September
Lena
Ik had gedacht dat ik nooit weg zou willen, maar onderweg naar school word ik elke dag weer met de rivier geconfronteerd, en daar kan ik niet meer tegen. Ik wil er zelfs niet meer zwemmen. Daar is het nu trouwens toch te koud voor. We gaan morgen naar Londen, ik heb bijna alles ingepakt.
Het huis wordt verhuurd. Dat wilde ik eigenlijk niet. Ik wilde niet dat er vreemden in onze kamers zouden slapen, onze plek in zouden nemen, maar Jules zei dat we anders krakers zouden krijgen, of dat het huis in zou storten en dat er dan niemand was om er iets aan te doen, en dat zag ik ook niet zitten. Dus stemde ik toe.
Het is nog steeds van mij. Mama heeft het aan mij nagelaten, dus als ik achttien ben (of eenentwintig of zo), dan is het officieel van mij. En ooit zal ik hier weer wonen. Dat weet ik gewoon zeker. Ik kom terug als het niet meer zoveel pijn doet en ik haar niet meer overal zie.
Ik vind het eng om naar Londen te gaan, maar ik heb er een beter gevoel over dan eerst. Jules (niet Julia) is echt gek, dat zal ze altijd wel blijven ook. Ze is behoorlijk gestoord. Maar ik ben eigenlijk ook best vreemd en gestoord, dus zal het best wel goed tussen ons kunnen gaan. Sommige dingen vind ik leuk aan haar. Ze kookt voor me en ze betuttelt me, ze zegt dat ik niet mag roken, ik moet haar vertellen waar ik naartoe ga en hoe laat ik thuis ben. Net als andere moeders.
Ik ben wel blij dat we maar met z’n tweetjes zijn, dat er geen man is en volgens mij ook geen vriendje of zo, en als ik naar de nieuwe school ga, zal niemand weten wie ik ben of wat ik heb meegemaakt. Je kunt een nieuwe versie van jezelf creëren, zei Jules, en dat vond ik stom, want er is toch niks mis met me? Maar ik snap wel wat ze bedoelde. Ik heb mijn haar kort geknipt en zie er heel anders uit, en als ik naar de school in Londen ga, zal ik niet meer het knappe meisje zijn aan wie iedereen een hekel heeft, ik zal net als de andere meisjes zijn.