|

2015

Sean

Ik bracht Helen en mijn vader thuis, maar eenmaal bij de voordeur had ik geen zin meer om over de drempel te stappen. Af en toe heb ik last van waanideeën en moet ik mijn best doen om ze te verdrijven. Ik stond voor het huis, mijn vrouw en vader waren al binnen en keken me verwachtingsvol aan. Ik zei dat ik niet mee zou eten. Dat ik weer naar het politiebureau moest.

Ik ben een lafaard. Ik ben mijn vader wel wat meer verschuldigd. Juist vandaag zou ik er voor hem moeten zijn. Helen helpt hem natuurlijk wel, maar zelfs zij weet niet hoe hij zich voelt, hoe moeilijk hij het heeft. En toch kon ik niet bij hem gaan zitten, kon ik hem niet in de ogen kijken. Op de een of andere manier kunnen hij en ik elkaar nooit in de ogen kijken als we aan mijn moeder denken.

Ik reed weg, niet naar het bureau, maar weer naar het kerkhof. Mijn moeder is gecremeerd, dus zij ligt daar niet. Mijn vader heeft haar as op een ‘speciale plek’ uitgestrooid. Hij heeft me nooit verteld waar dat was, hoewel hij wel heeft beloofd dat hij me er ooit mee naartoe zal nemen. We zijn nog steeds niet geweest. Vroeger vroeg ik hem er nog weleens naar, maar hij raakte altijd van streek, dus liet ik het na verloop van tijd rusten.

De kerk en de begraafplaats waren verlaten, op de oude Nickie Sage na, die langzaam langs de muur om het kerkhof hobbelde. Ik parkeerde de auto en nam het pad naast de stenen muur dat leidde naar de bomen achter de kerk. Toen ik Nickie had ingehaald, steunde ze met één hand op de muur en haalde ze piepend adem. Ze draaide zich plotseling om. Haar gezicht was donkerroze en ze zweette als een otter.

‘Wat moet je?’ bracht ze moeizaam uit. ‘Waarom volg je me?’

Ik glimlachte. ‘Ik volg je niet. Ik zag je vanuit mijn auto en wilde even gedag zeggen. Gaat het wel?’

‘Ja, prima, prima.’ Ze zag er niet erg prima uit. Ze stond tegen de muur geleund en keek naar de lucht. ‘Het gaat zo stormen.’

Ik knikte. ‘Ik ruik het.’

Ze richtte abrupt haar blik op mij. ‘Ben je klaar? Nel Abbott? Is de zaak afgerond? Verleden tijd geworden?’

‘De zaak is nog niet afgerond,’ antwoordde ik.

‘Nog niet, maar binnenkort wel, hè?’ Ze mompelde iets onverstaanbaars.

‘Wat zei je?’

‘Jullie denken dat het een uitgemaakte zaak is.’ Ze keek me recht in de ogen en prikte met haar dikke wijsvinger in mijn borst. ‘Maar zij was niet zoals de vorige, dat weet jij toch ook wel? Dit was niet zoals bij Katie Whittaker. Dit was zoals bij je moeder.’

Ik deed een stap naar achteren. ‘Hoe bedoel je?’ vroeg ik. ‘Als je meer weet, moet je me dat vertellen. Is dat zo? Weet je iets over Nel Abbotts dood?’

Ze wendde zich af, waarbij ze weer iets onverstaanbaars mompelde.

Mijn ademhaling versnelde en ik kreeg een rood hoofd. ‘Waag het niet om tegen mij over mijn moeder te praten. En al helemaal niet vandaag. Jezus, wie doet dat nou?’

Ze wapperde met haar hand. ‘Ach, je luistert ook nooit, jullie luisteren nooit,’ zei ze en ze drentelde al pratend verder, af en toe steun zoekend bij de muur.

Ik was boos op haar, maar dat niet alleen, ik was overrompeld, gekwetst bijna. We kenden elkaar al jaren en ik was altijd aardig tegen haar geweest. Ja, ze was verdwaasd, maar ik vond haar geen slecht mens en al helemaal niet gemeen.

Ik sjokte naar de auto, maar bedacht me toen en zette koers naar de dorpswinkel. Ik kocht een fles whisky van het merk Talisker, daar houdt mijn vader van, al is hij geen grote drinker. Ik was van plan om samen met hem een borrel te nemen, om het goed te maken dat ik zomaar weg was gegaan. Ik probeerde me er een beeld van te vormen, wij tweeën aan de keukentafel met de fles tussen ons in, proostend met een vol glas. Ik vroeg me af op wat – of wie – we zouden proosten. De gedachte alleen al beangstigde me, en mijn hand beefde. Ik draaide de dop van de fles.

De geur van whisky en de warmte van de alcohol in mijn borst deden me denken aan de koortsaanvallen die ik als kind had gehad; verwarde dromen, mijn moeder, die op de rand van mijn bed zat, mijn klamme haar van mijn voorhoofd streek en mijn borst insmeerde met Vicks VapoRub. Er gaat soms een hele tijd voorbij dat ik praktisch niet aan haar denk, maar de laatste tijd spookt ze voortdurend rond in mijn hoofd, en de afgelopen dagen al helemaal. Ik zie haar voor me, soms met een glimlach, soms niet. Soms steekt ze haar hand naar me uit.

 

De zomerse storm wakkerde aan zonder dat het me was opgevallen. Het kan zijn dat ik even in slaap was gesukkeld. Maar toen ik bijkwam leek de weg wel een rivier en de donder deed de auto schudden. Ik stak de sleutel in het contact, maar toen bedacht ik dat de fles whisky op mijn schoot nog maar voor twee derde vol was, dus zette ik de motor weer af. Ondanks de herrie van de kletterende regen kon ik mezelf horen ademen, en heel even meende ik zelfs nog een ademhaling te horen. Ik had het idiote gevoel dat ik, als ik me zou omdraaien, iemand op de achterbank zou aantreffen. Daar was ik zo heilig van overtuigd dat ik me niet durfde te bewegen.

Het leek me een goed idee om een wandeling in de regen te maken om te ontnuchteren. Ik maakte het portier open, wierp toch even een vluchtige blik op de achterbank, en stapte uit. Ik was onmiddellijk drijfnat en kon niets meer zien. Het bliksemde en heel even zag ik Julia, die verregend op een half drafje naar de brug rende. Ik stapte de auto weer in en knipperde met mijn lichten. Ze bleef staan. Ik knipperde opnieuw met mijn lichten en ze kwam voorzichtig mijn kant op. Ze bleef een paar meter verderop staan. Ik draaide het raampje naar beneden en riep haar naam.

Ze liep om de auto heen en kwam naast me zitten. Ze droeg nog steeds de kleren die ze tijdens de kerkdienst aan had gehad, en die nu kleddernat waren en aan haar smalle lijf plakten. Ze had wel andere schoenen aangetrokken. Ik zag dat ze een ladder in haar panty had waardoor een klein stukje bleke knie te zien was. Dat was best schokkend, aangezien haar lichaam altijd helemaal bedekt was. Lange mouwen, een col; er was nooit een stukje huid te zien. Onbereikbaar.

‘Wat doe je hier?’ vroeg ik. Ze wierp een blik op de fles whisky op mijn schoot, maar zei er niets over. In plaats daarvan trok ze me naar zich toe en gaf me een kus. Het was raar, onbesuisd. Ik proefde bloed op haar tong en gaf er heel even aan toe, voordat ik me abrupt terugtrok.

‘Sorry,’ zei ze en ze veegde haar mond af en hield haar blik naar beneden gericht. ‘Ik heb werkelijk geen idee waarom ik dat deed.’

‘Nee,’ zei ik. ‘Ik ook niet.’ Stom genoeg moesten we opeens lachen, aanvankelijk zenuwachtig, maar daarna voluit, alsof de kus het grappigste was wat je maar kon bedenken. Toen we uitgelachen waren, veegden we de tranen van onze wangen.

‘Wat doe je hier, Julia?’

‘Jules,’ corrigeerde ze me. ‘Ik was op zoek naar Lena. Ik weet niet waar ze is...’ Ze kwam anders op me over, niet meer afstandelijk. ‘Ik ben bang,’ zei ze en ze lachte opgelaten. ‘Echt bang.’

‘Waarvoor?’

Ze schraapte haar keel en streek haar natte haren uit haar gezicht.

‘Waar ben je bang voor?’

Ze haalde diep adem. ‘Ik weet niet... Je zult het wel gek vinden, maar er was iemand in de kerk, een man die ik herkende. Hij was Nels vriendje.’

‘O?’

‘Niet nu, maar lang geleden. In onze tienertijd. Ik weet niet of ze hem sindsdien ooit nog heeft gezien.’ Hoog op haar beide wangen zat een rode plek. ‘Ze heeft het in haar ingesproken berichten nooit over hem gehad. Maar hij was bij de kerkdienst aanwezig en ik denk... Ik kan niet goed uitleggen waarom,

maar ik denk dat hij haar iets heeft aangedaan.’

‘Iets aangedaan? Suggereer je dat hij betrokken was bij haar dood?’

Ze keek me onderzoekend aan. ‘Nee, dat kan ik natuurlijk niet zo zeggen, maar je moet het wel natrekken, je moet erachter zien te komen waar hij was toen ze stierf.’

Mijn hoofdhuid tintelde, de adrenaline verdreef de alcohol. ‘Hoe heet die man? Over wie heb je het?’

‘Robbie Cannon.’

Zijn naam zei me zo gauw niets, maar opeens kwam er iets bovendrijven. ‘Cannon? Woonde hier in de buurt? De familie verkocht auto’s, was steenrijk. Die bedoel je?’

‘Ja, die. Ken je hem?’

‘Nee, ik ken hem niet, maar ik kan me hem wel herinneren.’

‘Hoe dat zo?’

‘Hij zat bij mij op school. Een jaar hoger. Was goed in sport. Lag goed bij de meiden. Niet erg slim.’

Jules boog haar hoofd, zodat haar kin bijna op haar borst lag, en zei: ‘Ik wist niet dat je hier op school hebt gezeten.’

‘Ja,’ zei ik, ‘ik heb hier altijd gewoond. Jij weet dat niet meer, maar ik ken jou nog wel. En je zus, natuurlijk.’

‘O,’ zei ze en ze was onmiddellijk weer afstandelijk. Ze legde haar hand op de portierkruk alsof ze uit wilde stappen.

‘Wacht even,’ zei ik. ‘Waarom denk je dat Cannon iets met je zus van doen had? Heeft hij iets gezegd, iets gedaan? Was hij vroeger gewelddadig naar haar toe?’

Jules schudde haar hoofd en keek weg. ‘Ik weet gewoon dat hij gevaarlijk is. Hij is een slecht mens. En ik zag dat hij... naar Lena keek.’

‘Naar haar keek?’

‘Ja, kéék.’ Ze beantwoordde eindelijk mijn blik. ‘Ik vond het maar niets zoals hij naar haar keek.’

‘Oké,’ zei ik. ‘Ik eh... zal zien wat ik kan achterhalen.’

‘Dank je.’

Ze wilde het portier openmaken, maar ik hield haar tegen. ‘Ik geef je wel een lift,’ zei ik.

Ze keek vluchtig naar de fles, maar zei alleen maar: ‘Oké.’

 

Binnen een paar minuten waren we bij Mill House en we zeiden geen van tweeën iets, totdat Jules het portier openmaakte. Ik wist dat ik beter niets kon zeggen, maar ik moest het haar wel vertellen.

‘Je lijkt heel erg op haar, weet je dat?’

Ze keek me geschokt aan en lachte verrast.

‘Ik lijk voor geen meter op haar.’ Ze veegde een traan van haar wang. ‘Ik ben Nels tegenpool.’

‘Dat vind ik niet,’ zei ik, maar ze was al weg.

Van de rit naar huis staat me niets meer bij.

In het water
cover.xhtml
Section001.xhtml
Section002.xhtml
Section003.xhtml
Section004.xhtml
Section005.xhtml
Section006.xhtml
Section007.xhtml
Section008.xhtml
Section009.xhtml
Section010.xhtml
Section011.xhtml
Section012.xhtml
Section013.xhtml
Section014.xhtml
Section015.xhtml
Section016.xhtml
Section017.xhtml
Section018.xhtml
Section019.xhtml
Section020.xhtml
Section021.xhtml
Section022.xhtml
Section023.xhtml
Section024.xhtml
Section025.xhtml
Section026.xhtml
Section027.xhtml
Section028.xhtml
Section029.xhtml
Section030.xhtml
Section031.xhtml
Section032.xhtml
Section033.xhtml
Section034.xhtml
Section035.xhtml
Section036.xhtml
Section037.xhtml
Section038.xhtml
Section039.xhtml
Section040.xhtml
Section041.xhtml
Section042.xhtml
Section043.xhtml
Section044.xhtml
Section045.xhtml
Section046.xhtml
Section047.xhtml
Section048.xhtml
Section049.xhtml
Section050.xhtml
Section051.xhtml
Section052.xhtml
Section053.xhtml
Section054.xhtml
Section055.xhtml
Section056.xhtml
Section057.xhtml
Section058.xhtml
Section059.xhtml
Section060.xhtml
Section061.xhtml
Section062.xhtml
Section063.xhtml
Section064.xhtml
Section065.xhtml
Section066.xhtml
Section067.xhtml
Section068.xhtml
Section069.xhtml
Section070.xhtml
Section071.xhtml
Section072.xhtml
Section073.xhtml
Section074.xhtml
Section075.xhtml
Section076.xhtml
Section077.xhtml
Section078.xhtml
Section079.xhtml
Section080.xhtml
Section081.xhtml
Section082.xhtml
Section083.xhtml
Section084.xhtml
Section085.xhtml
Section086.xhtml
Section087.xhtml
Section088.xhtml
Section089.xhtml
Section090.xhtml
Section091.xhtml
Section092.xhtml
Section093.xhtml
Section094.xhtml
Section095.xhtml
Section096.xhtml
Section097.xhtml
Section098.xhtml
Section099.xhtml
Section100.xhtml