Erin
Erin
Helen bleef naar het raam kijken, alsof ze iemand verwachtte.
‘U denkt dat Sean zo thuiskomt, hè?’ vroeg ik.
Ze schudde haar hoofd. ‘Nee, waarom zou hij? Hij zit in Newcastle, heeft overleg met de top over dat gedoe met Henderson. Dat zou u toch moeten weten.’
‘Dat heeft hij me niet verteld,’ zei ik. ‘Het zal hem ontschoten zijn.’ Ze keek me ongelovig aan. ‘Hij is soms best verstrooid, vindt u niet?’ ging ik door. Ze trok haar wenkbrauwen hoog op. ‘Niet dat het ten koste gaat van zijn werk, hoor, dat nou ook weer niet, maar soms...’
‘Hou op met praten,’ beet ze me toe.
Ik kon niet inschatten hoe ze zich voelde, ze schommelde tussen beleefd en geërgerd, timide en agressief; het ene moment kwaad en het volgende bang. Ik werd er erg nerveus van. Deze kleine, muisachtige, niet erg imposante vrouw joeg me de stuipen op het lijf, want ik had werkelijk geen flauw idee wat haar volgende stap zou zijn: ze kon me nog een kop thee aanbieden of me aanvallen met het aardappelschilmesje.
Ze schoof opeens haar stoel naar achteren, de poten krasten over de tegels. Ze stond op en liep naar het raam. ‘Hij is al heel lang weg,’ zei ze stilletjes.
‘Wie? Patrick?’
Ze lette niet op mij. ‘Hij gaat elke ochtend wandelen, maar normaal gesproken is hij nu allang weer terug. Hij is ziek. Ik...’
‘Wilt u naar hem op zoek gaan?’ vroeg ik. ‘We kunnen samen gaan, als u dat wilt.’
‘Hij gaat bijna elke dag naar dat huisje,’ zei ze. Ze sprak alsof ik er niet was, alsof ze dacht dat ik haar niet kon horen. ‘Ik weet niet waarom. Daar ging Sean altijd met háár naartoe. Daar gingen ze... Ach, ik weet het niet. Ik weet gewoon niet wat ik moet doen. Ik weet zelfs niet meer of het goed is of fout.’ Ze balde haar rechtervuist, op het spierwitte verband verscheen een rode vlek.
‘Ik was vreselijk blij toen Nel Abbott dood was,’ zei ze. ‘Wij allemaal. Het was een hele opluchting. Maar dat duurde niet lang. Niet heel lang. Want nu vraag ik me af of we daardoor niet nog meer in de problemen zijn geraakt.’ Ze draaide zich eindelijk om en keek me aan. ‘Wat doet u hier? En nu niet liegen, want dat kan ik nu niet hebben.’ Ze veegde haar mond af en besmeurde haar lippen met felrood bloed.
Ik haalde mijn mobiel tevoorschijn. ‘Ik kan maar beter gaan,’ zei ik, en ik stond langzaam op. ‘Ik wilde Sean spreken, maar aangezien hij er niet is...’
‘Hij is nooit verstrooid,’ zei ze, terwijl ze een stap naar links deed, zodat ze de weg naar de gang en de voordeur blokkeerde. ‘Hij is soms afwezig, maar dat is heel iets anders. Nee, als hij u niet heeft verteld dat hij naar Newcastle ging, dan kwam dat doordat hij u niet vertrouwt, en als hij u niet vertrouwt, dan denk ik dat ik dat ook niet moet doen. Ik vraag het u nog een keer,’ zei ze, ‘wat doet u hier?’
Ik knikte en ontspande bewust mijn schouders om rustig te blijven. ‘Dat zei ik al, ik wilde Sean spreken.’
‘Waarover?’
‘Over een aantijging van onbehoorlijk gedrag,’ zei ik. ‘Over zijn relatie met Nel Abbott.’
Helen zette een paar stappen in mijn richting en de adrenaline gierde door mijn lijf. ‘Dat gaat ellende veroorzaken, nietwaar?’ zei ze met een trieste glimlach. ‘Hoe hadden we ooit kunnen denken dat dat niet het geval zou zijn?’
‘Mevrouw Townsend, Helen...’ zei ik, ‘ik wil alleen maar weten...’
De voordeur werd dichtgegooid en ik zette snel een stap naar achteren, zodat ik wat verder van Helen af kwam te staan op het moment dat Patrick de keuken binnen kwam lopen.
Heel even bleef het stil. Patrick keek me recht in de ogen, zijn kaken strak, terwijl hij zijn jasje uittrok en over een stoel hing. Daarna richtte hij zijn blik op Helen. Zijn oog viel op haar bebloede hand en hij raakte meteen geagiteerd.
‘Wat is er gebeurd? Heeft ze je iets aangedaan? Lieverd...’
Helen bloosde en ik kreeg er een raar gevoel bij. ‘Het stelt niets voor,’ zei ze snel. ‘Echt niet. Zij heeft het niet gedaan. Ik schoot uit toen ik uien aan het snipperen was...’
Patrick keek naar haar andere hand, waarin ze nog steeds het mesje had. Hij pakte het voorzichtig van haar af. ‘Wat is hier aan de hand?’ vroeg hij zonder mij aan te kijken.
Helen hield haar hoofd schuin, keek van haar schoonvader naar mij en weer terug. ‘Ze wil dingen weten,’ zei ze, ‘over Nel Abbott.’ Ze slikte moeizaam. ‘Over Sean. Over zijn gedrag.’
‘Ik wil even ophelderen dat dat een onderzoeksprocedure is.’
Patrick leek het niet te kunnen schelen. Zonder een blik op mij te werpen nam hij plaats aan de keukentafel. ‘Weet jij,’ vroeg hij aan Helen, ‘waarom ze hiernaartoe is overgeplaatst? Ik heb even navraag gedaan, want ik ken natuurlijk nog een hoop mensen, en ik kreeg van een ex-collega in Londen te horen dat deze rechercheur hier geschorst is bij de Londense politie omdat ze een jongere collega had verleid. En niet zomaar een collega, nee, een vrouw! Niet te geloven, toch?’ Zijn droge lach ging al snel over in een rokershoestje. ‘En dan komt ze hier en probeert ze jouw meneer Henderson aan de schandpaal te nagelen, terwijl ze precies hetzelfde heeft gedaan. Ze heeft haar machtspositie misbruikt voor haar eigen seksuele genot. En ze is niet eens haar baan kwijtgeraakt.’ Hij stak een sigaret op. ‘En dan komt ze hier om over mijn zoons gedrag te praten?!’
Hij keek me eindelijk aan. ‘Jij zou helemaal niet meer bij de politie mogen werken, maar omdat je een vrouw bent, omdat je een pót bent, ben je ermee weggekomen. En dat noemen ze dan gelijkwaardigheid,’ zei hij schamper. ‘Moet je je voorstellen wat er was gebeurd als het een man was geweest. Stel dat ze Sean op zoiets zouden betrappen, dan zouden ze hem meteen de laan uit sturen.’
Ik balde mijn vuisten zodat ze niet meer zouden trillen. ‘En als bleek dat Sean met een vrouw naar bed was gegaan die later doodging?’ vroeg ik. ‘Wat denkt u dat er dan met hem zou gebeuren?’
Hij bewoog snel voor een oude man. Binnen een tel schoof hij de stoel met veel kabaal naar achteren, kwam overeind en pakte me bij de keel. ‘Hou je bek, vieze trut,’ fluisterde hij met zijn zure rookadem in mijn gezicht. Ik gaf hem een harde zet en hij liet me los.
Hij deed een stap naar achteren met zijn armen langs zijn zij en zijn vuisten gebald. ‘Mijn zoon heeft niets verkeerds gedaan,’ zei hij rustig. ‘Dus als jij het hem moeilijk gaat maken, meisje, dan zorg ik ervoor dat jij het ook moeilijk gaat krijgen. Begrepen? En niet zo’n beetje ook.’
‘Pa,’ zei Helen. ‘Hou op. Je maakt haar bang.’
Hij wendde zich glimlachend tot zijn schoondochter. ‘Dat weet ik, schat, dat was ook de bedoeling.’ Hij keek weer naar mij, eveneens glimlachend. ‘Bij vrouwen zoals zij is dat de enige manier om iets duidelijk te maken.’