De Verdrinkingspoel, door Danielle Abbott (onuitgegeven)
Proloog
Op mijn zeventiende redde ik mijn zusje van de verdrinkingsdood.
Maar gek genoeg is het zo absoluut niet begonnen.
Volgens mij worden bepaalde mensen door water aangetrokken en hebben ze een rudimentair, primitief gevoel van waar het stroomt. Daar hoor ik ook bij. Ik kom tot leven als ik in de buurt van water ben, als ik in de buurt van dit water ben. Hier heb ik leren zwemmen, hier heb ik geleerd op een heerlijke manier van de natuur en van mijn eigen lijf te houden.
Sinds ik in 2008 in Beckford ben komen wonen, heb ik elke dag in de rivier gezwommen, in de zomer en in de winter, soms samen met mijn dochter en soms in mijn eentje, en het fascineerde me dat deze plek, de plek waar ik genoot, voor andere mensen angstaanjagend en bedreigend kon zijn.
Op mijn zeventiende redde ik mijn zusje van de verdrinkingsdood, maar ik was al veel eerder in de ban van de Beckfordpoel. Mijn ouders hielden van verhalen en mijn moeder al helemaal; van haar hoorde ik voor het eerst het tragische verhaal van Libby, over de gruwelijke slachting die plaatsvond in het huisje van de Wards, het angstaanjagende verhaal van het jongetje dat zijn moeder zag springen. Ik vroeg haar telkens weer om die verhalen te vertellen, wat mijn vader maar niks vond (‘Dit soort verhalen zijn niet geschikt voor kinderen.’) en mijn moeders weerwoord (‘Natuurlijk wel! Het is geschiedenis.’).
Ze had een zaadje in me geplant, en lang voordat mijn zusje het water in liep, lang voordat ik een camera ter hand nam of ging schrijven, zat ik urenlang te dagdromen en me voor te stellen hoe het zou zijn geweest, hoe het moet hebben aangevoeld, hoe koud het water wel niet moet zijn geweest voor Libby.
Eenmaal volwassen werd ik natuurlijk in beslag genomen door het geheim van mijn eigen gezin. Het zou geen raadsel moeten zijn, maar dat is het toch, want ondanks mijn vele pogingen om een brug te slaan, heeft mijn zusje al heel wat jaren niet met mij gesproken. Tijdens die lange stilte heb ik me vaak afgevraagd waarom ze midden in de nacht naar de rivier ging, maar ondanks mijn levendige fantasie kan ik niets verzinnen. Want mijn zus hield nu eenmaal niet van overdrijven, ze was niet van de grote gebaren. Ze was zo sluw, geslepen en wraakzuchtig als het water, maar ik heb nog steeds geen idee. Ik vraag me af of ik het ooit zal weten.
Terwijl ik bezig was om mezelf en mijn familie en de verhalen die we elkaar vertelden te begrijpen, wilde ik een poging wagen om de Beckford-verhalen betekenis te geven door alle laatste momenten, zoals ik die voor me zag, van de vrouwen die in de Verdrinkingspoel in Beckford zijn gesprongen op te schrijven.
Het is een veelbetekenende naam, maar wat stelt het nu eigenlijk voor? Een bocht in de rivier, meer niet. Een kronkel. Je komt er als je de rivier en zijn bochten en kronkels, zijn overstromingen, volgt, terwijl hij leven schenkt en levens neemt. De rivier is soms koud en schoon, dan weer staat hij stil en is hij vervuild, hij kronkelt door bossen en snijdt als een mes door de zachte Cheviot Hills, en net ten noorden van Beckford gaat hij trager stromen en neemt hij even, heel even, pauze in de Verdrinkingspoel.
Het is een idyllisch plekje: het pad ligt in de schaduw van eikenbomen, berken en platanen staan her en der op de heuvels, en aan de zuidkant bevindt zich een strandje. Daar kun je peddelen, de kinderen mee naartoe nemen, en je kunt er op een zonnige dag heerlijk picknicken.
Maar laat je niet voor de gek houden, want het is er zeer gevaarlijk. Het water, donker en glazig, verbergt in de diepte algen en wieren waarin je verstrengeld kunt raken en die je onder water trekken, en scherpe rotspunten waar je je lelijk aan kunt openhalen. Erboven torent het leigrijze klif: een uitdaging, een waagstuk.
Hier hebben in de afgelopen eeuwen Libby Seeton, Mary Marsh, Anne Ward, Ginny Thomas, Lauren Slater, Katie Whittaker en talloze anderen, naamloos en onbekend, het leven gelaten. Ik wilde weten waarom en hoe, en wat hun leven en dood over ons zegt. Sommige mensen durven die vragen niet te stellen, die willen liever alles geheimhouden, onderdrukken, stilhouden. Maar ik wil juist actie in de tent.
Dit boek, deze memoires over mijn leven en de Beckfordpoel, wil ik niet met verdrinken beginnen, maar met zwemmen. Want daar begint het echt: de heksenproef, het recht van het water. Daar, naar mijn poel – die vredige, prachtige plek, zo’n anderhalve kilometer verwijderd van waar ik nu zit – werden ze heen gebracht, daar bonden ze hen vast en gooiden ze hen in de rivier, om te zien of ze zouden zinken of zwemmen.
Er zijn mensen die beweren dat die vrouwen iets van zichzelf in het water achterlieten, en anderen zeggen dat het water wat van hun kracht heeft vastgehouden, want het heeft altijd de pechvogels, de wanhopigen, de ongelukkigen, de verloren zielen naar zich toe getrokken. Zij komen hier om met hun zusters te zwemmen.