handen en keek alsof hij probeerde te beslissen of hij wel of niet verder zou gaan. ‘Er zijn dingen die jij niet weet van Alice. Dingen die niemand anders weet.’

Justin moest toegeven dat hij niet veel van Alices verleden wist. Daar sprak ze nooit over, en over haar familie evenmin, al probeerde ze altijd hem over de zijne te laten vertellen. Het had hem dagen gekost voor hij eindelijk uit haar had gekregen dat ze twintig jaar was, drie jaar ouder dan hij. Hij wist niet eens waar ze was opgegroeid.

‘Alice was er niet best aan toe toen ze hier kwam. Haar ouders hadden haar het huis uit gegooid. Ze kon nergens heen. Omdat ik wist dat er zoveel goeds in haar school wat graag naar buiten wilde, besteedde ik extra aandacht aan haar. Maar er zijn dingen die ze in het verleden heeft gedaan, dingen die… Het enige wat ik je wil vertellen, Justin, is dat ze gewend was alles te krijgen wat ze wilde in ruil voor seksuele gunsten.’

Justins maag draaide zich om.

‘Ik weet dat dat moeilijk te geloven is.’ Met vorsende blik keek Father hem aan, als om zich ervan te overtuigen dat Justin begreep wat hij zei. Hij scheen tevreden met wat hij zag. Hoofdschuddend, alsof hij het zelf ook nog steeds niet kon geloven, vervolgde hij: ‘Als je haar nu ziet en kijkt hoe ze vooruit is gegaan, ja, dan is het nauwelijks te geloven dat ze zo’n slet was.’

Het lukte Justin maar net zich te beheersen toen hij dat woord hoorde. Hij knipperde met zijn ogen en slikte moeilijk. Ineens leek het veel te warm in de kamer. Onwillekeurig dacht hij terug aan het strakke roze truitje dat Alice die zaterdag aan had gehad, en hoe weinig passend hij dat had gevonden. Toen schoot hem te binnen dat ze de hele tijd dat Father met zijn hand in haar kruis had gezeten, nee had zitten schudden. Ze had zo’n gekwelde uitdrukking op haar gezicht gehad, zo’n angstige blik in haar ogen. Had hij zich dat allemaal verbeeld? Of was ze gewoon bang geweest dat ze Fathers test niet zou doorstaan? Allemachtig!

‘Nu begrijp je dus aan wat voor soort tests ik Alice moet onderwerpen. Het is zo belangrijk zeker te weten dat ze die manier van leven achter zich heeft gelaten, dat ze niet doorgaat andere leden te verleiden. Dat ze inziet dat ze zo veel meer te bieden heeft. Dat is ook de reden waarom ik haar de leiding bij de werving heb gegeven, zodat ze kan ervaren hoe het is om succes te hebben door andere talenten te gebruiken, en niet alleen haar lichaam.’

Justin wist niet wat hij moest zeggen. Father zat hem aan te kijken, te wachten, maar wat voor reactie verwachtte hij in vredesnaam?

‘Je mag hier nooit met iemand over praten, Justin. Het mag nooit buiten deze kamer komen. Begrijp je dat?’

‘Natuurlijk. Ik zal het er met niemand over hebben.’

‘Zelfs niet met Alice. Ze zou het vreselijk vinden als ze erachter kwam dat iemand het weet. Kan ik je vertrouwen, Justin?’

‘Ja, hoor. Ik bedoel… ja, u kunt me vertrouwen.’

‘Mooi zo.’ Hij glimlachte, en Justin kon zich niet herinneren dat Father ooit eerder naar hem had geglimlacht. Het gaf hem zowaar een heel prettig gevoel. ‘Ik wist wel dat je te vertrouwen was. Je bent een goed mens, net als je broer, Eric.’ Plotseling serieus, leunde hij naar voren. ‘Ik wist al dat jij heel bijzonder was, Justin, toen je mijn test overleefde.’

Justin keek hem aan om te zien of hij werkelijk niet wist dat hij het niet in zijn eentje had gered, maar met een stel kampeerders was opgetrokken. Father leek het echter te menen, en zijn ogen stonden warm en vriendelijk.

‘Je mag dit nooit tegen iemand zeggen, Justin, zelfs niet tegen je broer, maar al vanaf de dag waarop je het terrein op kwam lopen, wist ik dat God je gestuurd had.’

‘Me gestuurd had?’

‘Ja. Jij bent niet als de anderen. Jij ziet dingen, weet dingen. Jij bent niet makkelijk voor de gek te houden.’

Kon die man soms echt gedachtelezen? Justin slikte opnieuw en knikte.

‘Jij bent door God gestuurd om een wezenlijk onderdeel van deze missie te vormen, Justin. God heeft je als gunst naar mij gezonden. Je bent een zegen.’

Alweer zat Justin met zijn mond vol tanden. Of hij wilde of niet, hij kreeg het gevoel… Hij kreeg het gevoel dat hij speciaal was. Zulke dingen had hij Father nog nooit tegen iemand horen zeggen.

‘Daarom wil ik dat je een van mijn strijders wordt. Ik heb zo’n voorgevoel dat jij een heel bijzondere strijder zult zijn.’ Hij leunde nog wat verder naar voren en vervolgde met zachtere stem: ‘Ik heb jouw hulp nodig, Justin. Er zijn mensen die mij graag kapot zouden maken, zelfs hier, onder ons. Ben jij bereid me te helpen?’

Het enige wat Justin van Fathers strijders wist, was dat ze een speciale behandeling kregen, beloningen. Eric was een strijder, en daar was hij erg trots op. Niemand had ooit tegen Justin gezegd dat hij hem nodig had. Het voelde goed. Het voelde verrekte goed.

Father zat op zijn antwoord te wachten.

‘Ja,’ zei Justin. Het antwoord kwam haast vanzelf. ‘Ja, ik wil wel helpen.’

‘Mooi. Uitstekend.’ Glimlachend gaf Father hem een klap op zijn knie. Toen leunde hij weer achterover in zijn stoel. ‘Brandon en ik gaan met een groep naar Boston voor de inwijding. Ik wil graag dat jij ook meegaat.’

‘Best.’ Hij had geen idee wat hij zich op de hals haalde, maar misschien was het goed een tijdje bij Alice uit de buurt te zijn. Gewoon, om na te denken en eens stil te staan bij wat Father hem had verteld. Bovendien vond hij dit wel spannend allemaal. Wat zou Eric trots zijn wanneer hij het hoorde.

‘Over Eric gesproken,’ zei hij. ‘Weet u al wanneer hij terugkomt?’

‘Ik verwacht hem vandaag of morgen wel,’ antwoordde Father, maar hij keek plotseling naar het raam, alsof hij met zijn gedachten heel ergens anders was.

Verloren Zielen
CoverPage.html
section-0001.html
section-0002.html
section-0003.html
section-0004.html
section-0005.html
section-0006.html
section-0007.html
section-0008.html
section-0009.html
section-0010.html
section-0011.html
section-0012.html
section-0013.html
section-0014.html
section-0015.html
section-0016.html
section-0017.html
section-0018.html
section-0019.html
section-0020.html
section-0021.html
section-0022.html
section-0023.html
section-0024.html
section-0025.html
section-0026.html
section-0027.html
section-0028.html
section-0029.html
section-0030.html
section-0031.html
section-0032.html
section-0033.html
section-0034.html
section-0035.html
section-0036.html
section-0037.html
section-0038.html
section-0039.html
section-0040.html
section-0041.html
section-0042.html
section-0043.html
section-0044.html
section-0045.html
section-0046.html
section-0047.html
section-0048.html
section-0049.html
section-0050.html
section-0051.html
section-0052.html
section-0053.html
section-0054.html
section-0055.html
section-0056.html
section-0057.html
section-0058.html
section-0059.html
section-0060.html
section-0061.html
section-0062.html
section-0063.html
section-0064.html
section-0065.html
section-0066.html
section-0067.html
section-0068.html
section-0069.html
section-0070.html
section-0071.html
section-0072.html
section-0073.html
section-0074.html
section-0075.html
section-0076.html
section-0077.html
section-0078.html
section-0079.html
section-0080.html
section-0081.html
section-0082.html
section-0083.html
section-0084.html