|

Lena

Lena

Hij verontschuldigde zich toen hij me uit de kofferbak liet stappen. ‘Het spijt me, Lena, maar ik moest wel.’ Ik lachte schamper, en hij zei dat ik mijn kop moest houden, hij balde zijn vuisten en omdat ik dacht dat hij me weer een optater zou geven, deed ik wat hij zei.

We stonden bij een huis aan zee; één huis, vrijstaand, boven op het klif, met een tuin en een muur en zo’n houten tafel die je ook weleens op terrassen ziet. Het huis was zo te zien afgesloten, er was niemand in de buurt. Ik kon nergens een ander gebouw ontdekken, alleen maar een zandweg, niet eens een echte weg. Ik kon ook niets horen, geen verkeer, helemaal niets, op de zeemeeuwen en de branding na.

‘Je kunt schreeuwen wat je wilt,’ zei hij, alsof hij mijn gedachten kon lezen. ‘Niemand kan je horen.’ Hij pakte me bij mijn arm en leidde me naar de tafel, waar hij me een tissue gaf om mijn mond af te vegen.

‘Het komt wel goed,’ zei hij.

‘Is dat zo?’ vroeg ik, maar hij keek weg.

We zaten daar een hele tijd, naast elkaar, zijn hand op mijn arm, zijn greep langzaamaan losser naarmate zijn ademhaling minder gejaagd werd. Ik trok mijn arm niet weg. Het had geen zin om de strijd aan te gaan. Nog niet. Ik was bang, mijn benen beefden als rietjes onder de tafel en ik kon daar niets tegen doen. Maar eigenlijk had ik het gevoel dat dat goed was, dat ik er iets aan had. Ik voelde me sterk, zoals toen hij me in het huis had aangetroffen en we hadden gevochten. Ja, oké, hij had gewonnen, maar dat kwam alleen maar omdat ik hem niet meteen had afgemaakt, alleen maar omdat ik niet zeker wist wat me te wachten stond. Dat was pas de eerste ronde geweest. Als hij dacht dat hij me had verslagen, dan vergiste hij zich lelijk.

Als hij wist wat ik had gevoeld, wat ik had doorgemaakt, dan zou hij mijn hand niet vasthouden. Volgens mij was hij er dan als een gek vandoor gegaan.

Ik beet hard op mijn lip. Ik proefde het bloed op mijn tong en dat vond ik fijn, het was een goed gevoel. Ik vond de metaalachtige smaak lekker, ik vond het bloed in mijn mond lekker, en ik kon hem ermee bespugen. Als de tijd rijp was. Ik wilde hem heel wat vragen, maar ik had geen idee waar ik moest beginnen, dus vroeg ik alleen maar: ‘Waarom heb je hem gehouden?’ Het kostte me een hoop inspanning om rustig te praten, mijn stem mocht niet overslaan of trillen of haperen, anders zou hij doorhebben dat ik bang was. Hij reageerde niet, dus vroeg ik het opnieuw: ‘Waarom heb je haar armband gehouden? Waarom heb je hem niet gewoon weggegooid? Of hem om haar pols laten zitten? Waarom heb je hem meegenomen?’

Hij liet mijn arm los. Hij keek me niet aan, maar staarde naar de zee. ‘Geen idee,’ zei hij mat. ‘Echt, ik heb geen idee waarom ik hem heb meegenomen. Voor de zekerheid, waarschijnlijk. Om me vast te kunnen klampen aan een strohalm. Om iemand ermee te chanteren...’ Hij onderbrak zichzelf ineens en deed zijn ogen dicht. Ik snapte niet waar hij het over had, maar ik had het vermoeden dat ik iets had aangeboord, een kans. Ik schoof een stukje bij hem vandaan. En toen nog een stukje. Hij deed zijn ogen weer open, maar deed niets, keek alleen maar uitdrukkingsloos naar de zee. Hij zag er doodmoe uit. Verslagen. Alsof hij aan het eind van zijn Latijn was. Ik schoof nog verder weg. Ik kon wegrennen. Ik kan echt heel hard rennen als het moet. Ik wierp een blik achterom, op het pad achter het huis. De kans was groot dat ik kon ontsnappen als ik een spurt over het pad maakte, over de stenen muur klauterde en over de weilanden wegrende. Hij kon me dan niet volgen in de auto, en zo kon ik misschien wegkomen.

Ik deed het niet. Hoewel het wellicht de laatste kans was die ik kreeg, bleef ik toch zitten waar ik zat. Uiteindelijk, dacht ik, kon ik beter sterven en weten wat er met mijn moeder was gebeurd, dan leven en het me altijd blijven afvragen. Die last zou ik, denk ik, niet kunnen dragen.

Ik stond op. Hij bleef zitten, keek toe terwijl ik om de tafel heen liep en tegenover hem plaatsnam, zodat hij me wel aan moest kijken.

‘Weet je dat ik dacht dat ze me in de steek had gelaten? Mijn moeder. Toen ze haar hadden gevonden en het me kwamen vertellen, dacht ik dat ze het zelf had gewild. Ik dacht dat ze wilde sterven omdat ze zich schuldig voelde over wat er met Katie was gebeurd of omdat ze zich ervoor schaamde of... Weet ik veel. Of misschien alleen maar omdat het water haar meer trok dan ik.’

Hij zei niets.

‘Dat geloofde ik!’ schreeuwde ik zo hard mogelijk en hij schoot geschrokken op. ‘Ik geloofde dat ze me in de steek had gelaten! Weet je wel hoe dat voelt? Maar nu blijkt dat ze dat helemaal niet heeft gedaan. Zij wilde het niet. Jij hebt het gedaan. Jij hebt haar van me afgepakt, net zoals je Katie van me hebt afgepakt.’

Hij glimlachte. Ik weet nog dat we hem knap vonden, en ik kreeg een wee gevoel in mijn maag. ‘Ik heb Katie niet van je afgepakt,’ zei hij. ‘Katie was niet van jou, Lena, ze was van mij.’

Ik wilde krijsen, zijn gezicht openkrabben. Ze was niet van jou! Ze was niet van jou! Ze was niet van jou! Ik drukte zo hard mogelijk mijn nagels in mijn handpalmen, beet op mijn lip en proefde weer bloed, terwijl ik aan moest horen hoe hij zichzelf vrijsprak.

‘Ik had nooit verwacht dat ik op een jong meisje zou vallen. Nooit. Ik vond dat soort mannen belachelijk. Zielige ouwe zakken, die geen vrouw van hun eigen leeftijd konden krijgen.’

Ik lachte. ‘Precies,’ zei ik. ‘Je had helemaal gelijk.’

‘Nee, nee.’ Hij schudde zijn hoofd. ‘Dat is niet waar. Echt niet. Kijk naar me. Ik kan zo een vrouw krijgen. Ze proberen me altijd te versieren. Jij mag dan je hoofd schudden, maar je hebt het zelf gezien. Jezus, je hebt het zelf gedáán.’

‘Echt niet.’

‘Lena...’

‘Denk je nou echt dat ik jou wilde? Je lijkt wel gék. Het was een spelletje, het was...’ Ik onderbrak mezelf. Hoe kon ik zoiets uitleggen aan zo iemand als hij? Hoe kon ik uitleggen dat het niets met hem te maken had, maar met háár? Dat het, wat mij betreft, te maken had met Katie en met mij en met wat we samen deden. De mensen bij wie we het deden telden niet mee. Ze waren totaal onbelangrijk.

‘Weet je hoe het is om er zo uit te zien als ik?’ vroeg ik. ‘Jij vindt jezelf sexy, maar je hebt geen idee hoe het is om eruit te zien zoals ík. Weet je wel hoe gemakkelijk ik mannen om mijn vinger kan winden en hoe opgelaten ze zich daar altijd bij voelen? Ik hoef alleen maar op een bepaalde manier te kijken, of vlak bij hen te staan, of op mijn vingers te zuigen en ze krijgen meteen een rood hoofd of een stijve lul of wat dan ook. Dat deed ik ook met jou, idioot. Ik hield je voor de gek. Alsof ik jóú zou willen.’

Hij lachte ongelovig. ‘Ja, tuurlijk,’ zei hij schamper. ‘Ik geloof je meteen, Lena. Maar wat wilde je dan wel? Toen je dreigde ons te verraden, toen je zo hard schreeuwde dat je moeder het hoorde, wat wilde je daarmee bereiken?’

‘Ik wilde... Ik wilde...’

Ik kon hem niet vertellen wat ik wilde, want wat ik wilde was dat alles weer bij het oude was. Ik wilde terug naar de tijd dat Katie en ik onafscheidelijk waren, toen we de godganse dag bij elkaar waren, toen we in de rivier zwommen en niemand naar ons keek en ons lijf nog van onszelf was. Ik wilde terug naar de tijd dat we dat spelletje nog niet hadden verzonnen, naar de tijd dat we nog niet wisten wat we allemaal konden bereiken. Maar dat is alleen maar wat ík wilde. Katie wilde dat niet. Katie vond het heerlijk als mensen naar haar keken. Voor haar betekende het spelletje veel meer. Toen ik achter haar geheime relatie kwam en we er ruzie over maakten, had ze tegen me gezegd: ‘Jij weet niet hoe het is, Lena. Kun je het je voorstellen? Dat iemand je zo graag wil dat hij alles voor je op wil geven, echt álles. Zijn werk, zijn relatie, zijn vríjheid. Je hebt geen idee hoe dat is.’

Ik merkte dat Henderson naar me keek, dat hij wachtte tot ik wat zou zeggen. Ik wilde het graag onder woorden brengen, hem doen inzien dat ze niet alleen geil op hém was, maar ook op de macht die ze over hem had. Ik had hem dat graag willen zeggen, zodat die uitdrukking, die liet blijken dat hij haar kende en ik niet, niet echt, van zijn gezicht zou verdwijnen. Maar ik kon de juiste woorden niet vinden, en bovendien kwam er nog meer bij kijken, want ze was ontegenzeglijk gek op hem geweest.

Het deed zeer achter mijn ogen, een scherpe steek, die aangaf dat ik binnen de kortste keren weer in huilen uit zou barsten. Ik sloeg mijn blik neer, omdat ik niet wilde dat hij de tranen zag, en op de grond, precies tussen mijn voeten, zag ik een spijker liggen. Het was een grote, eentje van zo’n acht, negen centimeter lang. Ik zette voorzichtig mijn voet op de punt en drukte die naar beneden, zodat de andere kant schuin omhoogkwam.

‘Je was gewoon jaloers, Lena,’ zei Henderson. ‘Ja, toch? Altijd al. Volgens mij was je jaloers op ons allebei. Op mij, omdat ze aan mij de voorkeur gaf, en op haar, omdat ik aan haar de voorkeur gaf. We wilden jou geen van beiden. En dus moesten we daarvoor boeten. Jij en je moeder, jullie...’

Ik liet hem kletsen, liet hem zijn misleidende onzin uitkramen, en het kon me niet schelen dat hij alles mis had, want het enige waar ik aan kon denken was de spijker, die steeds verder omhoogkwam. Ik stak mijn hand onder de tafel. Mark hield op met praten.

‘Je had nooit iets met haar mogen beginnen,’ zei ik. Ik keek over zijn schouder, om hem af te leiden. ‘Dat weet jij ook wel. Dat moet je hebben geweten.’

‘Ze hield van mij, en ik hield met hart en ziel van haar.’

‘Jij bent volwassen!’ riep ik uit, mijn blik gericht op iets achter hem, en het werkte, hij keek heel even achterom en ik strekte mijn arm. Koud metaal in mijn vingers, ik rechtte mijn rug en zette me schrap. ‘Denk je nou echt dat het uitmaakt dat je van haar hield? Je was haar leraar. Je was verdomme twee keer zo oud als zij. Jij had de verstandigste moeten zijn.’

‘Ze hield van me,’ zei hij weer, bedroefd. Zielig.

‘Ze was te jong voor jou,’ zei ik, de spijker stevig in mijn hand geklemd. ‘Ze was te góéd voor jou.’

Ik viel hem aan, maar ik was niet snel genoeg. Toen ik opsprong, bleef mijn hand heel even steken onder de tafel. Mark wierp zich op me, pakte mijn linkerarm beet, trok er keihard aan en sleurde me over de tafel heen.

‘Waar ben je mee bezig?’ Hij schoot overeind met mij in zijn greep, trok me opzij en draaide mijn arm op mijn rug. Ik gilde het uit van de pijn. ‘Waar ben je mee bezig?’ schreeuwde hij, mijn arm hoger duwend, mijn vingers loswrikkend. Hij had de spijker te pakken en drukte me op de tafel, hij hield mijn haren vast en boog zich over me heen. Ik voelde de spijker over mijn keel krassen, zijn gewicht boven op mij, zoals zij het had gevoeld als ze samen waren. Mijn mond vulde zich met braaksel. Ik spuugde het uit en riep: ‘Ze was te goed voor jou! Ze was te goed voor jou!’ Ik bleef het zeggen, totdat hij met zijn lijf alle lucht uit mijn longen had geperst.

In het water
cover.xhtml
Section001.xhtml
Section002.xhtml
Section003.xhtml
Section004.xhtml
Section005.xhtml
Section006.xhtml
Section007.xhtml
Section008.xhtml
Section009.xhtml
Section010.xhtml
Section011.xhtml
Section012.xhtml
Section013.xhtml
Section014.xhtml
Section015.xhtml
Section016.xhtml
Section017.xhtml
Section018.xhtml
Section019.xhtml
Section020.xhtml
Section021.xhtml
Section022.xhtml
Section023.xhtml
Section024.xhtml
Section025.xhtml
Section026.xhtml
Section027.xhtml
Section028.xhtml
Section029.xhtml
Section030.xhtml
Section031.xhtml
Section032.xhtml
Section033.xhtml
Section034.xhtml
Section035.xhtml
Section036.xhtml
Section037.xhtml
Section038.xhtml
Section039.xhtml
Section040.xhtml
Section041.xhtml
Section042.xhtml
Section043.xhtml
Section044.xhtml
Section045.xhtml
Section046.xhtml
Section047.xhtml
Section048.xhtml
Section049.xhtml
Section050.xhtml
Section051.xhtml
Section052.xhtml
Section053.xhtml
Section054.xhtml
Section055.xhtml
Section056.xhtml
Section057.xhtml
Section058.xhtml
Section059.xhtml
Section060.xhtml
Section061.xhtml
Section062.xhtml
Section063.xhtml
Section064.xhtml
Section065.xhtml
Section066.xhtml
Section067.xhtml
Section068.xhtml
Section069.xhtml
Section070.xhtml
Section071.xhtml
Section072.xhtml
Section073.xhtml
Section074.xhtml
Section075.xhtml
Section076.xhtml
Section077.xhtml
Section078.xhtml
Section079.xhtml
Section080.xhtml
Section081.xhtml
Section082.xhtml
Section083.xhtml
Section084.xhtml
Section085.xhtml
Section086.xhtml
Section087.xhtml
Section088.xhtml
Section089.xhtml
Section090.xhtml
Section091.xhtml
Section092.xhtml
Section093.xhtml
Section094.xhtml
Section095.xhtml
Section096.xhtml
Section097.xhtml
Section098.xhtml
Section099.xhtml
Section100.xhtml