|

Erin

Erin

Het is een ontzettend raar plaatsje, dat Beckford. Mooi, af en toe zelfs adembenemend, maar evengoed vreemd. Het is net een opzichzelfstaand stadje, afgesloten van alles eromheen. Het ligt natuurlijk ook kilometers bij alles vandaan; je moet uren rijden voordat je de beschaving bereikt. Als je Newcastle tenminste beschaafd vindt, want daar heb ik zo mijn twijfels over. Beckford is een vreemde plaats, vol eigenaardige mensen en met een ronduit bizarre geschiedenis. En midden erdoorheen stroomt de rivier, en die is nog het vreemdst, want hoe je ook loopt, welke kant je ook uit gaat, op de een of andere manier kom je altijd weer uit bij het water.

De inspecteur is ook een beetje vreemd. Hij komt hier vandaan, dus dan kan het eigenlijk ook niet anders. Dat vond ik meteen al, toen ik hem gisterochtend voor het eerst zag, nadat ze Nel Abbott uit het water hadden gehaald. Hij stond met gebogen hoofd op de oever, met zijn handen in zijn zij. Hij was met iemand aan het praten – de lijkschouwer, naar later bleek – maar van een afstandje leek het erop alsof hij aan het bidden was. Daar moest ik meteen aan denken, aan een geestelijke. Een lange, slanke man in zwarte kleding, met het donkere water en het klif als achtergrond, en aan zijn voeten een lijkbleke, serene vrouw.

Niet echt sereen natuurlijk. Dood. Maar haar gezicht was niet verwrongen, het was niet beschadigd. Als je niet op de rest van haar lichaam lette, de gebroken ledematen en de verdraaide wervelkolom, zou je denken dat ze was verdronken.

Ik stelde mezelf aan hem voor en vond meteen al dat er iets vreemds aan hem was – zijn waterige ogen, het lichte beven van zijn handen, wat hij probeerde te onderdrukken door met zijn hand over zijn pols te wrijven – het deed me denken aan mijn vader als hij een kater had en je heel zacht moest praten en je zo onopvallend mogelijk moest gedragen.

Het leek me sowieso een goed plan om me onopvallend te gedragen. Ik was nog geen drie weken geleden hier in het noorden komen wonen, na een haastige overplaatsing vanuit Londen, dankzij mijn niet al te slimme relatie met een collega. Echt, het enige wat ik wilde doen was werken en verder alles achter me laten. Ik was er geheel en al op voorbereid om de saaiste karweitjes op te moeten knappen, maar tot mijn verrassing werd ik gevraagd te assisteren bij een dood onder verdachte omstandigheden. Een vrouw, wier lijk was gevonden door een man die zijn honden aan het uitlaten was. Ze was geheel gekleed, dus ze was niet wezen zwemmen. De hoofdinspecteur bracht me op de hoogte. ‘Ze is hoogstwaarschijnlijk gesprongen,’ zei hij. ‘Ze ligt in de Verdrinkingspoel van Beckford.’

Dat was dan ook het eerste wat ik aan inspecteur Townsend vroeg: ‘Wat denkt u, is ze gesprongen?’

Hij keek me even aan, bestudeerde me aandachtig. En toen wees hij naar het klif. ‘We moeten naar boven,’ zei hij, ‘nagaan of de technisch rechercheur en zijn team al iets hebben ontdekt: bewijs dat er een worsteling heeft plaatsgevonden, bloed, een wapen. Het zou mooi zijn als ze haar mobiel vinden, want die had ze niet bij zich.’

‘Oké.’ Ik liep weg en wierp een blik op de vrouw, waarbij het me opviel hoe triest ze eruitzag en hoe gewoontjes.

‘Ze heet Danielle Abbott,’ zei Townsend, een tikje te hard. ‘Ze woont hier in de buurt. Ze is schrijfster en fotografe en niet onverdienstelijk ook. Ze heeft een dochter van vijftien. Dus in antwoord op je vraag: het lijkt me sterk dat ze is gesprongen.’

We liepen samen het klif op. Je volgt het pad van het strandje langs de poel totdat het naar rechts afbuigt, door een groepje bomen kronkelt en vervolgens behoorlijk steil omhoogklimt naar de top. Het pad was hier en daar modderig en ik kon zien waar mensen waren uitgegleden en doorgeschoven, met als gevolg dat er van de voetsporen die eerder waren gemaakt niets meer over was. Boven op het klif maakt het pad een scherpe bocht naar links en als je door de bomen bent, leidt het je naar de afgrond. Mijn maag keerde zich om.

‘Jezus.’

Townsend keek even achterom. Hij leek het grappig te vinden. ‘Hoogtevrees?’

‘Een heel logische angst om mijn voet verkeerd neer te zetten en in de afgrond te storten,’ zei ik. ‘Wat gek dat ze hier geen hek hebben geplaatst, erg veilig is het zo niet.’

De inspecteur reageerde niet, maar liep doelbewust door, naar de rand van het klif. Ik kwam achter hem aan en bleef zo dicht mogelijk bij de bremstruiken staan, zodat ik niet naar het water diep onder me hoefde te kijken.

De technisch rechercheur – met een bleek gezicht en een grote baard, zoals de meesten in dat beroep – had niet echt goed nieuws.

‘Geen bloed, geen wapen en er zijn ook geen tekenen van een worsteling,’ zei hij, zijn schouders ophalend. ‘Er ligt zelfs niet veel afval. Haar videocamera is trouwens beschadigd geraakt en er zit geen geheugenkaartje in.’

‘Haar videocamera?’

Baardmans wendde zich tot mij. ‘Niet te geloven, toch? Ze had een camera neergezet die begint te filmen zodra er iets beweegt, als onderdeel van een project waar ze aan werkte.’

‘Waarvoor?’

Hij haalde opnieuw zijn schouders op. ‘Om de mensen hier op te nemen... Om te zien wat ze hier zoal doen? Er hangen soms engerds rond, vanwege wat er hier allemaal is gebeurd. Of misschien wilde ze wel een springer vastleggen op film...’ Hij grimaste.

‘Jezus. En iemand heeft haar camera kapotgemaakt? Nou, dat is... nadelig.’

Hij knikte.

Townsend sloeg zuchtend zijn armen over elkaar. ‘Zeg dat wel. Hoewel het niet echt iets hoeft te betekenen. Haar fotospullen zijn wel vaker vernield. Niet iedereen zag haar project zitten. Ik weet niet eens,’ begon hij, en hij zette een paar stappen naar de rand van het klif toe, een actie die me duizelig maakte, ‘of ze na de laatste keer de camera wel heeft vervangen.’ Hij tuurde over de rand. ‘Daar staat er nog één, toch? Naar beneden gericht. Weet je daar iets meer van?’

‘Ja, zo te zien is die nog heel. We halen hem naar boven, maar...’

‘... er zal wel niets op staan.’

‘Misschien is het moment dat ze in het water belandt vastgelegd, maar dan weten we nog niet wat er zich hierboven heeft afgespeeld,’ zei Baardmans, en hij haalde weer zijn schouders op.

 

Sindsdien waren er ruim vierentwintig uur verstreken en we waren nog geen steek verder in ons onderzoek naar wat er zich daarboven had afgespeeld. Nel Abbotts mobiel was nog niet terecht en dat was vreemd, hoewel misschien niet vreemd genoeg. Als ze was gesprongen, bestond de kans dat ze hem had weggegooid. Als ze was gevallen, lag hij misschien nog in het water, hij zou in de modder gezonken kunnen zijn of met de stroming meegevoerd. Als ze was geduwd, had degene die dat had gedaan het ding misschien van haar afgepakt, maar omdat er geen sporen van een worsteling op het klif waren aangetroffen, leek het onwaarschijnlijk dat iemand de telefoon van haar had weggegrist.

Toen ik Jules (dus géén Julia, blijkbaar) na de identificatie in het ziekenhuis naar huis had gebracht, raakte ik verdwaald. Ik had haar bij Mill House afgezet en dacht dat ik in de richting van het politiebureau reed, maar dat bleek niet waar te zijn: nadat ik de brug over was gereden, was ik op de een of andere manier gedraaid en was ik opeens weer bij de rivier aanbeland. Zoals ik al zei, je kwam altijd weer uit bij het water. Maar goed, ik had net mijn telefoon gepakt om uit te zoeken waar ik naartoe moest, toen ik een groep meisjes op de brug zag lopen. Lena, die een kop groter was dan de rest, ging er opeens vandoor.

Ik stapte uit en ging achter haar aan. Ik wilde haar iets vragen over wat haar tante had gezegd, maar voordat ik bij haar aankwam, zag ik dat ze ruzie had met iemand, een vrouw van in de veertig. Lena pakte haar bij de arm, de vrouw trok zich los en sloeg haar handen voor haar gezicht, alsof ze bang was om geslagen te worden. Opeens gingen ze ieder een andere kant op; Lena liep naar links en de vrouw ging rechtdoor de heuvel op. Ik stapte op Lena af. Ze wilde niet zeggen waar het over ging. Ze hield vol dat er niets aan de hand was en dat er absoluut geen ruzie was geweest, en dat het me trouwens niets aanging ook. Het was leuk geprobeerd, maar haar wangen waren nat van de tranen. Ik bood haar een lift aan naar huis, maar ze zei dat ik op kon rotten.

Dat deed ik dan maar. Ik reed terug naar het bureau en vertelde Townsend dat Jules Abbott het lichaam had geïdentificeerd.

In overeenstemming met de rest was de identificatie vreemd verlopen. ‘Ze huilde niet,’ zei ik tegen de inspecteur, en hij knikte alsof hij dat heel normaal vond. ‘Het was niet normaal,’ drong ik aan. ‘Het was geen normale reactie op de situatie, het was echt heel raar.’

Hij verschoof op zijn stoel. Hij zat aan een bureau in een klein kantoortje achter in het gebouw en hij leek veel te groot voor de kamer, alsof hij zijn hoofd zou stoten tegen het plafond als hij opstond. ‘Hoezo heel raar?’

‘Ik kan het niet goed uitleggen, maar het leek wel alsof ze praatte zonder geluid te maken. En daar bedoel ik niet mee dat ze geluidloos stond te snikken. Het was heel vreemd. Haar mond bewoog alsof ze iets zei... En niet zomaar iets, maar alsof ze met iemand aan het praten was. Een gesprek voerde.’

‘Maar je hebt het niet kunnen verstaan?’

‘Nee, geen woord.’

Hij wierp een blik op zijn laptop en keek me toen weer aan. ‘En dat was alles? Heeft ze nog iets tegen jou gezegd? Iets waar we wat aan hebben?’

‘Ze vroeg naar een armband. Nel had blijkbaar altijd een armband om die van hun moeder was geweest. Nou ja, ze had hem in elk geval altijd gedragen toen Jules Nel jaren geleden voor het laatst had gezien.’

Townsend knikte en krabde over zijn pols.

‘Hij zit niet tussen haar eigendommen, daar heb ik al gekeken. Ze had een ring om en verder geen sieraden.’

Hij bleef zo lang stil dat ik dacht dat het gesprek afgerond was. Ik stond op het punt de kamer te verlaten toen hij opeens zei: ‘Je zou Lena ernaar moeten vragen.’

‘Dat was ik ook van plan,’ zei ik, ‘maar zij had geen zin om met mij te praten.’ Ik lichtte hem in over onze ontmoeting op de brug.

‘Beschrijf die vrouw eens,’ zei hij.

Dat deed ik: begin veertig, iets te zwaar, donker haar, ondanks de warmte gekleed in een lang, rood vest.

Townsend keek me lang en aandachtig aan.

‘Komt ze je bekend voor?’ vroeg ik.

‘Jazeker,’ zei hij en hij wierp me een blik toe alsof ik een wel heel erg dom kind was. ‘Dat was Louise Whittaker.’

‘En wie is zij?’

Hij fronste zijn wenkbrauwen. ‘Heb je je nog niet ingelezen?’

‘Nee, niet echt,’ zei ik. Ik wilde hem erop wijzen dat hij, als plaatselijke bewoner, me misschien wel van de achtergrond op de hoogte had kunnen stellen.

Hij zuchtte en tikte wat in op de laptop. ‘Je had er alles al over moeten weten. Ze hadden je de dossiers moeten sturen.’ Hij tikte venijnig op de entertoets, alsof hij op een ouderwetse typemachine zat te rammen in plaats van op een dure iBook. ‘En je moet ook het manuscript van Nel Abbott lezen.’ Hij keek me fronsend aan. ‘Dat is het project waar ze mee bezig was. Het moest een fotoboek worden, geloof ik. Met verhalen over Beckford.’

‘De plaatselijke geschiedenis?’

Hij ademde hoorbaar uit. ‘Zoiets ja. Nel Abbotts beeld van de gebeurtenissen. Bepaalde gebeurtenissen dan. Haar... vísie op de dingen. Zoals ik al zei zagen de plaatselijke bewoners dat over het algemeen niet zitten. We hebben in elk geval kopieën van wat ze tot dusver heeft geschreven. Vraag maar een kopie aan een agent. Vraag het maar aan Callie Buchan, die zit voorin. Het punt is dat ze ook heeft geschreven over Katie Whittaker, die zichzelf in juni van het leven beroofde. Katie was dik bevriend met Lena Abbott, en Louise, haar moeder, was ooit bevriend met Nel. Ze kregen ergens ruzie over, naar verluidt over Nels schrijverij, en toen Katie stierf...’

‘... gaf Louise haar de schuld,’ vulde ik aan. ‘Zij vindt dat Nel ervoor verantwoordelijk is.’

Hij knikte. ‘Dat klopt.’

‘Dan kan ik maar beter met die Louise gaan praten.’

‘Nee,’ reageerde hij, met zijn ogen op het scherm gericht, ‘dat doe ik wel. Ik ken haar. Ik heb ook het onderzoek naar de dood van haar dochter geleid.’

Hij bleef weer een hele tijd stil. Hij had me niet weggestuurd, dus na een tijdje vroeg ik: ‘Hebben jullie ooit het vermoeden gehad dat er iemand bij Katies dood was betrokken?’

Hij schudde zijn hoofd. ‘Nee. We konden geen reden achterhalen, maar jij weet ook wel dat dat vaker het geval is. Geen reden die de nabestaanden kunnen begrijpen, in elk geval. Maar ze had wel een briefje achtergelaten.’ Hij wreef over zijn voorhoofd. ‘Het was erg tragisch, maar geen moord.’

‘Er zijn dit jaar dus twee vrouwen in de rivier gestorven?’ merkte ik op. ‘Twee vrouwen die elkaar kenden, die een band hadden...’ De inspecteur zei niets, keek me niet aan. Ik wist zelfs niet of hij wel luisterde. ‘Hoeveel zijn er daar gestorven? In totaal dus?’

‘Vanaf welke datum?’ vroeg hij. ‘Hoever terug in de tijd wil je gaan?’

Zoals ik al zei, echt heel raar.

In het water
cover.xhtml
Section001.xhtml
Section002.xhtml
Section003.xhtml
Section004.xhtml
Section005.xhtml
Section006.xhtml
Section007.xhtml
Section008.xhtml
Section009.xhtml
Section010.xhtml
Section011.xhtml
Section012.xhtml
Section013.xhtml
Section014.xhtml
Section015.xhtml
Section016.xhtml
Section017.xhtml
Section018.xhtml
Section019.xhtml
Section020.xhtml
Section021.xhtml
Section022.xhtml
Section023.xhtml
Section024.xhtml
Section025.xhtml
Section026.xhtml
Section027.xhtml
Section028.xhtml
Section029.xhtml
Section030.xhtml
Section031.xhtml
Section032.xhtml
Section033.xhtml
Section034.xhtml
Section035.xhtml
Section036.xhtml
Section037.xhtml
Section038.xhtml
Section039.xhtml
Section040.xhtml
Section041.xhtml
Section042.xhtml
Section043.xhtml
Section044.xhtml
Section045.xhtml
Section046.xhtml
Section047.xhtml
Section048.xhtml
Section049.xhtml
Section050.xhtml
Section051.xhtml
Section052.xhtml
Section053.xhtml
Section054.xhtml
Section055.xhtml
Section056.xhtml
Section057.xhtml
Section058.xhtml
Section059.xhtml
Section060.xhtml
Section061.xhtml
Section062.xhtml
Section063.xhtml
Section064.xhtml
Section065.xhtml
Section066.xhtml
Section067.xhtml
Section068.xhtml
Section069.xhtml
Section070.xhtml
Section071.xhtml
Section072.xhtml
Section073.xhtml
Section074.xhtml
Section075.xhtml
Section076.xhtml
Section077.xhtml
Section078.xhtml
Section079.xhtml
Section080.xhtml
Section081.xhtml
Section082.xhtml
Section083.xhtml
Section084.xhtml
Section085.xhtml
Section086.xhtml
Section087.xhtml
Section088.xhtml
Section089.xhtml
Section090.xhtml
Section091.xhtml
Section092.xhtml
Section093.xhtml
Section094.xhtml
Section095.xhtml
Section096.xhtml
Section097.xhtml
Section098.xhtml
Section099.xhtml
Section100.xhtml