Louise
Louise
De koffers lagen al in de auto en de dozen waren van etiketten voorzien, en even voor twaalven zouden ze de sleutels overhandigen. Josh en Alec maakten even snel een ritje door Beckford om iedereen gedag te zeggen, maar Louise was thuisgebleven.
Ze had goede dagen en slechte.
Louise was thuisgebleven om afscheid te kunnen nemen van het huis waar haar dochter had gewoond, het enige thuis dat ze ooit had gekend. Ze moest vaarwel zeggen tegen de lengtemeter in de kast onder de trap, tegen het stenen afstapje in de tuin, waar Katie was gevallen en een gat in haar knie had gekregen; Louise had toen ingezien dat haar kind niet perfect zou blijven, dat ze zou worden beschadigd, littekens zou oplopen. Ze nam afscheid van haar slaapkamer, waar ze met haar dochter had gekletst, terwijl Katie haar haar droog föhnde en lippenstift opdeed en zei dat ze naar Lena toe ging en of ze mocht blijven slapen. Hoe vaak, vroeg ze zich af, was dat niet waar geweest?
(Een van de redenen dat ze ’s nachts wakker lag, was omdat ze zo aangedaan en ontroerd was geweest toen Mark Henderson haar met de tranen in zijn ogen had gecondoleerd, die dag bij de rivier.)
Lena was afscheid komen nemen en had Nels manuscript bij zich gehad, met de foto’s, de aantekeningen en een usb-stick met alle computerbestanden erop. ‘U mag ermee doen wat u wilt,’ zei ze. ‘Voor mijn part verbrandt u alles. Ik wil er niets meer mee te maken hebben.’ Louise was blij dat Lena was langsgekomen en nog blijer dat ze haar nooit meer hoefde te zien. ‘Kunt u het me vergeven?’ vroeg Lena. ‘Denkt u dat u het me ooit zult kunnen vergeven?’ En Louise antwoordde dat ze het haar al had vergeven, hoewel dat niet waar was en ze het alleen maar zei om aardig te zijn.
Aardig zijn was haar nieuwe streven. Ze hoopte dat het beter voor haar ziel zou zijn dan die woede. En bovendien, hoewel ze het Lena nooit zou kunnen vergeven – omdat ze zo had gehuicheld, omdat ze alles geheim had gehouden, omdat zij nog lééfde, terwijl haar dochter er niet meer was – kon ze haar ook niet haten. Want als er íéts duidelijk was geworden, als er in alle ellende íéts als een paal boven water stond, dan was het dat Lena ontzettend veel van Katie had gehouden.